Over Hezbollah

IN MIDDEN-OOSTEN / Door: WEBMASTER / 18 aug 2010 HEZBOLLAH IRAN LIBANON SYRIE VS

Logo Hezbollah

Oprichting en doelen Hezbollah

“Wij zijn de zonen van de umma (Islamitische gemeenschap) – de partij van God (Hizb Allah). Onze voorhoede is door God tot overwinnaar in Iran gemaakt. De voorhoede slaagde erin om de basis te leggen voor een moslimstaat die een centrale rol speelt in de wereld. Wij gehoorzamen aan de opdrachten van één leider, wijs en rechtvaardig. Onze leermeester faqih (jurist) voldoet aan alle noodzakelijke voorwaarden: Ruhollah Musawi Khomeini. Moge God hem bijstaan.”

Met deze woorden begon de open brief van Hezbollah uit 1985, waarin de grondslagen van de beweging werden toegelicht en waarmee de beweging zich voor het eerst publiekelijk openbaarde. Hierin wordt duidelijk dat de Iraanse ayatollah Khomeini werd beschouwd als de leider van de partij. Naast Khomeini is er nog een andere islamitische geestelijke die vaak wordt aangemerkt als de geestelijke vader van Hezbollah: Mohammed Hoessein Fadlallah. Deze Libanese sjeik volgde in veel opzichten de lijn van Khomeini en erkende hem eveneens als leider van de islamitische gemeenschap. Fadlallah had een boodschappersrol en preekte in verschillende Libanese regio´s en gaf wekelijks les in vele buurten en buitenwijken van Beiroet. Hij was een symbool van vele ideologische concepten binnen de partij en leidde Hezbollah naar een volwassen visie van de islam en de islamitische beweging. Dit zorgde ervoor dat veel mensen hem nomineerden voor een leiderschapspositie in de partij, maar hij weigerde elke participatie in georganiseerde activiteiten. Fadlallah wilde een geestelijke blijven en het overzicht houden dat hij had vanuit zijn bevoorrechtte positie en steunde die partijleden die in overeenstemming waren met zijn visies.[1]

In de ideologie van Hezbollah zijn drie pilaren te onderscheiden:
1. Geloof in de islam
2. Geloof in het oppergezag van de jurist-theoloog (al-Wali al Faqi)
3. Geloof in jihad

Wat betreft geloof in islam en het oppergezag van de jurist-theoloog gaat het bij Hezbollah om de sjiitische interpretatie van de islam. Het Iraanse model was daarbij belangrijk en ayatollah Khomeini werd beschouwd als plaatsvervanger van de twaalfde (verdwenen) imam. Hezbollahs ideologie is dan ook gebaseerd op de Iraanse revolutie. Deze revolutie riep op tot een religieuze moslimregering die onderdrukten en minderheden representeerde. Hezbollah streefde dan ook naar een islamitische republiek in Libanon. Deze overtuiging was echter gematigder dan die van Khomeini en gebaseerd op die van Fadlallah: een islamitische republiek mocht niet worden opgelegd en moest een ruim draagvlak in het land hebben. Het begrip jihad werd wel sterk militair verwoord: elk lid van Hezbollah werd beschouwd als een soldaat en wanneer de Heilige Oorlog zou uitbreken, dan zou iedereen zijn plicht tot vechten moeten aangaan.[2]

In de praktijk richtte het militaire verzet zich vooral tegen de Verenigde Staten, Israel en de christelijke Falangepartij in Libanon zelf. Volgens Hezbollah waren de VS namelijk de schuldigen aan de vele problemen in Libanon en was het land de belangrijkste vijand vanwege de imperialistische politiek in het Midden-Oosten. Israel werd gezien als een verlengde van de VS, de voorhoede van de Amerikanen in de islamitische wereld, en een buitenlandse macht binnen Libanon. Deze ‘gehate vijanden’ moesten bestreden worden tot ze geheel vernietigd zouden zijn. [3]

Manifest 2009

In november 2009 heeft Hezbollah een nieuw politiek manifest gepubliceerd waarin de fundamentalistische retoriek werd afgezwakt, maar de harde lijn tegen Israel en de Verenigde Staten bleef gehandhaafd. Er werd in het manifest niet meer gesproken van het vestigen van een islamitische republiek in Libanon. Leider Hassan Nasrallah zei dat de organisatie zelf trouw bleef aan haar fundamentalistische ideologie, maar dat het tijd was voor pragmatische veranderingen. Ook zei Nasrallah dat Hezbollah zijn wapens moet blijven houden,ondanks de eisen van onder andere de VN-Veiligheidsraad dat de groep wordt ontwapend. Daarbij verwees hij naar ‘de constante bedreiging en het dreigend gevaar voor Libanon van de zijde van Israel’. De VS blijven volgens hem ook ‘in de positie van vijand van onze natie en ons volk’ door de ‘onbeperkte steun van de regering voor Israel’. Daarnaast vindt de partij nog steeds dat de gewapende strijd de enige mogelijkheid is om door Israel bezet Arabisch land te bevrijden. 

Politiek

In 1992 besluit Hezbollah mee te doen aan de verkiezingingen in Libanon met een politiek verkiezingsprogramma van zeven punten:

1. De bevrijding van Libanon van de ‘Zionistische’ bezetting
2. De verdwijning van politiek sektarisme
3. Herzien van de verkiezingswet zodat het meer representatief zou zijn voor de bevolking
4. Garanderen van politieke en persvrijheid
5. Een nieuwe naturalisatiewet gebaseerd op een meritocratie (een maatschappijmodel waarin de sociaal-economische positie van elk individu is gebaseerd op zijn of haar verdiensten , merites)
6. De complete terugkeer van alle ontheemden
7. Administratieve, ontwikkelende, educatieve, culturele en sociale hervormingen

Hezbollah won met dit verkiezingsprogramma twaalf zetels; acht waren er gereserveerd voor partijleden en vier voor symphatisanten (twee voor soennieten en twee voor christenen).[4]  Dat Hezbollah zich moest aanpassen aan het politieke systeem betekende niet dat de zelfstandige strijd tegen Israel werd opgeven. Intengendeel, de partij stond juist voor het officieel legitimeren van het islamitisch verzet door het Libanese parlement. Dit zou een wettige erkenning van Hezbollahs militaire aanwezigheid in zuid-Libanon betekenen.[5]  Het besluit van de partij om mee te doen in de verkiezingen verschoof echter wel de focus van een pan-islamitisch verzet tegen Israel naar de interne Libanese politiek. Daarnaast hebben leiders sinds 1992 meerdere malen het belang van de Libanese multi-confessionele samenleving en de coëxistentie en pluralisme van het land benadrukt.[6]

 


[1] Naim Qassem, Hizbullah, 16.
[2] Aaldert van Soest, Oorlog op afstand, 49.
[3] Aaldert van Soest, Oorlog op afstand, 49. 
[4] Joseph Alagha, The shifts in Hizbullah’s ideology, 43.
[5] Aaldert van Soest, Oorlog op afstand, 52.
[6] Lara Deeb, Hizballah: a primer, Middle East Report Online (31-7-2006).

(Het volgende is bijgewerkt tot augustus 2010.)

Aanslagen door Hezbollah

Hezbollah zou de Amerikaanse kolonel William R. Higgins en de CIA chef van Beiroet William Buckley hebben ontvoerd en doodgemarteld. Daarnaast zouden ze rond de 30 westerlingen hebben ontvoerd tussen 1982 en 1992.

Hezbollah werd verdacht van betrokkenheid bij tientallen terroristische aanslagen op Amerikaanse en Israelische doelen. De organisatie was verantwoordelijk voor zelfmoordaanslagen op de Amerikaanse ambassade en marinebasis in Beiroet in oktober 1983 waarbij 241 Amerikanen om het leven kwamen (220 mariniers, 18 marine personeelsleden en 3 gewapende soldaten) en voor de annexatie van de Amerikaanse ambassade in Beiroet in september 1984.
De bombardementen op de marinebasis in Beiroet eisten de meeste doden op één dag voor de Amerikaanse marine sinds de strijd om Iwo Jima (2,500 in één dag) tijdens de Tweede Wereldoorlog en eisten de meeste doden op één dag voor de het Amerikaanse leger sinds de 243 slachtoffers van 31 januari 1968 – de eerste dag van het Tet-offensief in de Vietnamoorlog.
De aanval blijft de meest dodelijke aanval op Amerikanen in het buitenland sinds de Tweede Wereldoorlog. Drie leden van Hezbollah, Imad Mughniyah, Hasan Izz-al-Din en Ali Atwa, staan op de FBI lijst van 22 meest gezochte terroristen voor het kapen van de TWA vlucht 847 in 1985 waarbij een Amerikaanse marineduiker werd vermoord. Leden van de groep waren verantwoordelijke voor de ontvoering en gevangenname van Amerikanen en andere westerlingen in Libanon in de jaren ’80.
In 1992 en 1994 zou Hezbollah de Israelische ambassade en de AMIA in Buenos Aires, Argentinië hebben gebombardeerd. Acht dagen na de aanval op AMIA werd de Israelische ambassade in Londen aangevallen door een autobom geplaatst door twee Palestijnen met banden met Hezbollah.

In januari 2000 vermoorde Hezbollah de commandant van het Zuid-Libanese leger, kolonel Aql Hashem, in zijn huis in de veiligheidszone. Hashem was verantwoordelijk geweest voor dagelijkse operaties van het Zuid-Libanese leger.

Op 16 juni 2004 werden twee Palestijnse meisjes (14 en 15 jaar) gearresteerd door de IDF voor het beramen van een zelfmoordaanslag. Volgens de IDF verklaring werden de twee minderjarigen geleid door Hezbollah. Op 23 juni 2004 werd een andere Hezbollah zelfmoordaanslag onderschept door de IDF.

In februari 2005 beschuldigde de Palestijnse Autoriteit Hezbollah van een poging de wapenstilstand met Israel te breken. Palestijnse ambtenaren en ex-militanten beschreven hoe Hezbollah geld had beloofd voor elke cel die een terroristische aanslag kon plegen.

Meer recent opereert Hezbollah in het Carribisch gebied, in Centraal-Amerika en Zuid-Amerika.[1]


[1] Jewish Virtual Library

Hezbollah vs Israel: de Libanese oorlog

De spanningen tussen Israel en Hezbollah kwamen op een hoogtepunt toen op woensdag 12 juli 2006 Hezbollah het Israelisch grondgebied binnendrong en een Israelische grenspost aanviel. Hierbij werden drie Israelische soldaten gedood en twee gevangengenomen. Tegelijkertijd vuurde Hezbollah raketten af op Israelisch grondgebied.

Direct daarop probeerden Israelische soldaten de gevangengenomen grenswachten te bevrijden, maar deze poging mislukte en nogmaals vijf Israelische militairen kwamen om het leven. Deze acties luidden het begin in van een nieuwe confrontatie tussen Hezbollah en Israel.

De aanval van Hezbollah kwam achttien dagen na het begin van Operatie Zomerregens van het Israelische leger in de Gazastrook, bedoeld om een door Hamas gegijzelde militair te bevrijden en de raketaanvallen van Hamas op Israelisch grondgebied te stoppen. Als gevolg van het geweld van Hezbollah richtte Israel zijn militaire macht tegen het door Hezbollah bezette gebied in zuid-Libanon en lanceerde artillerie- en luchtaanvallen op doelen over de gehele regio, inclusief het vliegveld van Beiroet en belangrijke bruggen en snelwegen. Hezbollah reageerde met een dagelijks bombardement van tientallen raketten tegen noord-Israelische steden. Israel reageerde met een volledige invasie van zuid-Libanon tot aan de Litani rivier, vaak door hevige vuurgevechten met Hezbollahs strijdmachten.[1]

Toen de situatie escaleerde, kwam de VN Veiligheidsraad er niet over uit hoe ze moesten reageren. Secretaris-Generaal Kofi Annan riep op tot een onmiddelijke stop van de geweldadigheden, wat Libanon en zijn mede Arabische staten volledig steunden. De Verenigde Staten waren meer bezonnen en steunden Israels recht om zichzelf te verdedigen tegen terroristische aanvallen. Europese naties stonden ergens in het midden en waarschuwden Israel geen buitensporig geweld te gebruiken om Hezbollah te onderdrukken.

Naarmate de week verliep, bleef het debat gaande in de Veiligheidsraad, waarin beide kampen probeerden duidelijk te maken dat zij de echte slachtoffers van het conflict waren. Libanon en de andere islamitische naties waren van mening dat Israel onwettig een soevereine natie was binnengedrongen en dat hun geweld – aanvallen op de Libanese infrastructuur en op burgerdoelen – extreem buitensporig was. Daarnaast vonden zij dat Israel de situatie had aangewakkerd door het inhumane en illegale beleid tegen de Palestijnen in bezet gebied. Israel en zijn aanhangers wierpen hiertegenin dat Hamas, met zijn aanvallen op Israelisch grondgebied en de continue weigering terrorisme te veroordelen en Israels recht op bestaan te erkennen, de militaire reactie had uitgelokt. Zij vonden dat Hezbollahs oppertunistische invasie in Israelisch gebied een oorlogsdaad was en dat Israel het terecht als zodoende mocht behandelen. Door de zwakheid van Libanons centrale regering was Hezbollah de de facto macht in zuid-Libanon, wat Israels lucht- en grondcampagne zou rechtvaardigen. Het Libanese leger zelf stelde zich neutraal op.

Op 12 augustus, meer dan vier weken na het begin van de gevechten, gaf de Veiligheidsraad unaniem een resolutie uit die Hezbollah opriep zijn aanvallen te stoppen en Israel opriep tot het beëindigen van alle offensieve militaire operaties. Het instrueerde het Israelische leger tot terugtrekking uit zuid Libanon en zich te laten vervangen door het Libanese leger, gesteund door een multinationale VN vredesmacht. Verder herhaalde de Veiligheidsraad eerdere VN resoluties die opriepen tot ontwapening van alle Libanese milities, inclusief Hezbollah.[2]

De Libanese oorlog (vaak Tweede Libanon oorlog genoemd) werd ook wel gezien als een oorlog bij volmacht tussen de Verenigde Staten (via Israël) en Iran (via Hezbollah). De Verenigde Staten, die een sterke invloed op Israël hebben, grepen niet in, ten dele omdat zij deze gevechten opvatten als onderdeel van de ‘oorlog tegen het terrorisme’, waarin Iran één van de belangrijkste vijanden is. Ook de regering van Israël zag de hand van Iran in het conflict (evenals die van Syrië). Het streng-islamitische Iran, dat zijn nucleaire programma herstartte, steunt op haar beurt Hezbollah, omdat die strijdt tegen de door het land zo verfoeide ‘zionistische entiteit’ (Israël), waarachter zij de Verenigde Staten ontwaart.


 

[1] The Israel-Lebanon Crisis, International Debates (september 2006) vol. 4, issue 6.
[2] Ibid.

VN en Hezbollah

Unifilsoldaten Zuid-LibanonEén van de belangrijkste bijdragen van de Verenigde Naties wat betreft Hezbollah is het opzetten van een United Nations Interim Force in Libanon (UNIFIL). Deze werd opgericht door de Veiligheidsraad in maart 1978 ten behoeve van de terugtrekking van Israel uit Libanon, herstellen van de internationale vrede en veiligheid en ter steun voor de Libanese regering in het herstellen van haar autoriteit in het gebied. [1]

UNIFIL speelt sindsdien een essentiële rol bij het herstel van de veiligheid in Libanon. Na de Libanese oorlog in 2006 was UNIFIL op volle sterkte zowel op zee als op het land. In relatief korte tijd heeft UNIFIL bereikt dat er geen gewapende groeperingen actief en zichtbaar zijn in het gebied ten zuiden van de Litani rivier. Ook heeft het Libanese leger, voor het eerst sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 1975, posities ingenomen in het voorheen door Hezbollah gecontroleerde zuiden van Libanon. Op een aantal kleinere incidenten na hebben zich aan de grens (de Blauwe Lijn) tussen Libanon en Israel geen moeilijkheden meer voorgedaan. UNIFIL heeft in overleg met het Libanese (LAF) en het Israelische leger, de grens zichtbaar gedemarqueerd in de hoop hierdoor onduidelijkheden te voorkomen die kunnen escaleren in gewapende incidenten. Ook is een tripartiet overleg ingesteld waarbij periodiek tussen de betrokken partijen onderwerpen worden besproken die een gevaar (kunnen) vormen voor de stabiliteit in Libanon. [2]

De oorspronkelijke rechtsgrondslag voor UNIFIL is te vinden in VN veiligheidsraadresoluties 425 en 426, beide van 19 maart 1978. Deze zijn aangevuld door resolutie 1701 van 11 augustus 2006. In deze resolutie besloot de Veiligheidsraad het mandaat van UNIFIL uit te breiden met de volgende taken:

  1. Het monitoren van het staken van de vijandelijkheden
  2. Het begeleiden en ondersteunen van de Libanese strijdkrachten bij hun ontploooiing in Zuid Libanon
  3. Het coördineren van activiteiten in het kader van onder 2. genoemde taak met de regeringen van Libanon en Israel
  4. Hulp bieden bij het verzekeren van de toegang van humanitaire hulp aan de burgerbevolking en bij de vrijwillige en veilige terugkeer van ontheemden
  5. Het bijstaan van de Libanese strijdkrachten bij het instellen van een gebied tussen de Blauwe Lijn en de Litani rivier waarin geen ander gewapend personeel, goederen en wapens aanwezig zijn dan die van de Libanese regering en UNIFIL
  6. Het op verzoek van de Libanese regering ondersteuning bieden bij het beveiligen van de grenzen en andere plaatsen van binnenkomst om de invoer van wapens en aanverwant materieel zonder toestemming van de Libanese regering te voorkomen.

 

Resolutie 1701 geeft UNIFIL de bevoegdheid om alle noodzakelijke actie te nemen om:

  • Zeker te stellen dat haar operatiegebied niet wordt gebruikt voor vijandelijke activiteiten
  • Pogingen om met geweld te voorkomen dat zij haar mandaat kan uitvoeren tegen te gaan
  • VN personeel, gebouwen, installaties en uitrusting te beschermen
  • De veiligheid en bewegingsvrijheid van VN personeel en humanitaire hulpverleners te garanderen
  • Burgers die direct bedreigd worden met lichamelijk geweld te beschermen. [3]

[1] UNIFIL
[2] Kamerstuk 2006-2007: De situatie in het Midden-Oosten; Brief ministers over verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de operatie United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) (29-6-2007), 23432, nr. 230.
[3] Ibid.

Nederland en Hezbollah, kabinet Balkenende IV

Ms. De Ruyter en 2 andere Nederlandse marineschepen controleerden de zee voor de Libanese kust op illegale wapentransporten, als onderdeel van onderdeel van de Maritime Task Force van de VN

Ms. De Ruyter controleerde met 2 andere Nederlandse marineschepen de Libanese kust op illegale wapentran-sporten, als deel van deVN- Maritime Task Force

Nederland beschouwt Hezbollah als een terroristische organisatie.[1] Volgens het jaarverslag van de AIVD van 2004 bleek uit onderzoek dat de uitvoerende tak van Hezbollah, Hezbollah External Security Organisation, zich direct en indirect schuldig maakt aan terroristische daden. De AIVD concludeerde daarnaast dat er aanwijzingen zijn dat de militaire, uitvoerende en politieke takken van Hezbollah worden aangestuurd door één overkoepelende raad. Dit betekent dat er een link is tussen deze delen van de organisatie. Op basis hiervan heeft Nederland haar positie ten opzichte van Hezbollah gewijzigd en maakt niet langer onderscheid tussen de verschillende takken van de organisatie. Daarnaast heeft Nederland deze bevindingen over Hezbollah binnen de Europese Unie aan de orde gesteld.[2]

Ook maakte Nederland onderdeel uit van de Maritieme Taskforce (MTF) van de United Nations Interim Force in Libanon (UNIFIL). Op verzoek van de Libanese regering gaf deze maritieme taakgroep ondersteuning bij het beveiligen van de zeegrens om illegale invoer van wapens en aanverwant materieel te voorkomen. Hoewel deze deelname tot 31 augustus 2007 zou lopen, besloot de Nederlandse regering de bijdrage met zes maanden te verlengen, tot 1 maart 2008. Nederland bood achtereenvolgens een fregat en een bevoorradingsschip aan.[3]


 

[1] Kamervragen met antwoord 2008-2009: Vragen van het lid Çörüz (CDA) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en van Justitie over Hezbollah en de EU-lijst van terroristische organisaties (27-10-2008), nr. 334.
[2] Bijlage Kamer: Jaarverslag 2004 AIVD (11-5-2005), 29876, nr. 4.
[3] Kamerstuk 2006-2007: De situatie in het Midden-Oosten; Brief ministers over verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de operatie United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) (29-6-2007), 23432, nr. 230.