“Nederland verwelkomt Arafats uitspraken tegen de mortierbeschietingen”

Van Aartsen in brief aan Kamer: “Nederland verwelkomt Arafats uitspraken tegen de mortierbeschietingen”

“Aan Palestijnse kant wordt het geweld in stand gehouden door georganiseerde elementen, waarbij Islamitische organisaties en andere radicale groeperingen steeds meer terrein winnen op de Palestijnse Autoriteit van president Arafat. Indien zich niet op korte termijn een verandering ten goede in de huidige situatie voordoet, is de kans groot dat Arafat geen andere uitweg ziet dan te proberen het voortouw op dit gebied van de radicale oppositie over te nemen.” Dit is één van de belangrijkste conclusies van Minister Van Aartsen in zijn brief aan de Tweede Kamer over zijn recente rondreis door het Midden-Oosten.

De minister van Buitenlandse Zaken voerde overleg met Sjimon Peres en premier Ariel Sharon, de toenmalige Egyptische minister van Buitenlandse zaken Amr Moussa en president Hosni Moebarak, de Jordaanse premier Abdul Khatib en de Palestijnse voormannen Jasser Arafat en Nabil Sha’at. Verder sprak de Minister in Israel en de Palestijnse gebieden nog met vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties, de speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voor de regio, alsmede met de Amerikaanse ambassadeur in Tel Aviv.

In de brief, die op 11 mei aan de Kamer werd gestuurd, wordt geen gewag gemaakt van Nederlandse kritiek op de regelmatig ophitsende wijze waarop de officiële Palestijnse, Egyptische en Jordaanse media over Israel en Joden berichten. Evenmin geeft de Minister blijk van enig wantrouwen over de rol, die Jasser Arafat nu al speelt bij de Palestijnse geweldplegingen. Veel beschietingen op Israelische doelen worden uitgevoerd door met de Palestijnse Autoriteit gelieerde organisaties, zoals de Tanziem en Force 17.

“In mijn gesprek met president Arafat heb ik gesteld dat Nederland diens uitspraken tegen de mortierbeschietingen verwelkomde, evenals zijn veroordeling tegenover mij van pogingen om scheepsladingen met wapens de gebieden onder controle van de Palestijnse Autoriteit binnen te smokkelen. Het was evenwel duidelijk dat een veel grotere inspanning van de Palestijnse Autoriteit en de blijvende persoonlijke inzet van president Arafat op dit gebied vereist waren.”

In zijn gesprek met premier Sharon heeft Van Aartsen “aangedrongen op volledige bevriezing van alle nederzettingenactiviteiten, inclusief de zogenaamde ‘natuurlijke aanwas’ – een begrip waarvan in de praktijk is gebleken dat het vrijwel geen beperkingen stelt aan verdere uitbreiding van de bouwactiviteiten”, aldus de brief.

In Van Aartsens rapportage aan de Kamer citeert hij premier Sharon om de kwaliteit van de Europees-Israelische relaties te typeren: “Premier Sharon liet zich kritisch uit over het Midden-Oosten beleid van de Europese Unie, dat hij kenschetste als ‘onevenwichtig’. Hieraan voegde hij overigens toe, dat hij deze karakterisering niet van toepassing achtte op Nederland.”

Om uit de huidige geweldsspiraal te komen dienen volgens de Minister de partijen het Mitchell voorstel te aanvaarden. Er zouden de volgende stappen dienen te worden gezet: “Een staakt het vuren en beëindiging van alle geweld (inclusief hervatting van de veiligheidscoordinatie en terugtrekking van het Israelische leger naar stellingen van voor het uitbreken van de intifada), en vertrouwenwekkende maatregelen, zoals stappen om de economische en humanitaire omstandigheden van de Palestijnse bevolking te verlichten, een volledige bevriezing van alle nederzettingenactiviteiten in de bezette gebieden, en hervatting van het overleg over de implementatie van de interim-akkoorden.” Hieraan zou naar de mening van de Minister moeten worden toegevoegd: “een effectievere internationale inspanning om een gezonde institutionele en democratische ontwikkeling van het Palestijnse bestuur te bevorderen. Immers, de huidige bestuurlijke zwakte van de Palestijnse Autoriteit dreigt haar gezag uit te hollen. Indien deze ontwikkeling niet tijdig wordt gekeerd kan het gevolg slechts zijn dat de Autoriteit noch door Israel noch door de eigen bevolking gezien zal worden als een geloofwaardige en betrouwbare partner waarmee in een tweestaten oplossing kan worden samengeleefd en die een politiek en institutioneel kader biedt waarin de Palestijnse bevolking perspectief heeft op een betere toekomst.”

Tot slot kondigt de bewindsman aan tijdens de vergadering van de Europese Unie over het Associatieakkoord met Israel artikel 2 van dit verdrag aan de orde te willen stellen. Dit artikel ziet erop toe, dat Israel de mensenrechten, in dit geval die van de Palestijnse buren, eerbiedigt.

Na het bezoek van de Minister aan het Midden-Oosten zocht hij in de VS zijn Amerikaanse ambtgenoot Powell op. Het gespreksonderwerp was voornamelijk het Midden-Oosten. Over de inhoud van de besprekingen zijn verder geen mededelingen gedaan.