Minister Van Aartsen: geringe rol voor Europa in vredesproces

Kameroverleg Midden-Oosten

Op 3 september jl. discussieerde de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken voor het eerst met de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen (VVD) over het Midden-Oosten naar aanleiding van diens nota hierover. Onderstaand een overzicht van het debat, met de meningen van de minister en van de buitenlandspecialisten in de Tweede Kamer.

Van Aartsen constateert dat de problematiek pijnlijk en zeer moeilijk is. Het is niet verwonderlijk dat Israel bezorgd is over zijn veiligheid, maar tegelijkertijd is het voor Jasser Arafat onmogelijk alle uitingen van extremisme en terrorisme te voorkomen.

Vredesproces

Alle leden van de Buitenlandcommissie wijzen op de noodzaak van de voortgang van het vredesproces, dat zich op dit moment in een impasse bevindt. De minister wijst op de obstakels die Israel en de Palestijnen opwerpen. Aan Israelische kant is dat de nederzettingenpolitiek en het uitstellen van de volgende terugtrekking uit de Westoever. Voor wat betreft de Palestijnen noemt hij het slappe optreden van Arafat tegen de haatdragende propaganda die in Palestijnse kranten, op de televisie en in de samenleving tegen Israel wordt gebezigd. Hij noemt dat contraproductieve acties, waarvan in de interimovereenkomst juist was afgesproken dat partijen zich daarvan zouden onthouden. De Nederlandse regering is echter van mening dat het vredesproces voortgezet moet worden. "Ik zou haast zeggen tegen elke prijs," aldus Van Aartsen.

Europese politiek

In hun betoog informeren o.a. Koenders (PvdA), Hoekema (D66), Vos (GroenLinks) en Verhagen (CDA) naar de visie van de minister op de Europese rol in het vredesproces. Deze zou weliswaar complementair moeten zijn aan die van de VS, maar ook initiërend. Van Aartsen is van mening dat Europa’s politiek inderdaad complementair aan die van de VS zou moeten zijn, maar Europa moet niet blind achter de VS aan lopen. Een aparte Europese politiek is echter niet gewenst. Over het Frans-Egyptische voorstel, waarin een internationale vredesconferentie wordt gesuggereerd, is met Frankrijk gesproken. Daarbij is gebleken dat Frankrijk de Amerikaanse politiek niet wil dwarsbomen, maar integendeel juist wil aanvullen.

Mensenrechten

Alle fracties spreken hun zorg uit over de schending van de mensenrechten in de regio. Koenders zou graag in het kader van de Europese Unie een rapport hierover ontvangen. Hoekema pleit voor een diepgaande dialoog hierover met de Palestijnen, een routinematige veroordeling is niet voldoende. De minister is geschokt over de verslagen die hij hierover heeft ontvangen. Nederland heeft op dit gebied een reputatie op te houden. Hij wijst op de oprichting van de Human Rights Watch die onder het Nederlandse EU-voorzitterschap van start is gegaan en voegt daaraan toe, dat zowel met Israel als de Palestijnen over de schending van de mensenrechten wordt gesproken. In ieder geval zal hij de kwestie diepgaand bestuderen. Duidelijk moge echter zijn dat de voltrokken doodvonnissen in de Palestijnse Autonomie indruisen tegen de Europese opvattingen, tegen "onze gevoelens van rechtvaardigheid".

PLO-handvest

Volgens Van Aartsen heeft Arafat in januari van dit jaar het Handvest herroepen. Thans zou daarover een duidelijke verklaring moeten komen. Israel wenst echter dat het Handvest door de Palestijnse Nationale Raad wordt gewijzigd, zoals het Handvest dat zelf voorschrijft. Er zijn evenwel signalen, zegt Van Aartsen, dat Israel accoord zou gaan met een uitspraak van het Palestijns Uitvoerend Comité. Bezorgd is de minister echter wel over de verschijning van de El-Fatah constitutie op zijn internet-homepage, die dezelfde haatdragende taal tegen Israel bevat als het PLO-Handvest. De Nederlandse regering vindt dat onacceptabel. Naar aanleiding van een vraag van Van Middelkoop (GPV) of de Nederlandse regering ook daadwerkelijk stappen gaat ondernemen zegt de minister dat men in deze kwestie geduld moet hebben, maar hij ziet wel vooruitgang in het standpunt van de Palestijnen.

Iran

In een reactie op de opmerkingen van Van Middelkoop en Van den Berg (SGP), alsmede op schriftelijke vragen van de Partij van de Arbeid en GroenLinks, gaat Van Aartsen in op de Nederlandse politiek vis-à-vis Iran. De Nederlandse regering acht het van belang dat er contacten zijn met Iran, juist om duidelijke boodschappen over te brengen over het Iraanse wapenprogramma en de Iraanse steun aan het terrorisme. "Zonder relatie is er niets en is er geen enkele mogelijkheid om die heldere boodschap over te brengen".

Oost-Jeruzalem

De nieuwe minister staat niet uitvoerig stil bij zijn opvatting over Oost-Jeruzalem. Hij zegt niet af te wijken van het standpunt van de vorige regering. In zijn brief aan de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken verwijst de minister naar de verklaring van de voorzitter van de Veiligheidsraad over het recente Israelische plan de jurisdictie van de gemeente Jeruzalem uit te breiden. Het besluit wordt beschouwd als een "hernieuwde complicerende factor in het vredesproces. Bovendien loopt het andermaal vooruit op de finale status-besprekingen inzake Jeruzalem". Ook de VS, schrijft Van Aartsen, steunt deze verklaring.