Principiële vragen SGP en CU over AOW-korting

2008-Plan-OlmertthmbDe regering wil per 1 januari 2016 de AOW korten van mensen die in een nederzetting of “Oost-Jeruzalem” (gaan) wonen. SGP en CU hebben hierover vragen gesteld, maar zij nemen geen genoegenmet de antwoorden die staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) op 27 mei gaf. Van der Staaij (SGP) en Voordewind (CU) hebben op 28 mei nieuwe, veel principiëlere vragen gesteld over de vraag of deze korting wel terecht is.

 

Waarom nu?

Ten eerste willen Van der Staaij en Voordewind van de staatssecretaris weten waarom er nu per 1 januari 2016 een korting komt op de AOW-uitkering van personen op de West bank, terwijl daar tot nu toe geen reden voor was: “Welke beweegredenen zitten achter deze aanscherping op dit moment?”, vragen zij.

Is deze korting wel wettig?

Verder zegt de staatssecretaris in haar antwoord dat Israel geen bevoegdheid heeft om verdragen aan te gaan voor de gebieden. SGP en CU zetten daar vraagtekens bij. Zij wijzen erop dat Artikel 43 van het Haags Land Oorlogsreglement bepaalt dat de feitelijke machthebber ‘alle maatregelen zal nemen die van hem afhankelijk zijn met het oog op het herstellen en verzekeren van de orde en het openbaar leven, zoveel als mogelijk is.’
“Waarom zou de toepassing van de relevante verdragsverplichtingen op de betwiste gebieden niet gebracht kunnen worden binnen het bereik van dit artikel 43?”, vragen zij: “Het gaat hier immers om het verzekeren van het levensonderhoud van bewoners van deze gebieden? Past de samenwerking tussen Israel en Nederland, vastgelegd in het verdrag inzake de sociale zekerheid, niet uitstekend binnen deze context? Is dit niet bij uitstek iets dat te maken heeft met ‘la vie public’?”

Dit treft mensen buiten niet bestaande grenzen

En tenslotte wijzen zij erop dat in de Oslo Akkoorden is afgesproken dat over de gebieden moet worden onderhandeld tussen Israel en de vertegenwoordigers van de Palestijnse Arabieren. In vrijwel alle onderhandelingen wordt uitgegaan van een landsruil: grote nederzettingen zouden bij Israel komen, in ruil voor bijvoorbeeld een verbinding tussen de Westoever en de Gazastrook.
Waar uiteindelijk de grenzen gaan lopen, staat dus helemaal niet vast. En dat geldt zeker voor de ‘C-gebieden’ waar de nederzettingen zich bevinden, zeggen SGP en CU. De kortingsmaatregel neemt dus een voorschot op onderhandelingen waarvan de uitkomst nog helemaal niet zeker is, en kort nu alvast mensen die buiten die nog niet bestaande grenzen (gaan) wonen.
Naar aanleiding daarvan vragen zij: “Erkent de staatssecretaris dat de uitkomst daarvan kan zijn dat de uiteindelijke grenzen anders komen te lopen dan de grenzen van 1967? Erkent u derhalve dat (..) men dan in ieder geval voor de gebieden daarbuiten (‘C gebieden’), waar de nederzettingen zich bevinden, geen definitieve gevolgtrekkingen kan maken? Hoe honoreert u dit gegeven in uw eerdere beantwoording? Acht u dit geen argument om in ieder geval te borgen dat de uitkeringen voor de mensen die daar wonen ongehinderd en zonder korting overgemaakt moeten kunnen worden?”

Afbeelding: Het vredesvoorstel van Olmert met daarop de vele ruilen die er zouden komen