Ministers Blok en Kaag nemen zorgen over banden tussen terroristen en BDS-organisaties niet serieus

In hun beantwoording van Kamervragen, spreken ministers Stef Blok en Sigrid Kaag zichzelf tegen. Enerzijds spreken ze van “zorgvuldige selectieprocedures” bij het subsidiëren van NGO’s, anderzijds kunnen de ministers noch bevestigen noch ontkennen dat er sprake is van banden tussen terroristen en BDS-organisaties.

Het Israelische ministerie van Strategische Zaken heeft onlangs een rapport gepubliceerd waarin de banden tussen verschillende Palestijnse terreurgroepen en BDS-organisaties die subsidies van de EU en EU-lidstaten ontvangen worden aangetoond. Naar aanleiding hiervan verzocht PVV-Kamerlid Raymond de Roon de regering om een reactie en dienden Kees van der Staaij (SGP) en Joël Voordewind (CU) Kamervragen in.

Bevestiging noch ontkenning

In hun beantwoording van de Kamervragen sturen minister Blok en Kaag de Kamerleden echter met een kluitje het riet in. Het Kabinet kan de banden tussen terroristen en BDS-organisaties niet bevestigen, aldus de bewindspersonen op Buitenlandse Zaken, maar van een ontkenning van deze bewering is ook geen sprake. 

De ministers stellen dat subsidies door zowel Nederland als de EU pas worden verstrekt “zodra zorgvuldige selectieprocedures zijn doorlopen.” “Beschuldigingen van steun aan terroristische organisaties worden door Nederland en de EU serieus genomen en individueel onderzocht en beoordeeld,” aldus minister Blok.

Gebrek aan “eigenstandige informatie”

In hun beantwoording spreken de ministers zichzelf echter tegen: “Het kabinet beschikt niet over eigenstandige informatie dat door Nederland gesteunde organisaties personen in dienst hebben/hadden die zich schuldig zouden maken of gemaakt zouden hebben aan terroristische activiteiten.”

Deze uitspraak toont aan dat het ministerie van Buitenlandse Zaken steken laat vallen. Vorig jaar bleek nog dat een PFLP-terrorist werkzaam is geweest bij een NGO die subsidies van onder andere Nederland heeft ontvangen. Ook toen werden vragen afgedaan met het antwoord dat het Kabinet niet in het bezit is van “eigenstandige informatie.” Een gotspe, gezien de terrorist in kwestie op zijn openbare Facebook-profiel zijn affiliatie met de PFLP niet onder stoelen of banken steekt en de terreurbeweging zelf nota bene hem in een statement een lid van haar leiderschap noemt.

Als de aantijgingen in het nieuwe rapport van Strategische Zaken net zo serieus zijn onderzocht als de bovengenoemde PFLP-terrorist, rest de vraag hoe zorgvuldig de antwoorden op de Kamervragen zijn. Gebrek aan “eigenstandige informatie” is niet afdoende, zeker wanneer gesteld wordt dat Nederland en de EU beschuldigingen van steun aan terroristische organisatie serieus nemen en individueel onderzoeken en beoordelen. Als er sprake is van een gebrek aan eigenstandige informatie, dient een fatsoenlijk onderzoek plaats te vinden zodat een beoordeling op basis van goede eigenstandige informatie gemaakt kan worden – alleen dan kan terecht gesproken worden van “zorgvuldige selectieprocedures.”