Onderzoek legt antisemitisme in Amsterdam bloot

IN ANTISEMITISME / Door: LUUK SMIT / 23 jul 2021 AMSTERDAM ANTISEMITISME

De Gemeente Amsterdam heeft vanwege het diversiteitsbeleid meerdere onderzoeken uitgeschreven over discriminatie in de stad, waaronder het antisemitisme. De Gemeente Amsterdam heeft deze opdracht ingesteld als onderdeel van een breder onderzoek naar racisme en discriminatie in de stad. Zo zijn er ook onderzoeken gedaan naar onder andere anti-zwart racisme en discriminatie van LHBTI+-personen.

Onderzoeksbureau Dander heeft zich gericht op het antisemitisme in Amsterdam. Uit het onderzoek blijkt dat het niet best gesteld is met de situatie van Joodse Amsterdammers. Zo voelen vele Joodse Amsterdammers zich niet veilig en zien velen het nut van melden van antisemitische incidenten bij bijvoorbeeld CIDI of de politie niet in.   

Dander is een onderzoeksbureau gespecialiseerd in diversiteitsvraagstukken en werd mede daarom gevraagd door de gemeente Amsterdam om het antisemitisme in de stad te onderzoeken. 

Het onderzoek is gebaseerd op dataverzameling waarbij er 15 kwalitatieve interviews zijn gehouden, waarvan zowel fysiek als online. Verder waren er 61 mensen die de enquête hebben ingevuld, 7 online groepsgesprekken en uiteindelijk nog 8 reflectiegesprekken. Hiermee hopen de onderzoekers een goede dwarsdoorsnede te hebben gemaakt van de Joodse Amsterdammers. 

De resultaten en gevoelens van Joodse Amsterdammers worden in het onderzoek weergeven op basis van zes fictieve Amsterdammers, die allen een bepaalde (sub-)groep van de Joodse Amsterdammers vertegenwoordigen: jong, oud, links, rechts, religieus, seculier. In het onderzoek komen dus zes fictieve personen aan het woord, zij bestaan dus niet echt, maar zij vertegenwoordigen de verschillende Joodse Amsterdammers van vandaag. 

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste Joodse Amsterdammers te maken heeft met antisemitisme, al zijn sommigen daar laconieker over dan anderen. Veel Joodse slachtoffers zijn door eerdere ervaringen met politie niet erg happig om aangifte te doen, al weten de meesten van hen wel zowel het MDRA als CIDI te vinden om melding te doen van antisemitisme. Het meerderdeel ziet dat het antisemitisme is gestegen de afgelopen jaren, en maakt zich daar ook zorgen over. Een groot deel van de respondenten legt daarbij wel de taak van het aanpakken van antisemitisme expliciet niet bij de Joodse gemeenschap, maar bij de rest van de Amsterdammers. Zo stelt een respondent dat hij er niets aan kan doen hij toevallig Joods is, maar dat anderen wel wat kunnen doen aan hun gedrag tegen Joodse Amsterdammers.

Aan de hand van de resultaten geeft het rapport meerdere adviezen. Zo benadrukken de onderzoekers van Dander het belang van educatie. Educatie op middelbare scholen moet worden verbeterd, want een aanzienlijk deel van de respondenten is van mening dat educatie nu te vrijblijvend en niet toereikend is om werkelijk antisemitisme tegen te gaan. Zo wordt als reden daarvoor genoemd dat “…het filter van taboe op antisemitische uitingen is uitgewerkt” doordat de Tweede Wereldoorlog langer geleden is. Jongeren voelen dus geen connectie meer met het verleden en begrijpen niet het taboe op het in twijfel trekken van de historische gebeurtenissen in tegenstelling tot oudere generaties. 

De Holocaust ontkennen of bagatelliseren is steeds meer salonfähig. Vergelijkingen maken tussen de Holocaust en het Israelisch-Palestijns conflict komt ook regelmatig voor in Amsterdamse schoolklassen. 

Tevens wordt migratieachtergrond van jongeren genoemd en het ontbreken van een gedeelde geschiedenis bij de jongere generaties als reden waarom goede educatie belangrijk is. Jongeren met een migratieachtergrond hebben namelijk niet altijd de persoonlijke band met de Tweede Wereldoorlog die jongeren zonder een migratieachtergrond vaak wel hebben. Verder stelt het onderzoek van Dander dat door de negatieve houding ten aanzien van Joden en Israël, met name bij Amsterdammers met een migratieachtergrond, dat er dus meer aandacht zou moeten komen voor het onderwijs.

Het onderzoeksrapport benadrukt het belang van melden en monitoren van antisemitisme. Zo noemt het rapport de rol van CIDI cruciaal, wegens de naamsbekendheid en laagdrempeligheid van het melden.  Het rapport stelt desalniettemin wel dat het melden van antisemitische incidenten alleen niet genoeg is voor een helder beeld van antisemitisme in de stad. Daarom pleit zij dus ook voor meer onderzoek en coöperatie tussen politie, MDRA, CIDI en andere antidiscriminatievoorzieningen. Hiermee moet er vervolgens een beter beeld ontstaan van het antisemitisme in de stad.  Het rapport verlangt ook dat knelpunten rond het melden en aangifte doen van antisemitisme worden opgelost, zoals de onduidelijkheid over het nut van het melden en het gevoel van ontmoediging bij de slachtoffers, daar zij het gevoel hebben dat er weinig met hun aangiften is gebeurd in het verleden. 

Ten slotte zien de onderzoekers van Dander een groot belang in het meer zichtbaar maken van het levende jodendom en het leven van Amsterdamse Joden in de stad. Dit mede omdat veel Amsterdammers geen weet hebben van de Joodse wortels van de stad en omdat er in linkse activistische kringen veel onwetendheid over Joden, jodendom en het antisemitisme heerst. Met name omdat Joden vaak in een ‘negatieve context’, dat wil zeggen de Holocaust of het Israelisch-Palestijns conflict worden genoemd, hebben weinig mensen oog voor de positieve kant van de Joodse bijdrage aan de stad Amsterdam. Daarom juicht het rapport van Dander acties als het aansteken van de chanoekia op de Dam door Chabad Nederland en het plaatsen van reclames rond Pesach door de gemeente zeer toe. 

(bron: Twitter / @bartlvink)