Oprichter bekritiseert Human Rights Watch

De Human Rights Watchdog, opgericht als voorvechter van mensenrechten in ondemocratische landen, heeft de laatste jaren Israel veel vaker veroordeeld dan alle andere,niet-democratische, landen in de regio. “De Watchdog dwaalt in het Midden-Oosten”, concludeert Robert L. Bernstein, oprichter en jarenlang voorzitter van de HRW, in de New York Times.

Human Rights Watchdog dwaalt in het Midden-Oosten

 

door Robert L. Bernstein

Als oprichter van Human Rights Watch (HRW), actief voorzitter gedurende 20 jaar en nu emeritus oprichtend-voorzitter moet ik iets doen dat ik nooit had voorzien: ik moet mij publiekelijk aansluiten bij de critici van deze organisatie. De oorspronkelijke missie van Human Rights Watch was om gesloten samenlevingen open te breken, fundamentele vrijheden te bepleiten en dissidenten te verdedigen. Maar de laatste tijd heeft de Watch rapporten uitgegeven over het Israelisc-Arabisch conflict die degenen steunen die van Israel een paria-staat willen maken.

Bij HRW hebben we altijd erkend dat open, democratische samenlevingen fouten maken en overtredingen begaan. Maar wij zagen in dat zij de mogelijkheid hebben die fouten te corrigeren – door een levendig publiek debat, een kritische pers en andere mechanismen die aanzetten tot hervorming.

Daarom trokken wij een scherpe lijn tussen de democratische en de ondemocratische werelden, in een poging helderheid te scheppen omtrent mensenrechten. Wij wilden voorkomen dat de Sovjet Unie en haar satellieten een spel van morele gelijkwaardigheid zouden spelen met het Westen, en wij wilden liberalisaties aanmoedigen door aandacht te vragen voor dissidenten als Andrei Sakharov, Natan Sharansky en de gevangenen in de Soviet goelag – en de miljoenen in de laogai of werkkampen van China.

Toen ik aftrad in 1998 was de HRW actief in 70 landen, de meeste gesloten samenlevingingen. Nu schuift de organisatie steeds vaker dit belangrijke onderscheid terzijde tussen open en gesloten samenlevingen.

Dit is nergens duidelijker dan in HRW”s werk het Midden-Oosten. de regio is bevolkt met autoritaire regimes met schrikwekkende reputaties op het gebied van de mensenrechten. Maar de laatste jaren heeft HRW Israel vaker veroordeeld wegens overtredingen van het internationaal recht, dan elk ander land in de regio.

Israel, met een bevolking van 7,4 miljoen, heeft maar liefst 80 mensenrechtenorganisaties, een bruisende vrije pers, een democratisch gekozen regering, een rechterlijke macht die regelmatigtegen de regering in vonnist, een politiek actieve intelligentsia, veel politieke partijen en, te oordelen aan de hoeveelheid nieuwsartikelen, waarschijnlijk meer journalisten per hoofd van de bevolking dan elk ander land ter wereld – van wie er velen speciaal daar zijn om het Israelisch-Palestijns conflict te verslaan.

Intussen regeren de regimes in Arabische landen en Iran over zo’n 350 miljoen mensen; de meeste van die regimes zijn nog steeds wreed, gesloten en autocratisch en dulden weinig of geen kritiek. Het lot van hun burgers, die meer dan wie ook baat zouden hebben van het soort aantacht dat een grote en goedgefinancierde internationale mensenrechtenorganisatie kan bieden, wordt genegeerd terwijl de Midden-Oosten-divisie van HRW rapport na rapport opstelt over Israel.

HRW heeft het broodnodige perspectief verloren op een conflict waarin Israel herhaaldelijk is aangevallen door Hamas en Hezbollah, organisaties die Israelische burgers tot hun doelwit maken en hun eigen mensen gebruiken als menselijk schild. Deze groepen worden gesteund door de regering van Iran, die openlijk haar intentie heeft uitgesproken om niet alleen Israel te vernietigen, maar ook Joden overal ter wereld te vermoorden. Deze opwekking tot genocide is een vergrijp tegen de Convention on the Prevention and Punishment of the Crime of Genocide.

Leiders van HRW weten dat Hamas en Hezbollah ervoor kiezen oorlog te voeren vanuit dichtbevolkte gebieden en met opzetwoonwijken tot slagvelden maken. Zij weten dat er meer en betere wapens naar zowel Gaza als Libanon stromen, klaar om opnieuw toe te slaan. En zij weten dat deze militanten voortgaan de Palestijnen elke kans te onthouden op het vredige en produktieve leven dat zij verdienen. Maar Israel, dat herhaaldelijk slachtoffer is van agressie, wordt door HRW het meest bekritiseerd.

HRW houdt zich voornamelijk bezig met de manier waarop oorlogen worden gevoerd, en niet met de motieven. Zeker, zelfs slachtoffers van agressie moeten zich houden aan het oorlogsrecht en moeten hun uiterste best doen om burgerslachtoffers te vermijden. Niettemin is er een verschil tussen onrecht dat uit zelfverdediging wordt begaan, en onrecht dat met opzet wordt gepleegd.

Maar hoe weet HRW dat deze oorlogswetten zijn overtreden? In Gaza en elders waar er geen toegang is tot het slagveld of tot de legers en politieke leiders die strategische beslissingen nemen, is het buitengewoon moeiljk om definitieve oordelen te vellen over oorlogsmisdaden. De verslaglegging is veelal afhankelijk van getuigen wiens verhalen niet geverifieerd kunnen worden en die mogelijk getuigen uit politiek gewin of omdat zij vrezen voor wraakacties van hun leiders. Het is veelzeggend dat Col. Richard Kemp, voormalig commandant van de Britse strijdkrachten in Afghanistan en een expert op het gebied van oorlogsvoering, heeft gezegd dat de IDFin Gaza ”meer heeft gedaan om de rechten veilig te stellen van burgers binnen de gevechtslinie dan elk ander leger in de geschiedenis van de oorlogsvoering”.

Alleen door terug te keren tot haar oorspronkelijke missie en de nederige geest die daarvan de drijfveer was, kan HRW zichzelf nieuw leven inblazen als morele kracht in het Midden-Oosten en overal ter wereld. Als HRW daar niet in slaagt, zal haar geloofwaardigheid ernstig worden ondergraven en haar belangrijke rol in de wereld significant afnemen.

Robert L. Bernstein, voormalig directeur van Random House, was van 1978 tot 1998 voorzitter van Human Rights Watch. Bron: The New York Times 20 oktober 2009