Nederland onthoudt zich van stemming bij anti-Israëlresolutie ECOSOC

IN NEDERLAND / Door: ELKAN VAN DER RAAF / 18 sep 2020 VN

Nederland heeft zich onthouden van stemming bij een anti-Israëlresolutie bij de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC). Vorig jaar stemde Nederland nog voor, wat destijds bij een meerderheid van de Tweede Kamer tot vraagtekens leidde.

Het is een jaarlijks terugkerend ritueel bij ECOSOC. Terwijl allerlei resoluties en agendapunten over globale onderwerpen gaan, gaat slechts één punt in op een specifiek onderwerp: de “economische en sociale gevolgen van de Israëlische bezetting voor de leefomstandigheden van de Palestijnen in de bezette Palestijnse gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem, en de Arabische bevolking in de bezette Syrische Golan”.

Om op Orwelliaanse wijze te benadrukken hoe obsessief VN-organen als ECOSOC misbruikt worden als wapen tegen Israël, werd de veroordeling van de Joodse staat uiteindelijk in een mal van zogenaamde vrouwenrechten gegoten. De meest beruchte schenders van vrouwenrechten – zoals Saoedi-Arabië, Iran, Congo en Pakistan – ontspringen de dans, in plaats daarvan wordt Israël en Israël alleen onder dit mom veroordeeld. ECOSOC doet het hiermee lijken alsof Israël het enige land in de wereld is dat vrouwenrechten schendt.

Resolutie E/2021/L.7 uit “ernstige zorgen” over de impact van de Israëlische bezetting op Palestijnse vrouwen en meisjes. Het document stelt dat de Palestijnse overheid Palestijnse vrouwen en meisjes niet goed kan beschermen door “beperkingen van Palestijnse jurisdictie in de bezette Palestijnse gebieden”. De Israëlische bezetting wordt door de resolutie dan ook een “groot obstakel” genoemd met betrekking tot het vervullen van de rechten van Palestijnse vrouwen en meisjes.

De resolutie werd met 43 voorstemmen en 3 tegenstemmen aangenomen. Acht landen onthielden zich van stemming.

Vorig jaar werd een vergelijkbare anti-Israëlresolutie aangenomen door ECOSOC. Nederland stemde toen voor, wat ertoe leidde dat een meerderheid van de Tweede Kamer protesteerde door middel van Kamervragen. Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok leek toen echter niet onder de indruk te zijn van de druk van de Kamer. In zijn beantwoording bevestigde hij de Nederlandse voorstem en verdedigde de minister deze keuze.

Desondanks lijkt er nu toch sprake van een gedeeltelijke inkeer. Ditmaal stemde Nederland niet voor, maar onthield het zich van stemming.