Nederland dringt aan op afzien bouw nederzettingen

Nederland heeft samen met een aantal andere landen tijdens een demarche bij Israël “aangedrongen op afzien van de bouw van nieuwe woningen in de bezette gebieden”. Dat laat minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok weten in antwoord op Kamervragen.

Vorige maand gaf de Israëlische regering goedkeuring voor de bouw van meer dan vijfduizend huizen in nederzettingen. Het gaat zowel om bouwvergunningen voor nieuwe huizen als legalisering van reeds bestaande, oorspronkelijk illegale woningbouw. Naar aanleiding hiervan, diende DENK-Kamerlid Tunahan Kuzu schriftelijke vragen in.

In antwoord op de vragen van Kuzu, herhaalt minister Blok dat Nederland en de EU het Israëlische nederzettingenbeleid veroordelen. “Nederzettingen zijn strijdig met internationaal recht, en het nederzettingenbeleid leidt tot mensenrechtenschendingen waar de Palestijnen slachtoffer van zijn”, zo stelt de minister. Volgens Blok hebben de bezetting en het conflict “grote gevolgen voor het leven van de Palestijnen en de Palestijnse economie”. Over gevolgen van het conflict voor Israëli’s doet minister Blok in zijn beantwoording geen uitspraken.

Naar aanleiding van de recente goedkeuring voor nederzettingswoningen, heeft Nederland samen met Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië, Zweden, Ierland, Finland en België op 13 oktober 2020 tijdens een demarche bij Israël aangedrongen op afzien van de bouw van nieuwe woningen in de bezette gebieden – zo schrijft de minister. “In de reguliere contacten met Israël worden daarnaast op elk niveau misstanden aangekaart die in de Palestijnse gebieden plaatsvinden als gevolg van Israëlisch beleid, en het nederzettingenbeleid in het bijzonder”, aldus Blok.

In zijn Kamervragen pleitte Kuzu voor sancties tegen Israël. Daar gaat minister Blok echter niet in mee: “Het kabinet is geen voorstander van sancties tegen Israël. Conform staand kabinetsbeleid zet het kabinet zich in om de betrekkingen met Israël binnen de grenzen van 1967 te versterken. Israëlische nederzettingen zijn daarvan uitgesloten”. Daarnaast wijst de minister op het ontmoedigingsbeleid van de Nederlandse overheid met betrekking tot de nederzettingen.

De oproep van Kuzu om Palestina te erkennen, wordt door minister Blok afgewezen. “Erkenning is voor het kabinet pas aan de orde als er een vredesakkoord is tussen beide partijen”, aldus de bewindspersoon op Buitenlandse Zaken.

Nederland roept Israël af te zien van sloop school op Westoever

Sadet Karabulut (SP) had Kamervragen ingediend over de Israëlische opdracht tot sloop van een Palestijnse basisschool op de Westelijke Jordaanoever. De Ras al-Tin school bevindt zich ten oosten van Ramallah in gebied-C, waar de Israëlische Civiele Administratie gaat over bouwvergunningen – zoals afgesproken in de Oslo-akkoorden.

De Israëlische autoriteiten zijn voornemens de school te slopen, daar deze zonder vergunning is gebouwd. Al een aantal keren is materiaal bij het gebouw geconfisqueerd. Vorige week riep VN-gezant Nickolay Mladenov Israël op af te zien van de sloop, daar het volgens hem “bijna onmogelijk” is voor Palestijnen om bouwvergunningen te verkrijgen.

In antwoord op Karabulut, laat Blok weten dat Nederland Israël heeft opgeroepen “te stoppen met de sloop van Palestijnse gebouwen in Oost-Jeruzalem en de West Bank, inclusief deze specifiek school”. Nederland deed dit samen met Duitsland, Frankrijk, België, Denemarken, Finland, Ierland, Italië, Polen, Portugal, Spanje, Zweden, de EU, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen.

Minister Blok meldt dat Nederland in contact blijft met donoren van de school “over welke verdere stappen gezet kunnen worden om sloop te voorkomen of te reageren op uitvoering van de slooporder”. Het project is gefinancierd door de EU, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, aldus de minister.