Nederlandse missie naar Iran

Aan de ambtelijke missie naar Iran, die de ministeries van economische zaken en buitenlandse zaken in Den Haag momenteel voorbereiden, zullen scherpe voorwaarden moeten worden verbonden. Het bezoek kan niet alleen het binnenhalen van vette orders tot doel hebben, maar zal vooral onze zorg over de bewapening van Iran en de situatie van de mensenrechten tot uitdrukking moeten brengen.

door Ronny Naftaniel

Onder president Khatami worden nog steeds op grote schaal tegenstanders van het regime vermoord. Sinds zijn aantreden vorig jaar zijn 250 mensen in het openbaar geëxecuteerd en 7 gestenigd, terwijl 27 politieke dissidenten in het buitenland zijn omgebracht. Ook de recente veroordeling van de gematigde burgemeester van Teheran, Gholam Hossein Karbaschi, tot vijf jaar gevangenisstraf is een bewijs dat de meer verlichte vleugel binnen de Islamitische Republiek het nog lang niet alleen voor het zeggen heeft.

Zorgelijk is ook de lancering eind juli van een middenlange-afstandsraket die een actieradius van 1300 kilometer heeft. Met deze Shahab-3 raket is Iran in staat vrijwel alle Arabische staten, Israel en een gedeelte van Turkije te raken. Er bestaat onrust over het gemak waarmee Russische ingenieurs, die dezer dagen geen droog brood verdienen, hun kennis naar Iran hebben geëxporteerd. Israelische wetenschappers vermoeden dat het nog twee tot vijf jaar zal duren, voordat Iran met Russische hulp de Shahab-4 operationeel heeft. Deze raket heeft een bereik van ruim 2000 kilometer en kan een nucleaire of chemische lading vervoeren. President Khatami laat er geen misverstand over bestaan voor wie die raketten op termijn bestemd zijn. Voor Israel, dat in augustus door Khatami weer eens “een plaag” werd genoemd, “die niet zou moeten bestaan”. Toch mag niet uitgesloten worden, dat ook de Arabische staten potentieel doelwit zijn. Iran koestert grote aspiraties in de historische regionale belangentegenstelling tussen Arabieren, Turken en Iraniërs.

De Amerikaanse sancties en de door de Europese Unie bepleite, maar nauwelijks toegepaste, kritische dialoog met Teheran hebben Iran er niet van kunnen weerhouden een gevaarlijk wapenpotentieel te ontwikkelen. Evenmin hebben zij de bevolking in staat gesteld het theocratische juk, waaronder zij sinds de islamitische revolutie gebukt gaat, van zich af te werpen. Er is onder president Khatami slechts een fragiele opening naar het Westen tot stand gekomen, die thans gebruikt kan worden om de Iraanse bevolking aan te moedigen naar meer democratie te streven. Alleen op die basis kan een Nederlandse ambtelijke delegatie straks naar Teheran vertrekken. Elk overdreven eerbetoon, zoals de Fransen voortdurend doen, zal daarbij uit den boze moeten zijn. Harde kritiek dient niet te worden geschuwd en niet de geringste indruk mag worden gewekt produkten te willen leveren die ten goede kunnen komen aan de militaire opbouw van Iran.