Palestijnse Autoriteit verheerlijkt het martelaarschap

IN ISRAEL / Door: WEBMASTER / 24 apr 2002 CIDI PA PALESTIJNEN TERRORISME VS

De Israelische militaire acties van de afgelopen maand hadden tot doel de terroristische infrastructuur in de Palestijnse gebieden te vernietigen. Daarbij werd vooral gemikt op het verkleinen van de mogelijkheden om zelfmoordaanslagen te plegen.

Palestijnse religieuze en politieke leiders, waaronder Jasser Arafat zelf, hebben het plegen van zelfmoordaanslagen stelselmatig bevorderd en het ‘martelaarschap’ verheerlijkt. De Palestijnse Autoriteit en Arabische staten stellen financiële bonussen beschikbaar voor de familieleden van zelfmoordterroristen. Ook in het Palestijnse onderwijsmateriaal en op de Palestijnse televisie wordt de martelaarsdood aangeprezen.
Hieronder volgens enkele uitspraken van Palestijnse functionarissen:

"Iedereen die in deze dagen het martelaarschap niet verkrijgt, zou in het midden van de nacht moeten ontwaken en zeggen: ‘Mijn God, waarom hebt U mij het martelaarschap voor Uw zaak onthouden? […] Onze vijanden lijden meer dan wij. Waarom? Omdat wij ervan overtuigd zijn dat onze doden naar het paradijs gaan, terwijl de dode Joden naar de hel gaan, naar een wreed lot. […] O Allah, vernietig de Joden en hun vrienden."

Uit de rechtstreeks op de Palestijnse tv uitgezonden vrijdagpreek van de in dienst van de PA staande imam sheik Ibrahim Mahdi, 12 april 2002.

"Het zou oneerlijk zijn een zelfmoordbommenlegger de titel ‘shahid’ [een martelaar die valt in de heilige oorlog, de jihad] te onthouden", sprak de Palestijnse minister van Informatie Jasser Abed Rabbo (New York Times, 4 april 2002).

"Zij besloten mij een gevangene te maken, een gedeporteerde, of mij te vermoorden. Nee, ik zeg tegen dat ik een martelaar zal zijn, een martelaar, een martelaar en een martelaar. En zij [de Palestijnen] zullen tot de dag des oordeels in de frontlinie staan. En van degenen die in de strijd voor Jeruzalem het martelaarschap krijgt, hij is net zoveel waard als 40 martelaren elders. Allah, schenk mij het martelaarschap in Jeruzalem, de plaats waar de profeet Mohammed ten hemel steeg en de plaats waar onze Here Jezus werd geboren. […] Allah schenk mij het martelaarschap. […] Niemand onder het Palestijnse volk of de Arabische natie zal willen buigen en zich overgeven. Wij vragen Allah echter ons het martelaarschap te schenken, ons het martelaarschap te schenken. Wij marcheren naar Jeruzalem, miljoenen martelaren. (wordt drie maal herhaald). […] O berg, de wind zal je niet doen schudden. Ik zeg tegen onze Arabische natie: Wij marcheren naar Jeruzalem, miljoenen martelaren." (Jasser Arafat in een tv-interview met de Arabische satellietzender Al-Jazeera, 31 maart 2002, drie dagen na de bloedige zelfmoordaanslag in Netanya).

"Wij zijn allemaal potentiële martelaren, het gehele Palestijnse volk", sprak Jasser Arafat. Vervolgens verwees hij naar de zelfmoordterrorist die [op 27 maart] 28 Israeli’s vermoordde tijdens een Sedermaaltijd ter gelegenheid van Pesach en zei: "O God, verleen mij op die wijze het martelaarschap" (Washington Post, 30 maart 2002).