Onwaarheden in boycot­campagne tegen Joodse nederzettingenproducten

De organisatie Peace doet in haar boycotcampagne tegen producten uit de Israelische nederzettingen beweringen die “in strijd zijn met de waarheid”. Dit besliste de Reclame Code Commissie op 23 juni. Het IPC, dat o.a. wijn en Dode Zee­producten uit Israel importeert en verkoopt, diende een klacht in. Het voelt zich door de onware beweringen van Peace aangetast in zijn goede naam en zakelijk benadeeld.

Reclame Code Commissie tikt PEACE op de vingers
Het gaat om een folder met antwoordkaart, die op grote schaal door Peace is verspreid. Begin dit jaar is hij meegezonden met Volkskrant Magazine en met de omroepgids van de VPRO. De folder staat ook op de website van Peace, en is bovendien huis aan huis verspreid; alleen al met het Haagse huis-aan-huisblad De Posthoorn gingen er 100.000 mee.
In de campagne roept Peace op tot een boycot van producten uit de Joodse nederzettingen. De tekst suggereert dat de verkoop van producten uit de nederzettingen verboden is en in strijd met het internationaal recht: dit is onjuist. Zij mogen alleen niet ingevoerd worden met het lagere tarief dat door het associatieverdrag tussen de EU en Israel geldt voor producten van binnen de Groene Lijn (de wapenstilstandslijn van 1949). Hierop is strenge douanecontrole en daarbij is nooit iets gebleken van fraude. In de Peacetekst staat echter dat er sprake is van “fraude op grote schaal” en “systematisch” vervalste etiketten.

De klacht
Dit alles schoot het Israel Producten Centrum in het verkeerde keelgat. Peace wekt ten onrechte de indruk dat het IPC zich bezighoudt met illegale activiteiten. Omdat Peace bovendien beweert dat er “massaal wordt gefraudeerd met valse papieren van herkomst” en dat de consument “systematisch wordt misleid met vervalste etiketten”, geldt de oproep in feite voor alle producten uit heel Israel; ook alle producten van het Israel Producten Centrum, stelde het IPC. Overigens maakt IPC altijd goed duidelijk waar de producten, waaronder uitstekende wijnen uit de Golan en de heuvels rond Jeruzalem, vandaan komen. (Dit is te zien op de website van IPC.)
De Reclame Code Commissie geeft het IPC gelijk: de gewraakte beweringen van Peace zijn in strijd met artikel 2 van de Reclame Code, omdat zij eenvoudig niet waar zijn. De Commissie bestaat uit onafhankelijke juristen die reclame-uitingen toetsen aan een code, waarin onder meer staat dat er geen onjuistheden en misleidende vaagheden in reclames voor mogen komen.

In strijd met de waarheid
De Commissie “acht de uiting in strijd met de waarheid en derhalve met artikel 2 NRC” voor wat betreft de mededelingen:

  • “Om de nederzettingenproducten toch te kunnen verkopen, wordt door Israel bij de invoer in Europa al jarenlang massaal gefraudeerd met valse papieren van herkomst”,
  • “Ook worden de Europese consumenten door vervalste etiketten systematisch misleid” en
  • “Verkoop van deze producten is in strijd met (…) het beleid van de Nederlandse regering en met dat van de Europese Commissie” .

De Commissie adviseert Peace om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Belangrijke beslissing
Het advies is een tegenvaller voor Peace, dat tot nu toe al heel veel geld heeft uitgegeven aan de campagne en blijkbaar van plan was daarmee door te gaan. Uitspraken van de Reclame Code Commissie hebben, anders dan bijvoorbeeld gerechtelijke uitspraken, alleen een adviserend karakter. Maar bonafide media in Nederland hebben de Code onderschreven en publiceren daarom geen reclame-uitingen die daar strijdig mee zijn.
Peace had betoogd dat het ging om een ‘politieke campagne’ van een consumentenvereniging’ en dat de gewraakte uitspraken vielen onder de vrijheid van meningsuiting. Volgens Peace was de Reclame Code Commissie niet bevoegd de klacht te behandelen. Daar ging de Commissie niet in mee. Ook het propageren van denkbeelden is een reclame-uiting, stelt zij. Denkbeelden vallen inderdaad onder de vrijheid van meningsuiting, maar als iemand zich op feiten beroept moeten die feiten “controleerbaar en in overeenstemming met de waarheid” zijn.
Dat is hier dus niet het geval. Klachten over andere punten, die naar de mening van de Commissie geen feiten maar meningen zijn, verklaarde de Commissie daarom niet ontvankelijk.
Voor mensen die zich willen verzetten tegen het verspreiden van onwaarheden over Israel is dit een belangrijk advies. Het betekent dat ook in het kader van politieke campagnes geen onware beweringen als feit gepresenteerd mogen worden; vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief voor leugens.

Klachten
Niet alleen het Israel Producten Centrum is blij met deze uitspraak, ook bij CIDI waren heel veel meldingen binnengekomen van mensen die zich ergerden aan de leugenachtige campagne.
In februari startten boze ontvangers van de kaart een actie om lege enveloppen naar het antwoordnummer van Peace te sturen. Peace, dat de verzending van al die enveloppen moest betalen, klaagde dat het er duizenden had ontvangen en gedwongen was het antwoordnummer op te heffen. Volgens een bedelbrief kostte deze actie Peace “meer dan € 6000” en waren er “duizenden” kaarten onbruikbaar geworden door het opheffen van het antwoordnummer.
(Een interessante klacht overigens: blijkbaar beschikt Peace over zeer veel geld voor deze campagne. Volgens diezelfde bedelbrief gaf Peace ongeveer € 8.000 uit aan een advocaat voor het verweer tegen de RCC-klacht. Bovendien heeft de organisatie honderdduizenden kaarten laten drukken en geeft ze tientallen duizenden euro’s uit aan het verspreiden daarvan via onder andere Volkskrant Magazine en de VPRO-gids.)
In april beklaagde Peace zich opnieuw. Ditmaal beweerde de organisatie dat “ongewenste inmenging in binnenlandse aangelegenheden” door de Israëlische ambassade ervoor had gezorgd, dat uitgever Wegener de Peacefolder niet meer via haar huis-aan-huisbladen wilde verspreiden.
De verspreiding van ruim 100.000 kaarten in Den Haag via het blad De Posthoorn had tot klachten geleid. Posthoornlezers klaagden onder meer bij de Israelische ambassade, wat inderdaad leidde tot een telefoontje van een medewerker. Maar ook bij uitgever Wegener en bij de organisatie die de verspreiding van De Posthoorn verzorgt was geklaagd. Die laatste wilde de kaart daarom niet langer verspreiden en ook Wegener voelde er niets voor: daar waren klachten binnen gekomen van adverteerders.

Meer beschuldigingen
De woordvoerder van Peace is tegen een boycot van alle Israelische producten, zo verklaarde hij tegenover de Israelische krant Haaretz. Dat is prettig, maar zo lang hij blijft beweren dat elk Israels product ‘verdacht’ is vanwege ‘grootscheepse fraude’, heeft zo’n verzekering niets om het lijf.
Peace gaat intussen gewoon door met het doen van ongefundeerde uitspraken en betrekt nu ook de Reclame Code Commissie in zijn aantijgingen. Op de website van Peace wordt de Reclame Code Commissie ervan beschuldigd dat zij “consumentenvoorlichting ondergeschikt maakt aan handelsbelangen”.
Ook hiervoor wordt een kromme redenering gebruikt: “De RCC komt tot die uitspraak doordat zij stelt dat het hier om “feiten”gaat.” “Omdat de juistheid van deze ‘feiten’ wordt betwist, moet Peace de juistheid daarvan aannemelijk maken,” staat er. Vervolgens stelt de organisatie dat ze ‘volgens deze redenering bijvoorbeeld ook geen consumentencampagne zou mogen voeren tegen aan de Iraanse regering gelieerde bedrijven met het argument dat het regime heeft gefraudeerd bij de verkiezingen.’
Een vreemde vergelijking, want het gaat hier niet om stellingen die moeilijk aannemelijk gemaakt kunnen worden: de beweringen van Peace zijn eenvoudig niet waar (“strijdig met de waarheid”), zo blijkt bijvoorbeeld uit douane-onderzoek. Maar door het gebruik van deze vergelijking verandert Peace de argumentatie van de RCC in een uitspraak, dat de feiten die Peace aanvoert “onomstotelijk bewezen moeten worden”. Dat kan niet, en op zo’n manier worden alle politieke acties onrechtmatig, beweert Peace.
Peace maakt zich hier alweer schuldig aan misleiding: de RCC heeft immers nooit beweerd dat de organisatie de aantijgingen in de campagne “onomstotelijk moet bewijzen”.
Peace beraadt zich op verdere stappen, zegt het, en zal waarschijnlijk in beroep gaan. Het zal interessant zijn te zien of de RCC deze verdraaiing van haar woorden accepteert.

Elise Friedmann