´Nederland is (nog) niet klaar voor totale vrijheid van meningsuiting´

Esther Voet Directeur

Esther Voet
Directeur

Naar aanleiding van de aanslagen in Parijs waarbij redacteuren van het satirische Charlie Hebdo en Joden en politieagenten bruut werden afgeslacht, is er opnieuw discussie over de vrijheid van meningsuiting. Er zijn partijen die het liefst zien dat in Nederland totale vrijheid van meningsuiting wordt ingevoerd en dat bijvoorbeeld persoonlijke- of groepsbelediging niet meer strafbaar worden gesteld. Artikel 137 en 266 van het wetboek van strafrecht zijn daarbij leidend.

Nederland beschikt helaas niet over zelfreinigend vermogen

Vaak wordt door voorstanders van het schrappen van deze artikelen verwezen naar de Verenigde Staten, waar een ultieme vrijheid van meningsuiting geldt. Deze partijen gaan voorbij aan een belangrijk verschil in mentaliteit tussen de USA en Nederland. Hoewel in Amerika wettelijk gezien de vrijheid van meningsuiting een breder mandaat heeft, zullen belangrijke partijen in het maatschappelijk debat het daar wel uit het hoofd laten om van die vrijheid gebruik te maken. In Amerika loop je daarmee namelijk het risico om door andere maatschappelijke partijen te worden geridiculiseerd en een faux pas roept daar zoveel actief protest uit de samenleving op, dat het je jouw carrière kan kosten.

Nederland beschikt helaas niet over dat zelfreinigend vermogen. Als een persoon over de schreef gaat, blijft het over het algemeen stil en wordt collectief gekeken naar de overheid om iets aan de situatie te doen. Dat systeem is weliswaar log, maar het werkt wel en hoort in stand te blijven, zeker zolang de mentaliteit van de samenleving niet radicaal verandert.

Haatprediker Al Haddad

Een paar voorbeelden. In 2013 werd haatprediker Al Haddad door een islamitische studentenvereniging uitgenodigd om te spreken op de VU. CIDI protesteerde hiertegen omdat deze Al Haddad antisemitische uitingen had gedaan en steniging en zelfmoordterroristen goedpraatte. Hij had dus weinig wetenschappelijks te melden en ook weigerde deze imam met tegenstanders in debat te gaan. Er zou alleen ruimte zijn voor vraag en antwoord. De VU besloot de man te weren, maar een aantal hogepriesters van het vrije woord organiseerde in reactie daarop een debat met Al Haddad in De Balie. Die bijeenkomst liep uit op een tenenkrommend evenement, met opponenten van Al Haddad die zich zo slecht hadden voorbereid dat de imam ‘het debat’ met vlag en wimpel won. 1-0 voor Al Haddad.

De zichzelf rapper noemende Appa

Eenzelfde situatie deed zich voor bij het tv-programma ‘Jouw vrijheid, mijn Vrijheid’ van donderdag 22 januari. Daar trad de zichzelf rapper noemende Appa op, die respect eiste voor zichzelf en zijn geloof. Appa is moslim. Het was dezelfde Appa die afgelopen zomer tijdens diverse demonstraties vooraanstaande figuren in de Nederlandse samenleving tijdens hysterische tirades persoonlijk beledigde en “Fuck de Talmoed” schreeuwde tijdens een demonstratie op de Dam in Amsterdam. Maar dat gegeven scheen door de makers van het programma te zijn vergeten. Appa, onder sommige kansarme jongeren een held, kreeg ruim baan om zijn verwrongen denkbeelden te etaleren. Een duidelijk weerwoord of confrontatie met zijn eigen acties, lees: gebrek aan respect voor anderen of andermans geloof, bleef uit. 1-0 voor Appa.

Minderheidsgroeperingen zullen de eerste slachtoffers zijn

Er is heel veel te zeggen voor volledige vrijheid van meningsuiting. En even voor de goede orde, ridiculisering van een geloof is in Nederland niet strafbaar, en zo hoort het ook, want geloof is een keuze. Maar zolang de Nederlandse samenleving te weinig in beweging komt om goed beslagen ten ijs te komen en rabiate denkbeelden te ontmaskeren, is het maar goed dat er een artikel 137 is om ervoor te zorgen dat de ergste racistische en/of antisemitische uitingen strafbaar blijven. Zeker in een tijd waarin het historisch besef van velen tot een nulpunt is gedaald, het onderwijs tekortschiet, en bij grote groepen in de samenleving aan geschiedvervalsing wordt gedaan. Kijk bijvoorbeeld naar het steeds populairder worden van ontkenning of bagatellisering van de Holocaust.

Kleine minderheidsgroeperingen, zoals Joden in Nederland, zullen de eerste slachtoffers zijn van de volledige vrijheid van meningsuiting, omdat we nu eenmaal leven in een lakse maatschappij waar de meerderheid eerder de schouders ophaalt dan het huiswerk doet om rabiate denkbeelden goed te kunnen pareren. Uitzonderingen daargelaten, is actief burgerschap bij ons nog heel ver weg.

E.V.

Deze column van Esther Voet, Directeur CIDI, verscheen eerder (29 januari) op The Post Online