Onderzoek professor Alan Johnson: Labour institutioneel antisemitisch

Het nieuw verschenen rapport van de Britse professor Alan Johnson “Institutionally antisemitic: Contemporary Left Antisemitism and the Crisis in the British Labour Party” behandelt op een uitgebreide maar overzichtelijke manier het antisemitismeprobleem in de Labourparty. Johnson komt in zijn onderzoek tot de conclusie dat de Labourpartij “institutioneel antisemitisch” is.

De rapportage is het tot nu toe meest omvattende te noemen over het antisemitisme dat sinds het aantreden van partijleider Jeremy Corbyn steeds meer is gaan sluimeren in de Labourpartij. Dankzij Johnsons sterk analytische insteek, inclusief ondersteuning met ruim 130 concrete voorbeelden van incidenten, biedt het rapport inzichten waarvan de relevantie tot buiten de Labourpartij zelf strekt.

“Over Johnsons rapport zou moeten worden nagedacht door eenieder die zich bekommert om de toekomst van gezond links en eenieder die het gevaar van intolerantie serieus neemt. Het zou een waarschuwing moeten bevatten voor democratisch links wereldwijd”, laat Mitchell Cohen van het Amerikaanse, socialistische blad Dissent Magazine weten.

Institutioneel racisme
Er zijn al langere tijd zorgen over antisemitische uitingen door partijleden- en functionarissen binnen Labour, en de manier waarop het partijbestuur hieraan gevolg heeft gegeven. In september afgelopen jaar stelde Labour-Lagerhuislid Chuka Umunna dat er binnen de partij sprake is van institutional racisme. Later claimde  Lagerhuislid Lucianna Berger eveneens dat er sprake is van ‘institutioneel antisemitisme’ in Labour. Beide zijn, samen met vijf andere leden van Labour, in februari dit jaar uit de partij gestapt om een onafhankelijke groep te vormen in het Lagerhuis. Ze wezen op de nalatige aanpak van het antisemitismeprobleem in Labour als voornaamste reden.

De term institutioneel racisme is bijzonder geladen in het Verenigd Koninkrijk. In 1993 werd de zwarte Britse tiener Stephen Lawrence vermoord met een racistisch motief. Een onderzoek onder leiding van Sir William Macpherson concludeerde in 1997 in een veelbesproken rapport dat het politieonderzoek naar aanleiding van de moord getekend was door institutioneel racisme. Het leidde op termijn tot diepgaande veranderingen in de normering omtrent discriminatie binnen Britse overheidsorganisaties. 

De definitie van institutioneel racisme die Johnson gebruikt in onderzoek naar het antisemitismeprobleem in Labour, ontleent hij dan ook uit het Macpherson-rapport. Deze luidt, vrij vertaald:

“Het collectieve falen van een organisatie om passend en professioneel diensten te verlenen aan mensen wegens hun kleur, cultuur of etnische afkomst”

Drie vormen van antisemitisme in Labour
Johnson identificeert drie types van antisemitisme binnen de partij. Ieder type wordt uitgebreid omschreven aan de hand van een reeks voorbeelden.

Type 1: ‘The Socialism of Fools’. Dit type omvat het klassiek antisemitische beeld van Joden als bankiers of anderszins ‘kapitalistische uitbuiters’, die het ultieme obstakel vormen voor de emancipatie voor de lage sociale klassen. De verspreiding van dit idee is in de geschiedenis van het socialisme vaak gepaard gegaan met het idee dat volledige assimilatie van het Jodendom (oftewel het einde van het Jodendom als collectieve identiteit) de enige oplossing is voor het probleem van antisemitisme.

Type 2: ‘klassiek’, of racistisch, antisemitisme. Dit type betreft de afschildering van Joden met klassieke vijandige stereotypen, bijvoorbeeld: Joden als leugenaars, als gierig, als samenzweerderig en als kwaadaardig. Deze stereotypen en bijbehorende voorbeelden zijn zo bot dat ze in sommige gevallen zelfs aan Nazipropaganda doen denken. Johnson wijdt dan ook weinig verdere uitleg aan dit type.  

Type 3: antisemitisch antizionisme. Dit betreft antisemitische uitingen die Israel gebruiken als frame. Wat opvalt aan deze uitingen, die zich presenteren als simpelweg kritiek op Israel, is dat ze antisemitische beeldspraak omvatten, maar hierbij het woord ‘Jood’ simpelweg vervangen met ‘zionist’ (of een beledigende term hiervoor). In de woorden van de marxistische historicus Eric Hobsbawn, wordt dit “antisemitisme aangekleed als antizionisme” genoemd.

“Smeercampagne”
In de hierop volgende hoofdstukken laat Johnson zien dat Labour het antisemitisme in haar gelederen onvoldoende herkent. Bestaande disciplinaire structuren en processen zijn daardoor niet in staat om hier gepast op te reageren. In bredere zin is een cultuur van antisemitisme en ‘victim blaming’ ontstaan. Het falen om “passend en professioneel diensten te verlenen”, zoals de definitie van institutioneel racisme leest, is volgens Johnson duidelijk aantoonbaar.

Partijfunctionarissen leggen beschuldigingen van antisemitisme vaak snel naast zich neer. Veel voorkomende reacties zijn dat het een probleem zou zijn van ‘een paar rotte appels’, of functionarissen trekken de discussie naar het bestaan van andere vormen van racisme (het zogeheten ‘whataboutism’). Ook van de verschillende vormen van nalatige reacties geeft Johnson uitgebreid voorbeelden.

Het verwijt dat het aankaarten van het antisemitismeprobleem een smeercampagne zou betreffen komt bijzonder veel voor. Met name het idee (in Johnsons woorden een mythe, omdat bewijs volledig ontbreekt) dat de beschuldigingen bedoeld zouden zijn om kritiek op Israel de mond te snoeren, wordt veel geopperd.

Deze reactie is volgens Johnson in het bijzonder zorgwekkend, omdat het een vorm van ‘victim blaming’ (het slachtoffer de schuld geven) is. Hiermee wordt niet alleen het probleem (antisemitische uitingen in de partij) ontkend, ook worden degenen die het aankaarten automatisch bestempeld tot handlangers in een gecoördineerde smeercampagne. Dit leidt tot een narratief dat introspectie – die noodzakelijk is om het inmiddels wijdverspreide probleem aan te pakken – nog minder waarschijnlijk maakt.

Officieel onderzoek
Johnson sluit af met een reeks aanbevelingen om het tij te keren. Bestaande mechanismen voor het omgaan met klachten over racisme en haatspraak in de partij moeten uiteraard beter. Ook kan de partij ervoor kiezen op thema’s over het Iraelisch-Arabisch op te trekken met zowel pro-Palestina als pro-Israel groeperingen die een vredige oplossing van het conflict vooropstellen. Een romantiserend beeld van alle Palestijnse groeperingen, zonder enige nuance, helpt hierbij niet.

Zelf is Johnson somber gesteld over de kansen op verbetering, gezien de mate waarin het probleem geworteld is geraakt. Verwijzend naar een essay van Mitchell Cohen uit 2008 met de titel “Anti-Semitism and the Left that Doesn’t Learn”, ziet hij te weinig bereidheid in Labour tot introspectie en een gebrek aan wil om te leren en het probleem bij de wortel aan te pakken.

De publicatie van het rapport komt kort nadat de Equality and Human Rights Commission (commissie voor gelijkheid en mensenrechten, EHRC) heeft aangekondigd een onderzoek te starten naar de Labourpartij. De EHRC laat weten:  “na een aantal klachten te hebben ontvangen over antisemitisme binnen de Labourpartij,  geloven wij dat de partij mogelijk onwettig mensen heeft gediscrimineerd op grond van religie en etniciteit”.

Het komt zelden voor dat het EHRC, dat vergelijkbaar is met het College voor de Rechten van de Mens in Nederland, een onderzoek start naar misstanden op het gebied van mensenrechten binnen een specifieke organisatie.

Labour heeft in een reactie laten weten volledig mee te werken aan het onderzoek, en verwerpt de beschuldiging dat het onwettig zou hebben gehandeld. Tom Watson, vicevoorzitter van Labour, heeft partijfunctionarissen omwille van de aankondiging opgeroepen zeker te stellen dat documenten en e-mails niet worden verwijderd.

De EHRC is momenteel in afwachting van een reactie van Labour, dat kan besluiten om zelf een herziening van haar mechanismen voor klachtenbehandeling voor te stellen. In het andere geval zou EHRC overgaan tot onderzoek binnen de partij, waaruit suggesties tot verbetering moeten volgen, inclusief antwoord op de vraag of Labour wettig gehandeld heeft in zijn behandeling van antisemitische incidenten in haar gelederen tot dusver.