Overleg initiatiefnota antisemitisme: positief uitgangspunt voor maatregelen

De Kamerleden Yeşilgöz en Segers hebben uitgebreid gereageerd op hun initiatiefnota voor een effectievere aanpak van antisemitisme. Hun antwoorden zijn een positief uitgangspunt voor hoognodige maatregelen in de strijd tegen antisemitisme.

De Tweede Kamerleden Dilan Yeşilgöz (VVD) en Gert-Jan Segers (CU) hebben in april dit jaar een initiatiefnota over een efficiëntere aanpak van antisemitisme ingediend. Sindsdien is de urgentie hiervan meermaals onderstreept. In de VN-Mensenrechtenraad is voor het eerst een rapport over antisemitisme gepubliceerd, en rapporteur Ahmed Shaheed merkte op dat het “geen moment te vroeg” is geweest. Synagoges in de VS en Duitsland zijn doelwit geweest van dodelijke antisemitische aanslagen. Dichter bij huis heeft een demonstratie met het motto #KeppelOp antisemitische straatintimidatie in Nederland belicht.

Redenen genoeg, dus, voor de politiek om zich te buigen over een aanpak van dit groeiende probleem. De afgelopen maanden heeft de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid schriftelijk overleg gevoerd om de initiatiefnota te bespreken. Wat waren de heikele punten, en waar zijn de partijen het met elkaar eens? Welke vervolgstappen zijn er te verwachten? We zetten het voor u op een rijtje.

Waarom een specifieke aanpak van antisemitisme?

Yeşilgöz en Segers gaan verder dan het benoemen van antisemitisme als probleem. In hun initiatiefnota stellen ze ook een breed pakket maatregelen voor dat huidige tekortkomingen van de aanpak van antisemitisme moet opvangen.

Veel commissieleden zetten vraagtekens bij het benoemen van antisemitisme als specifiek probleem, zonder andere vormen van discriminatie erbij te betrekken – hoewel in de initiatiefnota zelf hier uitgebreid aandacht voor is.

Momenteel wordt discriminatie in overheidsbeleid vaak integraal benoemd, waarbij verschillende vormen (zoals antisemitisme of homohaat) op één hoop worden gegooid. Maar juist deze houding slaat de plank soms mis, zo stellen Yeşilgöz en Segers.

Denk bijvoorbeeld aan de UEFA-campagne met de leusen “Respect” en “No to Racism”, die menig voetbalfan wel eens langs zal hebben zien komen. Men kan hier moeilijk tegen zijn, maar of dit het gewenste effect heeft, is maar de vraag. Juist bij de aanpak van antisemitisme is dit belangrijk om rekening mee te houden.

“Wie voor de klas staat en aan leerlingen vraagt wie er voor discriminatie en racisme is, zal geen handen in de lucht zien gaan. Maar wanneer vervolgens  wordt gevraagd of Joden slechte mensen zijn of de financiële  sector gecoördineerd bestieren, kan ineens blijken dat antisemitische opvattingen wel degelijk leven binnen de groep die eerder  nog verklaarde discriminatie en racisme te verwerpen. De termen  zijn zo generiek dat ze nauwelijks tot controverse leiden, terwijl die er wel degelijk is”, merken de initiatiefnemers op. Juist daarom pleiten ze voor een aanvullend Actieplan Aanpak Antisemitisme vanuit de overheid, met aandacht voor zowel preventie als repressie.

Overigens geven de initiatiefnemers duidelijk aan dat andere vormen van vooroordelen en uitsluiting ook een specifieke aanpak verdienen. Hardnekkige vooroordelen tegen zwarten of LHBTI’ers, om een voorbeeld te noemen, hebben ook een eigen geschiedenis en eigen verschijningsvormen. Anders gezegd: het beestje moet bij de naam genoemd om een probleem aan te plakken. “Er is geen rangorde”, zo wordt duidelijk gesteld.

Bovendien is het tegengaan van antisemitisme niet zomaar een gunst naar de kleine Joodse gemeenschap toe. “Antisemitisme is geen probleem voor de joodse gemeenschap alleen. Het is een bedreiging voor ieders mensenrechten. Waar antisemitisme bestaat, zijn er waarschijnlijk ook andere discriminerende ideologieën en vormen van vooringenomenheid”, zo wordt het onlangs gepubliceerde VN-rapport geciteerd.

Het betreffende rapport is overigens historisch te noemen: voor het eerst heeft de VN-Mensenrechtenraad, bekend om een heuse obsessie met veroordelingen tegen Israel, met een dergelijke publicatie het antisemitismeprobleem onderkend. Juist dit schept momentum voor de Nederlandse politiek om een voorbeeldfunctie te nemen in de wereldwijde strijd tegen antisemitisme.  

Toenemend antisemitisme in de samenleving

Iets wat de vragenstellers nagenoeg eensgezind onderstrepen, is de bezorgdheid naar aanleiding van duidelijke signalen uit de Joodse gemeenschap dat het antisemitisme toenemende is.

Met name uit een grootschalige enquête van het EU-onderzoeksbureau FRA zijn zorgwekkende resultaten gekomen. Zo’n 90% van Joden in Nederland zegt het antisemitisme te hebben zien toenemen de afgelopen vijf jaar[1]; 71% zegt vaak tot soms het dragen van Joodse symbolen wel eens te vermijden. Vooral het laatste gegeven duidt op een zorgwekkende bedreiging van fundamentele vrijheden. Dat het dragen van als Joods herkende attributen – zoals een keppel – geregeld antisemitische incidenten oplevert, wordt ook in de CIDI-monitor keer op keer bevestigd.

Desalniettemin zijn er kanttekeningen gezet bij dit gegeven. Zo vroegen commissieleden van CDA of “die zorg onder de Joodse gemeenschap in Nederland nu voortkomt uit de incidenten die zich daadwerkelijk ten aanzien van hen in onze Nederlandse samenleving voordoen, of dat eerder sprake is van een reageren op internationale ontwikkelingen, bijvoorbeeld rond het conflict in het Midden-Oosten tussen de Joodse staat en andere landen dan wel bevolkingsgroepen?”

De aanleiding van antisemitische intimidatie maakt echter geen verschil in de verwerpelijkheid ervan. Inderdaad is een bekend gegeven dat antisemitische retoriek in Nederland vaak oplaait wanneer berichtgeving over het Israelisch-Arabisch conflict prominent in het nieuws is. Talloze voorbeelden zijn bekend van gevallen waar niet zozeer sprake is van ‘harde’ kritiek op Israelisch beleid en volop gebruik wordt gemaakt van antisemitische bewoording en symboliek. Bezorgdheid hierover van in Nederland wonende Joden mag dus niet afgedaan worden alsof het zomaar een politieke kwestie betreft.  

Antisemitisch daderschap

Commissieleden van de PVV betrekken – niet onverwacht – immigratie en islam bij het overleg. “Erkennen de initiatiefnemers dat zolang hun partijen de toestroom van  steeds weer nieuwe groepen immigranten uit Islamitische landen toe  zullen staan het antisemitisme in Nederland zal blijven groeien?”, vragen ze zich af.

In reactie herinneren Yeşilgöz en Segers er terecht aan dat antisemitische incidenten meerdere dadergroepen kennen.

Inderdaad is dit niet alleen een feitelijke constatering. Zo hebben de hevigste antisemitische aanslagen in de westerse wereld van het afgelopen jaar stuk voor stuk een rechts-extremistisch, dan wel simpelweg neonazistisch motief, waar de islam op geen manier aan te pas is gekomen. De politiek heeft alleen invloed als ze geloofwaardig is, en dus heeft het geen enkele zin een aanpak tot één specifieke groep in de samenleving te beperken. Zonder afbreuk te doen aan de observatie dat antisemitisme disproportioneel speelt in delen van de islamitische gemeenschap, waken de initiatiefnemers terecht voor erosie van de term ‘antisemitisme’.

Vervolgstappen initiatiefnota

Er is nog een lange weg te gaan voor de uitwerking van in de initiatiefnota voorgestelde plannen. Het algemene beeld toont aan dat partijen in verschillende mate uiteraard eigen standpunten in de voorgestelde maatregelen willen zien terugkomen. Zo ziet de SP aanscherpingen in het onderwijsaanbod graag gepaard met meer aandacht voor “historische ontwikkelingen in het algemeen en niet-Westerse geschiedenis in het bijzonder”. Het commissieoverleg duidt echter op een brede erkenning van de relevantie van de initiatiefnota, en vormt daarmee een positief uitgangspunt voor het uitwerken van maatregelen.  

Tijdens verdere behandeling in de commissie kunnen moties worden ingediend om concrete actie te vragen van de regering. Aangezien in de voorjaarsnota dit jaar 3 miljoen euro is vrijgemaakt voor antisemitismebestrijding, kunnen ook maatregelen voorgesteld worden die financiering vereisen.

 

[1] Zie “Experiences and perceptions of antisemitism  Second survey on discrimination  and hate crime against  Jews in the EU”, Fundamental Rights Agency, blz. 19