Nederland probeert met subsidies opvattingen Joodse diaspora te beïnvloeden

Nederland tracht met subsidies opvattingen van de Joodse diaspora te beïnvloeden ten aanzien van door Israel bezette gebieden. Dat blijkt uit aanvraagdocumenten voor het jaar 2018. Daarin komt ook naar voren dat de Nederlandse regering door middel van subsidies zich met de Israelische rechtsgang bemoeit.

Joodse gemeenschappen in de diaspora “aanmoedigen”
De Israelische organisatie Breaking The Silence heeft dit jaar 191.840 euro toegekend gekregen door de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah. Eén van de doelstellingen die BTS wil bereiken met behulp van deze subsidie is “het vergroten van de oppositie in de internationale arena tegen Israel’s langdurige bezetting op basis van wereldwijd gedeelde waarden.” Meer specifiek wil BTS dit doel vervullen door “Joodse gemeenschappen in de diaspora aan te moedigen hun oppositie tegen de bezetting uit te spreken.”

Door middel van subsidies probeert Nederland dus de opvattingen van de Joodse diaspora te beïnvloeden. Een bepaalde mening wordt aangemoedigd en door middel van financiële ondersteuning versterkt om druk uit te oefenen op een soevereine staat. 

Nederland zet zich terecht in voor een twee-statenoplossing, wat vanzelfsprekend onder andere een einde van de bezetting inhoudt. Het is echter een kwalijke zaak dat de Nederlandse overheid hiervoor via subsidies de Joodse diaspora tracht in te zetten.

Geen vertrouwen in Israelische rechtsgang?
Door middel van subsidies aan NGO’s tracht Nederland ook de Israelische rechtsgang te beïnvloeden. Yesh Din, een Israelische organisatie die zegt te bestaan uit “advocaten en mensenrechten-experts,” ontvangt dit jaar 169.400 euro van de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah. Eén van de doelstellingen van het gesubsidieerde project is het indienen van petities bij het Israelische Hooggerechtshof, het starten van juridische procedures en “het dwingen van de Israelische overheid een duidelijk standpunt in te nemen over ongeautoriseerde nederzettingenbouw en landjepik.”

Waarom moet de Israelische regering gedwongen worden tot het duidelijk maken van een standpunt met behulp van Nederlands belastinggeld? De Nederlandse regering zou dit via directe kanalen met de Israelische autoriteiten moeten kunnen vragen. Met de andere genoemde doelstellingen lijkt Nederland daarnaast weinig vertrouwen te hebben in de Israelische rechtsgang. 

Geen geld naar OESO-landen met een functionerende rechtsstaat
Onlangs is een motie aangenomen over geen geld voor mensenrechten naar OESO-landen met een functionerende rechtsstaat.  Kamerleden Sven Koopmans (VVD) en Martijn van Helvert (CDA) verzoeken in deze motie de regering “behoudens relevante uitzonderingen, voortaan geen middelen uit het Mensenrechtenfonds meer te besteden aan OESO-landen met een functionerende rechtsstaat.” Israel is sinds 2010 lid van de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. De Israelische organisaties zeggen echter in de Palestijnse gebieden werkzaam te zijn. Het is dan ook benieuwend of organisaties als Breaking The Silence en Yesh Din volgens Kabinet Rutte III onder deze motie niet langer op Nederlands belastinggeld hoeven te rekenen.