Onduidelijkheid over verdere terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever

In een interview met de Jerusalem Post van 20 december 1996 zinspeelde Netanjahoe’s woordvoerder David Bar-Illan op de uiteindelijke onvermijdelijkheid van een Palestijnse staat. Noch premier Netanjahoe, noch anderen binnen Likoed namen afstand van deze uitspraak. Sterker, inmiddels spreekt ook Netanjahoe over een ‘soort sub-staat’ die zou kunnen ontstaan. Door aan te geven een ‘soort Palestijnse staat’ niet uit te sluiten tracht de Israelische regering Arafat over de streep te halen om na de overeenkomst over Hebron de onderhandelingen te richten op een permanente regeling.

De voordelen voor Israel om de interim-fasen over te slaan, waarbij het vooral gaat om het overslaan van de gefaseerde terugtrekking uit de Westoever, zijn evident. De nadelen voor de Palestijnen om dat te doen zijn evenzeer evident.

Oslo-II
In de Oslo-II-overeenkomst van september 1995, het zgn. Interim-akkoord, is afgesproken dat Israel zich in vier stadia van de Westoever zal terugtrekken. De eerste fase daarvan is in 1995 voltooid, nl. de volledige terugtrekking uit gebieden met de A-status en een beperkte terugtrekking uit gebieden met de B-status. In de gebieden met de A-status zijn de Palestijnen verantwoordelijk voor het openbare leven, justitie en de veiligheid. Het Israelische leger kan hier slechts opereren indien het daartoe wordt uitgenodigd, zoals onlangs gebeurde in Ramallah na de moord op een Israelische moeder en haar zoon bij de nederzetting Beth El.

In de gebieden met de B-status zijn de Palestijnen verantwoordelijk voor het openbare leven en justitie, maar voor de veiligheid dragen Israel en de Palestijnen gezamenlijk verantwoordelijkheid. Onder de A-status, 3% van de Westoever, vallen de zes Palestijnse steden Jenin, Nabloes, Toelkarm, Kalkiliya, Bethlehem en Ramallah (Jericho was al voor Oslo-II onder Palestijns bestuur) en onder de B-status grote delen van het Palestijnse platteland.

Verdere terugtrekking
In gebieden met de C-status, het gebied dat overblijft na aftrek van de A- en B- gebieden, de Joodse nederzettingen en toekomstige militaire locaties, verandert er gedurende de periode van het interim-akkoord niets. Israel behoudt hier het volledige bestuur. De daarop volgende drie fasen van terugtrekking zouden vanaf 7 september 1996 met tussenpozen van zes maanden plaatsvinden. In Oslo-II is ook bepaald dat het Israelische leger zich zal hergroeperen op “te specificeren militaire locaties”. De implementatie hiervan zou in overleg met de Palestijnen in de laatste fase totstandkomen.

Definitieve regeling
Over de vraag hoe de Palestijnse landkaart er uit zou gaan zien aan het einde van de interim-periode (september 1997) bestaat onduidelijkheid. Dit is in Oslo-II in het midden gelaten om te voorkomen dat op het moment dat de onderhandelingen over de definitieve status beginnen Israel niets meer te onderhandelen zou hebben. De Palestijnen gaan er nl. van uit dat tegen die tijd 85 à 87 procent van de Westoever onder Palestijns bestuur staat. Onder Israels bestuur vallen dan alleen nog de nederzettingen, Oost-Jeruzalem en de ‘te specificeren militaire locaties’. De Israelische interpretatie luidt dat na de drie laatste fasen slechts de plm. 440 Palestijnse dorpen en steden volledig zullen zijn overgedragen, dat wil zeggen nog eens zo’n 27% van het Palestijnse gebied.

Uitvoering akkoord
Premier Netanjahoe staat nu voor een probleem dat zijn voorgangers hebben gecreëerd door niet duidelijk de inhoudelijke bepalingen van de laatste stadia van terugtrekking te omschrijven. Ook al zou Netanjahoe nu kiezen voor de uitvoering van Oslo-II dan nog is het onduidelijk wat dat precies inhoudt. Zolang daarover geen overeenstemming is bereikt, zolang zal, zoals het er nu uiziet, geen akkoord over Hebron worden getekend. De Palestijnen willen er zeker van zijn dat Israel zich ook na Hebron verder terugtrekt. Netanjahoe wil zich nu niet inhoudelijk vastleggen. Door Arafat een ‘soort Palestijnse staat’ in het vooruitzicht te stellen hoopt de Israelische premier de Palestijnse leider aan zijn zijde te krijgen bij zijn streven nu slechts de tweede fase van Israelische terugtrekking te definiëren en de onderhandelingen verder te concentreren op de eindfase.