Nederlandse diplomaten Ramallah op de foto met Palestijnse terreurverdachten

Diplomaten van het Nederlandse vertegenwoordigingskantoor in de Palestijnse stad Ramallah staan op de foto met de verdachte van de terreuraanval waarbij vorig jaar de 17-jarige Rina Shnerb om het leven kwam. De foto’s, die in 2017 op de Facebookpagina van het Nederlandse kantoor in Ramallah zijn geplaatst, werden woensdagavond gepubliceerd op GeenStijl. Ze werden genomen ter gelegenheid van het ondertekenen van het subsidiecontract met de omstreden Union of Agricultural Work Committees (UAWC).

Op de foto poseren diplomaten Henny de Vries en Wijnand Marchal met terreurverdachte Abdul Razeq Farraj. Op de foto staan ook Rezeq Al-Barghothy en Ubai Aboudi, die net als Razeq Farraj gelieerd zijn aan het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). De bewering van minister Kaag (Ontwikkelingssamenwerking), dat er nog steeds geen aanwijzingen bekend zijn dat de UAWC banden onderhoudt met de PFLP, is dan ook ongeloofwaardig.

Op 23 augustus vond een dodelijke bomaanslag plaats bij de Ein Dubin-bron, nabij de nederzetting Dolev. De 46-jarige rabbijn Eitan Shnerb en zijn 19-jarige zoon Dvir raakten gewond toen het explosief afging. De 17-jarige Rina kwam bij de aanval om het leven. Na de aanslag heeft de Israelische veiligheidsdienst Shin Bet een aantal terreurverdachten gearresteerd, die allen tot dezelfde PFLP-cel zouden behoren die achter de aanslag zit. Samer Arbid wordt ervan verdacht de celleider te zijn. Arbid was eerder de financieel directeur van de UAWC.

Ook andere banden tussen de UAWC en de PFLP zijn uitgebreid gedocumenteerd. USAID, het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingssamenwerking, noemde de UAWC reeds in 1993 (!) de “landbouworganisatie” van de PFLP. De Palestijnse factie Fatah zegt ook dat de UAWC gelieerd is aan de PFLP. In het rapport Terrorists in Suits van het Israëlische ministerie van Strategische Zaken komen ook meerdere banden tussen PFLP-leden en de Palestijnse NGO naar voren.

Prominente PFLP-leden

Rezeq Al-Barghothy, uiterst links op de woensdag gepubliceerde foto, is bestuursvoorzitter van de UAWC. Daarnaast wordt hij – zo blijkt uit onderzoek van NGO Monitor – gezien als de vertegenwoordiger van Ahmad Sa’adat, secretaris-generaal van de PFLP en momenteel gevangene in een Israelische gevangenis. Als zodanig wordt Al-Barghothy ook beschreven in Palestijnse media. Ook nam hij deel aan een solidariteitsbijeenkomst voor Palestijnse gevangenen, waar Al-Barghothy werd gefotografeerd met PFLP-flyers in zijn handen. Dit was reeds in 2016 bekend, voordat hij werd verwelkomd op het Nederlandse kantoor in Ramallah.

Uiterst rechts staat Ubai Aboudi. De Palestijn werd volgens het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken al in 2005 gearresteerd omdat hij deel uitmaakte van een terreurcel. Aboudi was van plan om te assisteren bij het vervoeren van zelfmoordterroristen en een autobom naar een museum in Israel. Onlangs zat hij nog vier maanden in een Israelische cel vanwege zijn lidmaatschap van de PFLP. PFLP’er Abdul Razeq Farraj zou hem de opdracht hebben gegeven meer leden te ronselen voor zijn terreurcel.

De derde PFLP’er die op de foto staat met Nederlandse diplomaten is Abdul Razeq Farraj, direct verantwoordelijk voor de moordaanslag op de 17-jarige Rina. Farraj zat tussen 1985 en 1991 een celstraf uit voor zijn lidmaatschap van de PFLP. Na zijn vrijlating bleef hij zich bezighouden met terrorisme, en werd hij om de haverklap opgepakt. Zo zat Farraj drie maanden na zijn bezoek aan de Nederlandse vertegenwoordiging in februari 2017 alweer in de cel.

Op 23 oktober 2019 werd Abdul Razeq Farraj opnieuw gearresteerd, deze keer op verdenking van betrokkenheid bij de aanslag in Dolev. Hij zou volgens de aanklacht samen met hoofdverdachte Samer Arbid – die tevens werkzaam is geweest voor de UAWC – verantwoordelijk zijn geweest voor het voorbereiden van de bomaanslag. Arbid hield Farraj op de hoogte van alle ontwikkelingen, en de laatstgenoemde rekruteerde ook nieuwe terroristen.

Glashard ontkend

Afgelopen maandag gaf minister Kaag eindelijk toe dat twee van de verdachten van de dodelijke aanslag gedeeltelijk betaald werden met Nederlandse subsidiegelden. CIDI, UK Lawyers for Israel en NGO Monitor vroegen hier reeds maanden aandacht voor, maar tot nu toe werden de banden tussen de UAWC en de terreurbeweging glashard ontkend in Den Haag. De PFLP-affiliatie van meerdere UAWC-medewerkers was echter reeds bekend toen zij op 2 februari 2017 in Ramallah het subsidiecontract met Nederland kwamen ondertekenen. Ook andere bewijzen, zoals het 27 jaar oude USAID-rapport, werden genegeerd.

Toch probeert de minister nog altijd de banden tussen de ‘landbouworganisatie’ en de PFLP te bagatelliseren. “Nee, er zijn geen aanwijzingen bekend bij Nederland en andere donoren dat UAWC banden onderhoudt met de PFLP. Subsidiering had dan geen doorgang kunnen vinden”, aldus Kaag afgelopen maandag in antwoord op Kamervragen. Opvallend, gezien het feit dat drie van de vier aanwezigen bij het ondertekenen van het subsidiecontract banden hebben met de terreurgroep. Minister Kaag heeft een onderzoek ingesteld naar de banden. De subsidie is om deze reden opgeschort, maar het is niet uitgesloten dat Nederland de UAWC weer gaat financieren.

Politiek activisme in Ramallah

De Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah stond overigens al niet bekend als een diplomatieke post met een schoon blazoen. Er lijkt structureel sprake te zijn van pro-Palestijnse sympathieën. Zo huurde de vorige Nederlandse vertegenwoordiger, Peter Mollema, bijvoorbeeld zijn eigen zoon in als stagiair en was hij verantwoordelijk voor subsidie aan een anti-Israel organisatie waar zijn eigen zoon voor werkte. Mollema was tevens hoofd van de Nederlandse missie ten tijde van de subsidieverlening aan de UAWC.

Wijnand Marchal, momenteel werkzaam bij de Nederlandse ambassade in Boekarest, gaf in januari een ‘like’ op het besluit van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) om een delegatie van de ChristenUnie te boycotten. In het beledigende PLO-statement werd CU-Kamerlid Joël Voordewind een “anti-Palestijnse activist” genoemd. Naar aanleiding van de ophef over het hartje op het bericht, heeft de ambtenaar zijn Twitter-account op slot gezet en meerdere accounts die een interactie aangingen met de tweet die op de ‘like’ wezen geblokkeerd.

In het huisvestingsbeleid van werknemers van de Nederlandse diplomatieke posten in Israel en de Palestijnse gebieden lijkt daarnaast sprake te zijn van een dubbele standaard omtrent de status van Jeruzalem. Hoewel diplomaten werkzaam voor de Nederlandse ambassade in Israel uit praktische overwegingen in Tel Aviv wonen, is personeel van de Nederlandse vertegenwoordiging in de Palestijnse stad Ramallah woonachtig in Oost-Jeruzalem. De laatstgenoemde keuze is echter gemaakt om politieke redenen.

Waar CIDI vorig jaar al op wees, geeft minister Kaag nu eindelijk ook toe: er gingen Nederlandse subsidies naar een Palestijnse NGO met terreurverdachten van de PFLP in dienst. Lees meer over deze zaak →