Perfide pensioenen

IN NEDERLAND / Door: WEBMASTER / 12 feb 1997 TWEEDE KAMER WO2

De onthulling dat Nederlandse ex-Wehrmachtsoldaten en ex-leden van de Waffen SS een Duits invaliditeitspensioen ontvangen is ronduit verbijsterend.

door Ronny Naftaniel

Het gaat om een kleine 400 collaborateurs en hun echtgenoten, die tot 1300 gulden per maand ontvangen wegens in de Tweede Wereldoorlog in Duitse krijgsdienst opgelopen verwondingen. Formeel zijn degenen die in concentratiekampen hebben gewerkt en misdrijven tegen de menselijkheid hebben begaan, uitgesloten, maar controle hierop vindt nauwelijks plaats. De voormalige Waffen SS’ers en Wehrmacht-soldaten hebben naast het Duitse pensioen ook recht op de Nederlandse sociale uitkeringen, zoals de AOW.

Na de publiciteit over de kwestie in het VPRO-radioprogramma OVT deden Nederlandse oud-Duitslandstrijders een stormloop ontstaan op het ministerie van sociale zaken in Bonn. Ze wilden eveneens een uitkering ontvangen. Een grotere onbeschaamdheid is nauwelijks denkbaar. De affaire laat weer eens zien tot welke bureaucratische onbillijkheden een te algemeen gestelde wetgeving kan leiden. De ex- Wehrmachtsoldaten maken gebruik van het ‘Führer Erlass’ van 1941, dat aan personen die in Duitse dienst waren het Duitse staatsburgerschap verleende. Dat verplichtte hen ook aan Duitsland hun sociale premies af te dragen. Ruim 20.000 Nederlanders (relatief meer dan in andere bezette landen) meldden zich als vrijwilliger bij de Waffen SS. Na de oorlog werden zij in Nederland berecht en zij mochten na een generaal pardon het Nederlanderschap opnieuw aanvragen. Op grond van een Duitse wet uit 1950, die aan alle Duitse oorlogsinvaliden pensioen toebedeelt, maken de invalide Nederlandse veteranen aanspraak op de uitkering. Doordat ze hun Nederlanderschap gewoon terugkregen, profiteren ze tevens van de Nederlandse sociale wetgeving.

De Duitse regering behandelt de Nederlandse ex-Waffen SS’ers gelijk aan de Duitse ex-soldaten. Meer dan 1 miljoen Duitsers ontvangen 52 jaar na de oorlog nog een invaliditeitsuitkering. Het essentiële verschil is evenwel dat de Nederlanders willens en wetens kozen tegen hun eigen land en voor de Nazi-ideologie, terwijl heel wat jonge Duitse soldaten nauwelijks een keuze hadden. De ontstane situatie doet denken aan het pensioen dat de weduwe Rost van Tonningen ontvangt wegens het lidmaatschap van haar man van de toenmalige Tweede Kamer-fractie van de NSB. Regering en parlement zagen juridisch geen mogelijkheid die uitkering af te pakken.

Desalniettemin dienen de Nederlandse en Duitse regering er thans alles aan te doen om een eind te maken aan deze perfide dubbele pensioenen voor mensen die indertijd tegen het recht en voor het onrecht kozen. De Duitse wet biedt daartoe een handvat. Zij die een misdaad tegen de menselijkheid hebben gepleegd komen niet voor een uitkering in aanmerking. Het valt aan te nemen dat ook heel wat van de Nederlandse dubbele pensioentrekkers tot deze categorie behoren. Daarom dient er met grote spoed een diepgaand onderzoek naar het verleden van alle dubbele uitkeringstrekkers afzonderlijk te worden ingesteld.