Nederland gaat door met steun aan Secretariat tot eind 2018

Ministers Sigrid Kaag en Halbe Zijlstra. Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken / Flickr.

Ondanks de opeenstapeling van problemen bij het controversiële HR/IHL Secretariat, blijft Nederland het subsidiefonds tot in ieder geval eind 2018 steunen. Dat valt te lezen in de antwoorden van ministers Halbe Zijlstra en Sigrid Kaag op Kamervragen.

Het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat is een fonds dat financieel gesteund wordt door Nederland, Denemarken, Zwitserland en Zweden. Het kapitaal wordt beheerd door de rechtenfaculteit van de Palestijnse Birzeit universiteit. De financiën worden verdeeld over Israelische en Palestijnse organisaties onder het mom van de bevordering van mensenrechten. In theorie zijn de donorlanden verantwoordelijk voor het bepalen aan welke NGO’s en met welke doeleinden het Secretariat geld besteedt. In de praktijk gaan de subsidies echter naar organisaties wiens doelstellingen regelrecht indruisen tegen het buitenlandbeleid van de subsidieverstrekkers.

Zo steunen bijvoorbeeld een groot deel van de subsidieontvangers BDS, wat een boycot van Israel inhoudt. Geen van de eerder genoemde landen hanteert een boycotbeleid ten aanzien van de Joodse staat. Ook pleitte het Secretariat voor een Brits bevel tot aanhouding tegen de voormalig Israelische minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni. Met subsidies werd dus het arrestatiebevel van een bewindspersoon van een bevriende staat gesteund. Eén van de geldontvangers van het fonds is BADIL. Dit Palestijnse centrum organiseert jaarlijks een cartoonwedstrijd, waarbij veel van de inzendingen antisemitische elementen bevatten. Verder is er bij sommige gesubsidieerde organisaties sprake van werknemers die banden hebben met het terroristische PFLP.

Kamervragen over terreurverheerlijkende vrouwenrechtenorganisatie
Meerdere malen hebben Kamerleden vragen ingediend over het Secretariat. Aanleiding dit keer was de onduidelijkheid over de samenwerking tussen het subsidiefonds en het Women’s Affairs Technical Committee (WATC).

Afgelopen jaar kwam aan het licht dat de Palestijnse vrouwenorganisatie WATC een jeugdcentrum in het dorp Burqa nabij Nabloes naar de terroriste Dalal Mughrabi heeft vernoemd. Dalal Mughrabi was één van de terroristen die betrokken was bij de kustwegaanslag in Israel in 1978. Bij deze aanval kwamen 38 Israelische burgers om, waaronder 13 kinderen.

Het WATC ontving voor het jeugdcentrum financiële steun van het Human Rights and International Humanitarian Law Secretariat, wat weer afhankelijk is van verschillende donors, waaronder de Nederlandse overheid. Op 30 juni liet toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders weten de subsidie aan het WATC stop te hebben gezet.

Op de website van het Secretariat wordt het WATC echter nog steeds als subsidieontvanger vermeld. Han ten Broeke (VVD), Kees van der Staaij (SGP) en Joël Voordewind (CU) wilden daarom weten of de steun aan de terreurverheerlijkende vrouwenorganisatie daadwerkelijk stop was gezet. Volgens ministers Zijlstra en Kaag is de vermelding op de website geen reden tot zorgen: het WATC staat nog steeds op lijst omdat het in het verleden, voor de benoeming van het jeugdcentrum had plaatsgevonden, subsidies heeft ontvangen. Momenteel ontvangt het vrouwencomité geen geld meer van Nederland via het Secretariat, aldus de bewindspersonen.

Vooraf aan de subsidiestop zijn de donorlanden nog in gesprek gegaan met het WATC. De vrouwenorganisatie bleek echter onverbiddelijk: voor hen was de benoeming van een jeugdcentrum naar een terrorist geen enkel probleem. Het terreurverheerlijkende vrouwencomité beriep zich daarbij op de vrijheid van meningsuiting. Hierop is door de donoren besloten de financiële steun aan het WATC te beëindigen.

Ministers Zijlstra en Kaag maken in de antwoorden van de gelegenheid gebruik om het WATC te complimenteren voor hun werk. “WATC heeft met de Nederlandse financiering veel nuttig werk verzet voor de bevordering van rechten van vrouwen, onder andere middels de opstelling – samen met andere organisaties – van een schaduwrapportage in het kader van de eerste rapportage van de Palestijnse Autoriteit aan het VN-Comité inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen. Het conflict over de naamkwestie van het jeugdcentrum doet daar niets aan af”.

Arrestatiebevel tegen minister bevriende staat geen probleem
De Kamerleden wilden van Zijlstra en Kaag ook weten wat zij vinden van het feit dat het Secretariat heeft gepleit voor de aanhouding van voormalig Israelisch minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni. De Nederlandse ministers zien hierin geen belemmering: “Deze organisaties komen op voor de rechten van Palestijnse burgers en stellen vermeende schendingen door zowel Israëlische als Palestijnse autoriteiten aan de orde. Het onder de aandacht brengen van vermeende schendingen bij internationale organisaties is daarbij een legitiem en gebruikelijk middel, dat door mensenrechtenorganisaties in vele landen onder allerlei omstandigheden wordt gehanteerd”.

Nederlandse steun gaat door
Ondanks alle eerder genoemde problemen, gaat de Nederlandse regering gewoon door met het steunen van het Secretariat tot de afgesproken einddatum, 31 december 2018. De Nederlandse belastingbetaler blijft dokken voor antisemitische cartoons, de verheerlijking van terreur en de oproepen tot een boycot van de Joodse staat.

Sterker nog, het is niet ondenkbaar dat het controversiële subsidiefonds na die datum nog geld zal ontvangen van Nederland. Het Kabinet zegt Israelische en Palestijnse mensenrechtenorganisaties te blijven steunen, en “onderzoekt verschillende opties hiervoor.” Eventuele nieuwe steun aan het Secretariat in de toekomst wordt dus niet uitgesloten.