Nederlandse vertegenwoordiging Ramallah bezorgd over opschorting betalingen UAWC

De Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah is “bezorgd” over de opschorting van betalingen aan UAWC. Dat schrijven ministers Blok en Kaag in antwoord op Kuzu, die verontrust is over de continuïteit van de Palestijnse NGO nu deze onderzocht wordt na een dodelijke aanslag.

Op 23 augustus 2019 vond een dodelijke bomaanslag plaats bij de Ein Bubin-bron, nabij de nederzetting Dolev. De 46-jarige rabbijn Eitan Shnerb en zijn 19-jarige zoon Dvir raakten gewond toen het explosief afging. De 17-jarige Rina kwam bij de aanval om het leven.

Na de aanslag heeft de Israelische veiligheidsdienst Shin Bet een aantal terreurverdachten gearresteerd, die allen tot dezelfde PFLP-cel zouden behoren die achter de aanslag zit. Samer Arbid wordt ervan verdacht de celleider te zijn. Arbid was eerder de financieel directeur van de UAWC, en werd de afgelopen jaren regelmatig gearresteerd omdat hij deel uitmaakt van de PFLP. De Palestijnse terreurorganisatie heeft erkend dat Arbid een van haar commandanten is en betrokken was bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron.

Een andere medewerker van UAWC, Abdul Razeq Farraj, wordt ook verdacht van betrokkenheid bij de aanslag. Hij zou volgens de aanklacht samen met hoofdverdachte Arbid verantwoordelijk zijn geweest voor het voorbereiden van de aanval. Arbid hield Farraj op de hoogte van alle ontwikkelingen, en de laatstgenoemde rekruteerde ook nieuwe terroristen. Hoewel Farraj sinds 1985 om de haverklap werd opgepakt voor terroristische activiteiten, ging hij 2017 als vertegenwoordiger van de UAWC op de foto met Nederlandse ambtenaren. Beide PFLP’ers ontvingen bovendien tot voor kort salaris uit de Nederlandse subsidiepot.

Op 20 juli 2020 gaf minister van Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag in antwoord op Kamervragen toe dat UAWC-werknemers worden verdacht van betrokkenheid bij de aanslag. Hierop werd de Nederlandse geldstroom naar de Palestijnse NGO stopgezet in afwachting van een onderzoek.

Kuzu: subsidiestop UAWC ‘buitengewoon wrang’

Voor DENK-Kamerlid Tunahan Kuzu is de moord op de 17-jarige Rina Shnerb geen prioriteit. In plaats daarvan diende hij schriftelijke Kamervragen in waarin hij de voorlopige subsidiestop aan UAWC “buitengewoon wrang” noemt. Volgens Kuzu is UAWC een  “vitale NGO als UAWC door Nederlands toedoen reeds substantiële schade heeft geleden”. De dodelijke schade bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron laat het DENK-Kamerlid voor het gemak achterwege in zijn vragen.

Ministers Sigrid Kaag en Stef Blok schrijven dat dat door UAWC geplande activiteiten als gevolg van het opschorten van de Nederlandse financiering “geen of slechts gedeeltelijke doorgang kunnen vinden”. Volgens de ministers van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken hebben aannemers in de Palestijnse gebieden het al “extra moeilijk” door de coronacrisis, en zitten zij door het Nederlandse besluit met onbetaalde rekeningen. “De Nederlandse Vertegenwoordiging in Ramallah is in contact met UAWC en de andere organisaties in het consortium die bezorgd zijn over de gevolgen van het opschorten van de verdere betalingen over de gevolgen van het besluit voor de betrokken boeren en ondernemers”, aldus Kaag en Blok. De dood van Rina Shnerb, en of de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah hierover bezorgd is, wordt in de antwoorden op de Kamervragen niet genoemd.

De ministers wijzen erop “dat het werk van UAWC met Nederlandse steun slechts een deel betreft van het werk van Israëlische, Palestijnse en internationale organisaties ten behoeve van de Palestijnse inwoners van Area C”. Het gaat hier deels om illegale projecten waar geen vergunning voor wordt aangevraagd in het gebied waar volgens de Oslo-akkoorden Israël zowel militair als civiel zeggenschap over heeft. De Nederlandse regering steunt dit willens en wetens met tientallen miljoenen euro’s.

“UAWC wordt door een brede groep landen gesteund, en is niet uitsluitend afhankelijk van Nederlandse financiering”, zo schrijven de ministers. Volgens Blok en Kaag kan de Palestijnse NGO met steun van andere donoren “andere delen van diens werkzaamheden uitvoeren, die geen onderdeel uitmaken van het door Nederland gefinancierde programma”.

Het Kabinet zal dan ook “geen stappen zetten om de continuïteit van UAWC te waarborgen”. Ministers Blok en Kaag stellen dat het besluit om een extern onderzoek in te stellen naar mogelijke banden tussen UAWC en PFLP en verdere betalingen op te schorten een “uitzonderlijke stap” is. 

Selectiecriteria gesubsidieerde NGO’s ‘toereikend’

Al in 2018 bleek dat een andere door Nederland gesteunde NGO, Ma’an Development Center, terroristen van PFLP op de loonlijst had staan. Toch concludeerden Kaag en Blok dat zij daar niet genoeg “eigenstandige informatie” hadden om erover te oordelen, maar tegelijkertijd dat de selectiecriteria voor NGO’s die door Nederland gesubsidieerd worden “toereikend” zouden zijn. Ma’an had zelf bevestigd dat het omgekomen PFLP-lid bij hen in dienst was geweest.

Naar aanleiding van het onderzoek naar UAWC, vroegen Kamerleden of de ministers bereid waren alsnog onderzoek te doen naar Ma’an Development Center. Blok en Kaag achtten dit echter niet nodig daar de subsidierelatie met de NGO inmiddels ten einde was gekomen en de persoon in kwestie al was overleden.

Op 30 augustus 2020 heeft de PFLP een bericht uitgebracht waarin wordt bevestigd dat Samer Arbid een commandant van de terreurgroep is en betrokken is bij de aanslag bij de Ein Bubin-bron. De gewapende tak van de PFLP – de Abu Ali Mustafa Brigades – heeft tevens op haar Telegramkanaal hetzelfde statement gepubliceerd naar aanleiding van het overlijden van de 82-jarige moeder van de terreurverdachte. In het bericht noemt de PFLP Samer Arbid “de gevangen commandant, een van de helden van de heröische Bubin-operatie“.

Opvallend genoeg wordt de bevestiging door de PFLP door ministers Blok en Kaag tot nu toe verzwegen in brieven aan de Kamer. Daarnaast wordt belangrijke informatie in geopenbaarde documenten veelvuldig weggelakt, waardoor de vraag rijst hoe zorgvuldig het onderzoek naar UAWC wordt uitgevoerd. Volgens Blok en Kaag zal het externe onderzoek “begin mei” zijn afgerond.

Noemenswaardig is dat tot dusverre zover bekend niemand namens de Nederlandse regering contact heeft opgenomen met de nabestaanden van Rina Shnerb. Al in september berichtte de Telegraaf dat de vader van Rina, Eitan Shnerb die bij de aanslag gewond raakte, nooit iets van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft mogen vernemen. Dit zet niet alleen vraagtekens bij het onderzoek, maar is ook – om de woorden van Kuzu te gebruiken – buitengewoon wrang.