Polen: Natie van Rechtvaardigen onder de Volkeren?

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden volgens de Poolse historicus Jan Grabowski naar schatting 200 duizend Poolse Joden door hun Poolse landgenoten afgeslacht. Bovendien werden ontelbare Joodse onderduikers en hun beschermers door hun Poolse landgenoten aan de Duitsers verraden. Een van de slachtpartijen vond plaats op 10 juni 1041 in het dorpje Jedwabne. Daar werd vrijwel de complete Joodse bevolking van circa 1600 personen door hun katholieke dorpsgenoten vermoord. Honderden van de slachtoffers, voornamelijk vrouwen en kinderen, werden in een boerenschuur opgesloten die vervolgens in brand werd gestoken. In 2011 werd het monument voor de slachtpartij door Poolse neo-Nazi’s beklad.

Dit stuk verscheen oorspronkelijk in de CIDI-nieuwsbrief. Wilt u ook de CIDI-periodiek over Israel en de Joodse wereld ontvangen? Word dan vriend van het CIDI.

Waar zijn de onderzoekers en academici met een geïnformeerde mening over de recente Poolse Holocaust-wet?

Door Yehuda Bauer

De argumenten van de Poolse regering voor de onlangs aangenomen wet met betrekking tot de geschiedenis van Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog benadrukken drie punten.

‘Poolse’ vernietigingskampen

Het eerste punt gaat over de zogenaamde reden voor de wet – verzet tegen het gebruik van de term “Poolse kampen” voor de vernietigings-, concentratie- en dwangarbeidkampen in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze zouden “Duitse kampen op het grondgebied van bezet Polen” moeten worden genoemd. Dit is een gerechtvaardigde eis en geen enkele Holocaustonderzoeker of overheid, zeker in het Westen, zou het hiermee oneens zijn.

Niet alleen Israel is het hiermee eens. Ook de International Holocaust Remembrance Alliance, de intergouvernementele koepelorganisatie voor onderwijs en onderzoek over de Holocaust, staat volledig achter het Poolse standpunt in dezen. (Ik ben overigens één van de oprichters en actief erevoorzitter van deze organisatie.)

Het eindeloos herhalen van dit punt, waarover consensus bestaat, geeft de indruk dat het slechts dient als dekmantel voor het werkelijke doel van de Poolse regering: het smoren van een betekenisvolle discussie over de verhouding tussen de Polen en de Joden tijdens de Holocaust.

Pools nationalisme

Het tweede punt is de passage in de wet die boetes en zelfs gevangenisstraf in het vooruitzicht stelt aan eenieder die beweert dat de Poolse staat of Polen op welke manier dan ook meewerkten aan Nazimisdaden. Dit zou gaan om het verdedigen van de Poolse nationale eer, is het argument, maar dat argument is bijzonder merkwaardig. Polen was een bezet land en de politieke instituties van Polen, voor zover nog aanwezig, konden alleen ondergronds opereren. De ondergrondse stond onder het gezag van de Poolse regering in ballingschap in Londen.

“Het Poolse volk” had dan ook nooit officieel medewerking kunnen verlenen aan wat voor daad dan ook omdat het volk nooit om haar mening is gevraagd – en wat is de wil van het volk überhaupt in zulke omstandigheden? De Poolse staat, dat wil zeggen de officiële overheidsinstanties, was in ballingschap.

De bewering dat geen enkele officiële Poolse institutie collaboreerde met de Duitsers is correct – in tegenstelling tot de meeste andere landen in Europa. De verklaring hiervoor is eenvoudig: Het beleid van Nazi-Duitsland was erop gericht om de Polen om te vormen naar een natie van slaven die de ‘superieure’ Duitsers moesten dienen. Poolse diplomatieke onderhandelingen op wat voor gebied dan ook zouden nooit in overweging zijn genomen. (De enige Poolse instantie die door de Duitsers werd erkend was een humanitair hulpcomité dat, in elk geval op papier, bestond uit Poolse, Oekraïense en Joodse vertegenwoordigers – maar dit was geen politiek orgaan.) Het Poolse argument dat de nationale eer op dit gebied moet worden verdedigd is volkomen bizar, verstoken van historische context en dient niets anders dan nationalisme, met antisemitische ondertonen.

Poolse redders en Jodenmoordenaars

Het derde punt, en kennelijk het belangrijkste, raakt aan het argument dat hoewel er inderdaad slechte mensen waren onder het Poolse volk, zoals onder ieder volk, het bezette en lijdende Poolse volk – en het leed inderdaad onder de bezetting, zeker twee miljoen Polen kwamen om als gevolg van de Nazimisdaden – zich eigenlijk enorm inzette om Joden te redden. Er wordt zelfs beweerd dat zestigduizend Polen Joden hebben gered.

Dat is natuurlijk een botte leugen. De Holocaustherdenkingsautoriteit van Yad Vashem in Israel heeft 6700 Polen erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren. Zij waren echte helden omdat ze de Joden niet alleen voor de Duitsers verborgen hielden maar óók voor hun Poolse buren. Het is zeker mogelijk dat het werkelijke getal van Polen die Joden hebben gered het dubbele is van die 6700. Er is geen enkele twijfel dat een uitzonderlijk moedige minderheid van de Polen Joden heeft geholpen, maar als het er daadwerkelijk 60 duizend waren geweest, was de Holocaust in Polen compleet anders verlopen.

De claim dat de Polen een volk waren dat Joden redde, is ook de bron voor de stichting van het museum in Polen gewijd aan de familie Ulma, die twee Joodse families probeerde te redden in het stadje Markowa. De familie Ulma werd verraden door een andere inwoner van de stad en werd samen met de Joodse families vermoord.

Deze oprechte heldendaad wordt gebracht als typisch voorbeeld van het gedrag van het hele Poolse volk. Nauwkeurig en betrouwbaar Pools onderzoek heeft echter aangetoond dat de Poolse boeren in Markowa en naburige dorpen gewapend met hooivorken, stokken en jachtgeweren op jacht gingen naar Joden in de woningen en bossen in de omgeving om hen te vermoorden, over te dragen aan de Poolse politie die samenwerkte met de Duitsers, of uit te leveren aan de Duitsers zelf.

Naar aanleiding van een nieuwe Poolse wet, op basis waarvan het spreken over de Poolse betrokkenheid bij de Holocaust met drie jaar cel kan worden bestraft, hield de CIDI-jongerenorganisatie CIJO op 8 februari een protestdemonstratie voor de Duitse ambassade in Den Haag. De Poolse president Duda kreeg per twitter een foto van de demo plus de volgende tekst toegestuurd:
Dear President @AndrzejDuda. Since saying ‘Polish death camps’ is now a criminal offense in #Poland, we used our freedom of speech to rename the German embassy in The Hague. Hope this is ok with you! #polishdeathcamps #polishembassies
Foto CIJO

Poolse aanval op vrijheid van meningsuiting

In de praktijk smoort deze nieuwe wetgeving elk onafhankelijk historisch onderzoek in de kiem vanwege de straffen die worden opgelegd aan eenieder die stelt dat het Poolse volk meewerkte aan Duitse misdaden. De nieuwe wet maakt het voorbehoud dat wetenschappelijk onderzoek en artistieke uitingen (wat dat ook moge zijn) niet onder de beperkingen van de wet vallen. Maar het wetsvoorstel definieert niet wie wordt beschouwd als wetenschapper of kunstenaar. Als een Poolse masterstudent wil onderzoeken wat tijdens de oorlog op een bepaalde plek in Polen is gebeurd, in de wetenschap dat hij in de cel kan belanden als hij zijn bevindingen publiceert – want wat in Markowa gebeurde, gebeurde op veel plekken – zal hij zeker een ander onderwerp kiezen.

Gidsen zullen ervoor kiezen om groepen die ze rondleiden niet te vertellen dat op de plekken die ze bezoeken Polen Joden beroofden en blij waren dat Joden werden vermoord of dat de [Joodse] huiseigenaren verdwenen. Hetzelfde geldt voor onderzoeksjournalisten en dergelijke.

De nieuwe wet is een grove aanval op de vrijheid van meningsuiting en onderzoek en moet worden veroordeeld, in de geest van de moedige kritiek die een week geleden werd geleverd door een groep Poolse historici van het Poolse Centrum voor Holocaustonderzoek en het sterke protest dat werd geuit door de Poolse directeur van het museum voor Poolse Joodse geschiedenis in Warschau.

En wat deed de Israelische regering? Premier Benjamin Netanyahu uitte zijn terechte, sterke en ondubbelzinnige kritiek op de wetgeving op Twitter. Daarop volgde een verzoeningsgesprek met zijn Poolse tegenhanger Mateusz Morawiecki. De twee kwamen overeen dat een team van experts zou worden aangesteld om een brug te slaan tussen hun uiteenlopende standpunten.

Israels Poolse bondgenoot

Op het moment van schrijven ken ik echter geen enkele expert op dit onderwerp die is uitgenodigd om deel uit te maken van zo’n overleg. Er lijkt sprake van een rookgordijn, want het Poolse parlement heeft het wetsvoorstel al zonder wijzigingen goedgekeurd. Wellicht zal er een soort verklaring worden afgegeven om tegenstanders en critici van de wet de mond te snoeren. Het is duidelijk dat economische- en veiligheidsbelangen en de steun van de Poolse regering in de Verenigde Naties voor Israel belangrijker zijn dan de Holocaust.

Prof. Yehuda Bauer is Holocausthistoricus en academisch adviseur van Yad Vashem, het internationale Holocaust herdenkingscentrum.

Naschrift CIDI:

Op 17 februari maakte de Poolse premier Mateusz Morawiecki het schandaal zo mogelijk nog erger, door op een conferentie in München te verklaren dat er weliswaar Poolse daders in de Holocaust waren geweest, maar “ook Joodse, Oekraïense en Russische daders – niet slechts Duitse daders”. Dezelfde dag legde Morawiecki een krans bij een monument voor Poolse collaborateurs met de nazi’s.

Polen heeft overigens nog steeds geen wet die inventarisatie en restitutie mogelijk maakt van de tijdens de oorlog geroofde of nadien door de Poolse staat geconfisqueerde Joodse bezittingen. Er ligt nu wel een wetsvoorstel, maar dat maakt het voor erfgenamen vrijwel onmogelijk om claims in te dienen. Algemene Joodse claims kunnen al helemaal niet worden ingediend. Het wetsvoorstel voorziet ook in een periode van slechts één jaar om claims in te dienen. Bijgevolg dreigen vrijwel alle geroofde / geconfisqueerde bezittingen van de drie miljoen omgebrachte Poolse Joden uiteindelijk ook formeel aan ‘beherende’ Poolse burgers en de Poolse staat toe te vallen.

De ‘Poolse kwestie’ bewijst nog eens hoe belangrijk Holocausteducatie is. Op 29 december 2016 vertrok CIDI met een groep van 26 docenten naar Israel. Deze groep docenten nam deel aan het jaarlijks tiendaags seminar in Yad Vashem over ‘hoe les te geven over de Holocaust in een veranderende Nederlandse samenleving’. Tijdens het seminar kregen docenten colleges, workshops en leerden zij nieuwe lesmethodes. Het educatief concept van Yad Vashem werd hen duidelijk gemaakt en de docenten raakten geïnspireerd in het ontwikkelen van nieuwe lesmethodes. Hoewel het seminar in Yad Vashem erg intens was, leerden de deelnemers buiten het programma ook meer over Israel. Tijdens een lezing en een studietour door Jeruzalem kregen de docenten ook een beter beeld van Israel en het conflict. Aan de reis ging een voorbereidingsdag vooraf in Kamp Vught. In maart 2018 is er een evaluatiedag voor de docenten.