Nederland steunt illegale Palestijnse bouwprojecten

Nederland steunde in de afgelopen jaren met tientallen miljoenen euro’s illegale Palestijnse bouwprojecten in Gebied C op de Westelijke Jordaanoever. Via onder andere de Palestijnse landbouworganisatie Union Agriculture & Works Committees (UAWC), waarvan werknemers verdacht worden van de bomaanslag waarbij de 17-jarige Rina Shnerb is vermoord, blijkt het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken bouwprojecten zonder vergunning te financieren.

Volgens een brief aan de Kamer van ministers Sigrid Kaag (Ontwikkelingssamenwerking) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) is informatie in vrijgegeven verslagen, financiële rapporten en audits over UAWC weggelakt waar deze informatie zou kunnen leiden tot “vernieling” door Israelische autoriteiten van door Nederland gesteunde bouwprojecten. Het gaat hier namelijk om projecten zonder goedgekeurde vergunning – oftewel illegale bouwprojecten. Ook werden namen van werknemers van de organisatie gecensureerd, “omwille van de privacy”, nadat UAWC eerder betrapt was op het betalen van de moordenaars van Rina Shnerb met Nederlands belastinggeld.

Volgens de Oslo-akkoorden heeft Israel zowel militair als civiel zeggenschap over gebied C op de Westelijke Jordaanoever. Daarom moeten vergunningaanvragen voor nieuwe bouwwerken bij de Israelische civiele administratie ingediend worden. Volgens critici krijgen Palestijnen echter zelden toestemming om te bouwen in het gebied. Dat het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken de locaties van de projecten weglaat – fundamentele informatie voor vergunningaanvragen – in een poging dit voor Israelische autoriteiten achter te houden, suggereert dat van vergunningaanvragen geen sprake (meer) is. Daarmee zou Nederland actief bijdragen aan een politieke campagne waarbij op illegale wijze gebouwd wordt in C-gebied en sprake is van ondermijning van de Oslo-akkoorden.

Extern onderzoek naar UAWC

Op 23 augustus 2019 vond een dodelijke bomaanslag plaats bij de Ein Bubin-bron, nabij de nederzetting Dolev. De 46-jarige rabbijn Eitan Shnerb en zijn 19-jarige zoon Dvir raakten gewond toen het explosief afging. De 17-jarige Rina kwam bij de aanval om het leven. Na de aanslag heeft de Israelische veiligheidsdienst Shin Bet een aantal terreurverdachten gearresteerd, die allen tot dezelfde PFLP-cel zouden behoren die achter de aanslag zit. Samer Arbid wordt ervan verdacht de celleider te zijn. Arbid was eerder de financieel directeur van de UAWC, en werd de afgelopen jaren regelmatig gearresteerd omdat hij deel uitmaakt van de PFLP. Een andere medewerker van UAWC, Abdul Razeq Farraj, wordt ook verdacht van betrokkenheid bij de aanslag en is net als Arbid in Israëlische detentie. Extra pijnlijk daarbij is dat Farraj op bezoek is geweest bij de Nederlandse vertegenwoordiging te Ramallah.

Voor de periode van 2017 tot en met 2021 had de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah ruim 11,2 miljoen dollar vrijgemaakt voor de Palestijnse Union of Agricultural Work Committees (UAWC). De subsidie is bedoeld voor de tweede fase van een land- en waterbeheerprogramma. Voor de eerste fase van dit project ontving UAWC ook al geld van de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah. Toen ging het om zo’n 8,4 miljoen dollar. Bij elkaar subsidieert Nederland deze NGO dus voor bijna 20 miljoen dollar.

Al in mei 2019 werd het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken gewaarschuwd voor banden met terreur bij de UAWC. Daarnaast werd al in de jaren 90 de organisatie door het Amerikaanse state department aangeduid als de landbouwarm van de PFLP. De waarschuwingen werden door het ministerie van Buitenlandse Zaken echter genegeerd en afgedaan met een reactie dat het ministerie niet over eigenstandige informatie beschikte die de beschuldigingen bevestigt.

Op 20 juli 2020 gaf minister van Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag in antwoord op Kamervragen toe dat UAWC-werknemers werden verdacht van betrokkenheid bij de aanslag. Hierop werd de Nederlandse geldstroom naar de Palestijnse NGO stopgezet in afwachting van een onderzoek. 

Op 30 augustus 2020 heeft de PFLP een bericht uitgebracht waarin wordt bevestigd dat Samer Arbid een commandant van de terreurgroep is en betrokken is bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron. De gewapende tak van de PFLP – de Abu Ali Mustafa Brigades – heeft tevens op haar Telegramkanaal hetzelfde statement gepubliceerd naar aanleiding van het overlijden van de 82-jarige moeder van de terreurverdachte. In het bericht noemt de PFLP Samer Arbid “de gevangen commandant, een van de helden van de heröische Bubin-operatie“.

Gezien het veelvuldig weglakken van belangrijke informatie, rijst de vraag hoe zorgvuldig het onderzoek naar UAWC wordt uitgevoerd. Eerder zette Tweede Kamerlid Tunahan Kuzu al vraagtekens bij de subsidiestop voor UAWC, en onlangs in nieuwe Kamervragen noemde de DENK-voorman het “buitengewoon wrang” dat een “vitale NGO als UAWC door Nederlands toedoen reeds substantiële schade heeft geleden”. Een op zijn zachtst gezegd opmerkelijke uitlating naar aanleiding van een onderzoek na een dodelijke aanslag. 

Selectiecriteria gesubsidieerde NGO’s ‘toereikend’

Al in 2018 bleek dat een andere door Nederland gesteunde NGO, Ma’an Development Center, terroristen van PFLP op de loonlijst had staan. Toch concludeerden Kaag en Blok dat zij daar niet genoeg “eigenstandige informatie” hadden om erover te oordelen, maar tegelijkertijd dat de selectiecriteria voor NGO’s die door Nederland gesubsidieerd worden “toereikend” zouden zijn. Ma’an had zelf bevestigd dat het omgekomen PFLP-lid bij hen in dienst was geweest.

Naar aanleiding van het onderzoek naar UAWC, vroegen Kamerleden of de ministers bereid waren alsnog onderzoek te doen naar Ma’an Development Center. Blok en Kaag achtten dit echter niet nodig daar de subsidierelatie met de NGO inmiddels ten einde was gekomen en de persoon in kwestie al was overleden.