Ondanks PFLP-terrorist gaat Nederland selectiecriteria voor subsidies niet aanpassen

Ondanks de onthulling dat een PFLP-terrorist werkzaam is geweest bij een Palestijnse NGO die geld heeft ontvangen van onder andere Nederland, ziet de Nederlandse regering geen reden om haar selectiecriteria aan te passen. Deze zijn namelijk “toereikend om effectief te kunnen optreden tegen misstanden,” zo laten ministers Blok en Kaag weten in antwoord op Kamervragen.

In juli ontkende Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini van de Europese Commissie dat subsidies van de EU en haar lidstaten bij Palestijnse terroristen terecht komen. Dit naar aanleiding van dergelijke beschuldigingen door de Israelische minister van Strategische Zaken Gilad Erdan in een rapport.

Rond dezelfde tijd kwam het nieuws naar buiten dat een NGO die subsidies van verschillende Europese actoren – waaronder Nederland via het HR/IHL Secretariat – heeft ontvangen, een man in dienst had die tevens actief was bij de terreurorganisatie PFLP. Naar aanleiding van deze berichtgeving stelden Joël Voordewind (ChristenUnie), Han ten Broeke (VVD) en Kees van der Staaij (SGP) Kamervragen aan de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Ontoereikend antwoord
In antwoord op de Kamervragen, laten ministers Blok en Kaag weten dat het Kabinet niet in het bezit is van “eigenstandige informatie waaruit blijkt wat de veronderstelde affiliatie zou zijn” van de desbetreffende man. Een ontoereikend antwoord, gezien het Facebookprofiel van de man rijkelijk gevuld is met PFLP-propaganda en de terreurorganisatie zelf nota bene in een persbericht heeft laten weten dat hij “lid van het leiderschap van de PFLP in Deir al Balah” was.

Herziening Nederlandse selectiecriteria “niet aan de orde”
Desondanks zien ministers Blok en Kaag geen reden om de selectiecriteria voor Nederlandse subsidies te herzien. Deze zijn volgens de bewindspersonen op het ministerie van Buitenlandse Zaken “toereikend.” Dit Nederlandse standpunt is in tegenstelling tot Australië, dat naar aanleiding van de onthulling over de PFLP-terrorist een onderzoek is begonnen naar de desbetreffende NGO waar de militant werkzaam is geweest.

De Nederlandse ministers laten weten dat de huidige procedures “voldoende mogelijkheden” bieden om “adequaat op te treden indien er sprake blijkt te zijn van schending van de (subsidie)voorwaarden.” Als voorbeeld hiervan noemen Blok en Kaag het Women’s Affairs Technical Committee (WATC). Deze Palestijnse vrouwenorganisatie had een jeugdcentrum vernoemd naar de terroriste Dalal Mughrabi. Naar aanleiding hiervan zette Nederland de subsidies via het Secretariat aan WATC stop

Secretariat ontvangt nog steeds Nederlandse steun
Desondanks ontvangt het Secretariat-subsidiefonds nog steeds financiële steun van Nederland. Eerder dit jaar lieten minister Kaag en toenmalig minister Zijlstra weten dat de Nederlandse steun aan het controversiële Secretariat tot in ieder geval eind 2018 doorgaat. Verdere steun daarna wordt niet uitgesloten.

Het voorval met de PFLP-terrorist werkzaam bij een NGO die geld heeft ontvangen van het Secretariat is het zoveelste voorbeeld van de problematiek bij de subsidieverdeler. Het is dan ook te hopen dat de verantwoordelijke ministers een wijs besluit zullen nemen over waaraan Nederland financiële steun verleent na 2018.