“Netanyahu en Abbas moeten flexibel zijn als Begin en Sadat”

Zondag 26 september om middernacht liep de bouwstop in Joodse nederzettingen af. Een stilzwijgend compromis lijkt hoopgevend: Israel bouwt alleen in blokken die waarschijnlijk worden uitgeruild, en dan blijft Abbas praten. Het kan. Ook Begin en Sadat waren 32 jaar geleden verdeeld over de nederzettingen: met hetzelfde geduld en flexibiliteit kunnen ook Netanyahu en Abbas eruit komen, betoogt Ronny Naftaniel.

Netanyahu en Abbas moeten geduld en flexibiliteit tonen

Op 26 september staat het onlangs hervatte vredesproces tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit voor zijn eerste grote krachtproef. De door Israel ingestelde tijdelijke bouwstop in de Joodse nederzettingen loopt dan af en premier Netanyahu heeft laten weten niet voor verlenging te voelen. In dit geval dreigt president Abbas de prille vredesbesprekingen te staken. Om dit dilemma, zonder heilloze drukmiddelen, te doorbreken zouden Abbas en Netanyahu even de klok 32 jaar moeten terugzetten. Toen sloten president Sadat van Egypte en premier Begin de Camp David Accoorden. De onderhandelingen die tot deze baanbrekende overeenkomst leidden, kunnen hen een cruciale les leren over hoe ze met de weerbarstige nederzettingenproblematiek dienen om te gaan.

Net als premier Netanyahu was premier Begin een aanhanger van de bouw van Joodse nederzettingen. Velen zagen in 1977  dan ook de verkiezingswinst van Likudleider Begin als een ernstige tegenslag voor vredesonderhandelingen met de Arabische wereld. Door toch naar Jeruzalem te komen en met aartsvijand Israel over vrede te onderhandelen liep de toenmalige Egyptische president Sadat, net als president Abbas nu, een groot risico als verrader te worden weggezet. En evenals Abbas vandaag eiste de Egyptische president de ontmanteling van alle Joodse nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever. Hij waarschuwde dat voortgaande huizenbouw het vredesproces zou torpederen. Toch wisten Begin en Sadat over hun eigen schaduw heen te stappen en de nodige flexibiliteit op te brengen wat hen een Nobelprijs en later een duurzame en stabiele vrede opleverde.

De Camp David Akkoorden bestonden uit twee onderdelen: de terugtrekking van Israel uit de Sinai woestijn en een regeling voor de toekomst van de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook. President Sadat had erop gestaan deze beide gebieden bij de Akkoorden te betrekken om niet de indruk te wekken de Palestijnse zaak te verkwanselen. Hij slaagde daar overigens maar gedeeltelijk in omdat de Palestijnen niet wilden mee onderhandelen. Sadat bracht premier Begin ertoe de ‘legitieme rechten van het Palestijnse volk’ te erkennen en zelfbestuur in Gaza en de Westelijke Jordaanoever toe te staan. Die belofte was nog ver weg van een rechtvaardige vredesregeling met het Palestijnse volk, die gebaseerd moet zijn op twee onafhankelijke en erkende staten, maar voor een “havik”als Begin was het al heel wat.

Veel minder bekend, maar niet minder indrukwekkend, was dat Begin, eens de grote voorvechter van vrije Joodse vestiging in geheel Eretz Israel, de kolonisten tijdens de onderhandelingen met Egypte beperkingen oplegde. Ha’aretz journalist Akiva Eldar en historicus Idith Zertal beschrijven in hun boek “Lords of the Land” hoe de Israelische regeringsleider de csaar van de kolonisten, Hanan Porath, eerst 12 nederzettingen in de Westoever beloofde en dit aantal later terugbracht tot 6, waarbij de kolonisten ook nog eens zonder familie in legerbases zouden worden ondergebracht. Bovendien dreigde Begin met geweld als de kolonisten zijn voorwaarden niet zouden accepteren.

De Palestijnse kwestie was cruciaal voor Sadat. De Joodse nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook brachten diepe schade toe aan zijn pogingen het Arabische verzet tegen vrede met Israel te breken. De uitstoting van Egypte uit de Arabische Liga toonde hoe eenzaam zijn positie was. En toch hield Sadat  niet vast aan het volledig bevriezen van de nederzettingen. Waarschijnlijk begreep hij de moeilijke situatie waarin ook Menachem Begin zich bevond tegenover zijn rechtse coalitie. Daarom bleef de Egyptische president onderhandelen ondanks het feit dat er nog in de nederzettingen gebouwd werd.

Premier Netanyahu zou er goed aan doen het voorbeeld van Menachem Begin te volgen door het bouwen in de nederzettingen na 26 september tot een minimum te beperken. Dat zal hem, net als Begin 32 jaar geleden, de mogelijkheid bieden de wensen van zijn electoraat te respecteren en tegelijkertijd te verhinderen dat extreme kolonisten het vredesproces opblazen met wilde, aanstootgevende bouwactiviteiten.

Anderzijds zouden de Palestijnse onderhandelaars zich niet moeten laten ontmoedigen door het op 26 september aflopen van de bouwstop. Hun beslissing afgelopen week om naar Sharm el Sheikh en Jeruzalem te komen, was hoopgevend, evenals de uitspraak van president Abbas afgelopen donderdag, dat “we allemaal weten dat er geen alternatief is voor vredesonderhandelingen. We hebben dus geen alternatief dan doorgaan met onderhandelen”. Sadat zette in 1978 de onderhandelingen stug voort en kreeg uiteindelijk de hele Sinai woestijn en een duurzame vrede ervoor terug. Dat zal nu niet anders te zijn.

Ronny Naftaniel
Directeur CIDI, Centrum Informatie en Documentatie over Israel