Prijs komt Al Jazeera helemaal niet toe

De Roosevelt Stichting in Middelburg kent aan Al Jazeera een van haar jaarlijkse vrijheidsonderscheidingen toe, die voor de vrijheid van meningsuiting.

Ten onrechte, betoogt CIDI-directeur Ronny Naftaniel in de Volkskrant. De heersende Emir-familie in Qatar maakt bij de zender de dienst uit. De Wereld Democratie Index plaatste in 2010 het oliestaatje op nummer 137 van de 167 besproken landen. Daarmee behoort het tot de 30 meest onvrije landen in de wereld.

Prijs komt Al Jazeera helemaal niet toe

Bij het uitbreken van de Arabische lente heeft het televisiestation uit Qatar, Al Jazeera een niet te onderschatten rol gespeeld. Voor het eerst waren er in de Arabische wereld beelden te zien die ook verslag deden van wat de man in de straat vindt en niet alleen de machthebbers. Het is dan ook terecht dat  Al Jazeera veel internationale lof toegezwaaid krijgt voor zijn documentaires en diepgaande verslaggeving. Dat betekent echter nog niet dat de zender en het kader waarin deze opereert het toonbeeld zijn van vrijheid van meningsuiting. En dit geldt nog minder voor leden van de heersende Emir-familie in Qatar die bij de zender de dienst uitmaken. De Wereld Democratie Index plaatste in 2010 het oliestaatje op nummer 137 van de 167 besproken landen. Daarmee behoort het tot de 30 meest onvrije landen in de wereld.

Toch meent de Roosevelt Stichting aanstaande zaterdag in Middelburg één van haar jaarlijkse vrijheid onderscheidingen, namelijk die  voor de vrijheid van meningsuiting, te moeten uitreiken aan Al Jazeera. Sheikh Ahmed bin Jassim bin Mohammed al-Thani, de directeur generaal van de tv zender en lid van de heersende familie van de Emir neemt de prijs in ontvangst. Daarmee bewijst de Roosevelt Stichting de wereldwijde  strijd voor meer uitingsvrijheid  een slechte dienst. Niet alleen stelde het jaarlijkse  mensenrechtenrapport van het VS ministerie van Buitenlandse Zaken uit 2010 dat “de regering in Qatar door financiele steun en de selectie van het management inhoudelijke en programmatische controle uitoefent op de zender”, in hetzelfde jaar namen vijf omroepsters van Al Jazeera ontslag omdat ze werden lastig gevallen door managers, die hun kleding niet decent genoeg vonden. Na een ‘intern onderzoek’ verklaarde de zender kledingsvoorschriften te mogen opleggen.

Dit zou allemaal nog niet zo erg zijn, ware het niet dat Qatar een land is dat geen verkiezingen kent en alleen geregeerd wordt door de Emir Hamad bin Khalifa Al Thani en zijn familie. Er bestaat verder nog een Raadgevende Vergadering van 35 leden, die door de Emir benoemd wordt en geen enkele macht heeft. Rechtbanken spreken regelmatig straffen uit tegen homoseksuelen en zogenaamde Godslasteraars. Zo werden volgens Amnesty International in 2011 op zijn minst zes buitenlanders veroordeeld voor het beledigen van Allah, vier daarvan kregen de maximum straf van zeven jaar. Ruim 90 personen werden vorig jaar veroordeeld voor verboden seksuele relaties, een eufemisme voor het hebben van seksueel contact met iemand van het gelijke geslacht. Qatar behoort tot de weinige landen die ook buitenlanders voor dit ‘vergrijp’ straft en regelmatig het land uitzet. De vele buitenlandse gastarbeiders in het steenrijke oliestaatje mogen zonder toestemming van hun werkgever Qatar niet verlaten. Een moderne vorm van slavernij. Het kritiseren van de Emir is een andere handeling die met gevangenisstraf wordt bestraft.  Al met al weinig reden om een lid van de monarchie, die ook anderszins niet bekend staat om zijn kritische houding over wat er in Qatar gebeurt, de prijs voor de vrijheid van meningsuiting te overhandigen.

Dat de Roosevelt Stichting dit toch doet, kan duiden op een gebrek aan behoorlijk onderzoek naar de financiers en werkelijke machthebbers achter de tv zender in Qatar, of – laten we hopen dat dat niet waar is – op een commercieel belang. In het eerste geval heeft de euforie over de Arabische kennelijk het zicht op de werkelijkheid vertroebeld. Dat gebeurt vaker met dit soort prijzen, bijvoorbeeld toen premier Rabin, Shimon Peres en PLO leider Arafat in 1994 de Nobelprijs voor de vrede kregen, waarna de onderhandelingen tussen Israeli’s en Palestijnen spaak liepen. In het tweede geval zou de stichting een zelfde koers varen als Koningin Beatrix die ruim een jaar geleden in gezelschap van een zware handelsdelegatie een bezoek aan Qatar en Oman bracht. Dat ze daarbij te gast was van een staatshoofd, dat democratie als een soort van Westerse ziekte beschouwt, deerde haar niet in de hoop het Nederlandse bedrijfsleven een dienst te bewijzen. Voor de Roosevelt Stichting kunnen dit soort pragmatische motieven niet gelden. Zij heeft de naam op te houden van een grote Amerikaanse president. Al Jazeera heeft veel goeds bereikt, maar heeft door zijn verknooptheid aan het regime in Qatar te weinig gemeen met de idealen die Roosevelt op 6 januari 1941 voor ogen stonden toen hij voor het Congres zijn beroemde toespraak hield over de vier vrijheden waar mensen recht op hebben.

Ronny Naftaniel,
Directeur CIDI, Centrum Informatie en Documentatie Israel