Open brief van CIDI aan de Amsterdamse gemeenteraad

Geachte leden van het presidium van de gemeenteraad van Amsterdam,

CIDI maakt zich ernstig zorgen om hoe de gemeente Amsterdam omgaat met antisemitisme, zelfs als het vormen aanneemt die het wereldnieuws halen. Het probleem wordt stelselmatig gebagatelliseerd en weggemoffeld.

Als organisatie die waakt tegen antisemitisme in Nederland, constateerde CIDI in het afgelopen jaar een grote en zorgwekkende stijging in het aantal antisemitische incidenten. Met verbijstering en frustratie vernamen wij dat een spoeddebat over antisemitisme aangevraagd door gemeenteraadsleden Nanninga, Ceder, Van Soest, Boomsma en Poot geblokkeerd is, omdat de kwestie niet belangrijk genoeg zou zijn om tijdens de coronacrisis te behandelen, hoe lang deze ook maar duurt.

Voor de duidelijkheid: de aanleiding om dat debat aan te vragen was de zoveelste aanslag op het u inmiddels bekende koosjere restaurant HaCarmel. In januari plaatste een onbekende dader er nog een nepbom voor de deur, waardoor de Amstelveenseweg enkele uren afgezet moest worden. De berichtgeving hierover bij AT5 oogstte zoveel antisemitische reacties dat de zender zich genoodzaakt zag de discussie te blokkeren. Op 14 mei werden de ruiten ingeslagen en de Israelische vlag van het restaurant in brand gestoken. Het was de vijfde keer in tweeënhalf jaar tijd dat het restaurant doelwit was van antisemitische intimidatie en agressie.

Het gaat om dezelfde Saleh Ali die al in 2017 de ruiten van HaCarmel had ingeslagen met een honkbalknuppel, bij zijn eerste poging diezelfde vlag in brand te steken. Indertijd verklaarde de Amsterdamse politie binnen 24 uur dat er geen sprake was van een antisemitisch motief. Ali verklaarde dat zijn eerste poging “nog maar het begin” was. Hij werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht, en kreeg een vrijheidsstraf van slechts zes weken voor eenvoudige vernieling. Hij werd niet vervolgd voor brandstichting: de politie vond zijn lucifers niet, omdat zij hem niet fouilleerde.

De dag dat het debat had zullen plaatsvinden, 19 mei, werd er nog eens “FIND JEW” op de ruit geklad. Het was de zesde keer dat het restaurant sinds 2017 het doelwit was van antisemitische vernieling. Het was de derde keer dat dezelfde tekst op het restaurant geklad is. De verklaring van de gemeenteraad dat het onderwerp “geen prioriteit” had, valt nog zwaarder in het licht van deze bekladding.

Volgens het OM komt Ali al op 25 mei voor de rechter te staan. Dat zou betekenen dat hij mogelijk voor de politierechter komt, die slechts gevangenisstraffen van maximaal 12 maanden mag opleggen. Dat is hoe dan ook te weinig voor de tweede aanslag op hetzelfde restaurant door dezelfde persoon. Als zijn daden afgedaan worden als eenvoudige vernieling en brandstichting, doet dat ook geen recht aan de openlijk terroristische motieven van de dader. Het OM meldt nog niet te weten of zij tegen Ali nogmaals een gebiedsverbod zullen eisen. Wat gaat de Amsterdamse politie doen om te voorkomen dat dit over enkele maanden weer gebeurt?

Dit is niet alleen het probleem van één restaurant. Deze escalatie van terroristische vernielingen staat in Amsterdam, heel Nederland en de gehele Joodse wereld symbool voor het toenemende antisemitisme in de samenleving. Waarom gaat de Amsterdamse politie hier zo laks en onprofessioneel mee om? Waarom is deze golf van racistische misdaden niet belangrijk genoeg om te bespreken?

In de woorden van Tweede Kamerlid Dilan Yeşilgöz-Zegerius: “Ik begrijp best dat de Amsterdamse Joden zich in dat geval vogelvrij voelen.”

Hoogachtend,

Hanna Luden
Directeur CIDI