Nederland financiert aanvallen op onafhankelijke Israelische rechtspraak

IN NEDERLAND / Door: HIDDE VAN KONINGSVELD / 11 feb 2019 B'TSELEM NGO'S

Opnieuw is ophef ontstaan over de besteding van Nederlandse hulpgelden. De Nederlandse regering financierde een rapport van de NGO B’Tselem waarin het Israelische Hooggerechtshof wordt aangevallen. Van een onafhankelijk onderzoek is bovendien geen sprake: de doelen van het rapport werden vooraf bepaald door het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Dat blijkt vandaag uit documenten in handen van The Jerusalem Post. In totaal ontving de NGO hiervoor 176.000 euro vanuit de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah.

Het rapport ‘Zogenaamde Rechtvaardigheid’ werd op 8 februari verspreid als bijlage bij de Israelische krant Haaretz. In het rapport wordt het onafhankelijke Hooggerechtshof afgeschilderd als “onderdeel van de bezetting”. Ook zou Israels hoogste rechtbank mensenrechtenschendingen mogelijk maken, door overheidsbeleid juridisch te legitimeren.

‘Status quo aantasten’
Deze uitkomsten zijn niet verrassend, omdat het doel en de conclusie van tevoren al vaststond, zo blijkt nu uit de opdracht van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Nederland wilde met het financieren van het B’Tselem-rapport “de status quo aantasten, door de voornaamste mechanismes die de bezetting in stand houden [het Hooggerechtshof] te betwisten.” Ook moest “het beeld dat Israel wil promoten: dat van een ‘schone’ en wettelijke bezetting” worden aangepakt.

Om deze doelen te bereiken kwam het ministerie met B’Tselem overeen dat de NGO een rapport zou schrijven over de rol van het Hooggerechtshof in de verdrijving van Palestijnse gemeenschappen van de Westelijke Jordaanoever. Dit werd uiteindelijk het rapport ‘Zogenaamde Rechtvaardigheid: de Rol van Israel’s Hooggerechtshof in de Sloop en Onteigening van Palestijnse Huizen’, dat afgelopen woensdag werd gepubliceerd.

Yesh Din
De subsidie aan B’Tselem staat helaas niet op zich. In november bleek al dat Nederland door middel van subsidies aan NGO’s de Israelische rechtsgang probeert te beïnvloeden. Yesh Din ontving in 2018 169.400 euro van de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah. Eén van de doelstellingen van het gesubsidieerde project was het starten van juridische procedures bij het Hooggerechtshof.

De onthullingen van The Jerusalem Post roepen opnieuw vragen op over activisme op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Eerder ontdekte CIDI al dat de vorige Nederlandse vertegenwoordiger in Ramallah verantwoordelijk was voor subsidie aan een anti-Israel organisatie waar zijn eigen zoon voor werkte. Ook een andere voormalig medewerker van het Nederlandse kantoor in de Palestijnse Autoriteit, Irene Kruizinga, ging na haar tijd in Ramallah voor anti-Israel organisaties werken. Kruizinga richtte het Israel Palestina Platform (IPP) op, een samenwerkingsverband waarin onder andere de stichting van oud-premier Dries van Agt vertegenwoordigd is.