Prof. Benny Morris: “Oplossing probleem Palestijnse vluchtelingen moeilijkste van allemaal”

"De oplossing van het Palestijnse vluchtelingenprobleem wordt van alle zaken die bij de definitieve-status-besprekingen tussen Israel en de Palestijnen nog aan de orde moeten komen de meest gecompliceerde. Ingewikkelder dan Jeruzalem of de definiëring van de grenzen." Dit zegt Benny Morris die in 1988 zijn onderzoek naar het ontstaan van het Palestijnse vluchtelingenprobleem publiceerde.

Mythe

Volgens de tot dan toe gangbare Zionistische opvatting hadden Palestijnen in 1948 tijdens de Israelische Onafhankelijkheidsoorlog hun woonplaatsen vrijwillig verlaten, deels daartoe aangemoedigd door hun leiders. Immers, het vertrek zou maar van tijdelijke aard zijn omdat de Arabische legers snel Israel van de kaart zouden vegen. Met zijn studie The Birth of the Palestinian Refugee Problem 1947-1949 prikte Morris deze historische mythe door. Zijn stelling luidde dat aan het vertrek van de Arabische bewoners van Palestina een combinatie van factoren debet was, zoals gebrek aan Arabisch leiderschap, economische problemen, ineenstorting van gezag, aanvallen van het Israelische leger op Arabische dorpen en gedwongen uitzettingen. Morris doorbrak met zijn studie de mythe dat de Zionistische geschiedenis louter en alleen heldengeschiedenis is geweest. In zijn voetspoor traden andere ‘nieuwe historici’ zoals Dina Porat, Tom Segev en recent de makers van de 22-delige televisieserie Tkoema (Wedergeboorte). Er komt geen rooskleurig beeld van het Zionistisch leiderschap uit naar voren, maar wel de oprechte wil op zoek te zijn naar de historische waarheid. "Voor een wederzijds begrip," zegt Benny Morris die vorige week in Nederland was voor de conferentie over Palestijne vluchtelingen, "is dat van groot belang".

Arabische staten

Benny Morris, hoogleraar geschiedenis aan de Ben Goerion Universiteit te Beersheva, schetst tegenover CIDI een niet erg hoopgevend beeld. "Bij de oplossing van dit probleem zijn heel veel partijen betrokken. Niet alleen de Palestijnen en Israel maar ook de Arabische staten. Het is duidelijk dat niet alle Palestijnse vluchtelingen (3 à 4 miljoen) in de Westoever en Gaza kunnen wonen, het is ook duidelijk dat Palestijnen niet zullen kunnen terugkeren naar hun voormalige woonplaatsen in Israel. Vandaar dat landen als Syrië, Libanon, Jordanië en Egypte Palestijnen moeten opnemen en hun staatsburgerschap geven. Hun bereidheid daartoe is echter afhankelijk van een vredesovereenkomst met Israel ."

Droom

Maar dan nog zijn de problemen nog lang niet opgelost: "Syrië en Libanon en ook Jordanië zitten niet te wachten om honderdduizenden Palestijnen het staatsburgerschap te geven en ook de Palestijnen zitten daar niet op te wachten. Het staatsburgerschap van een andere Arabische staat betekent het definitieve einde van de droom ooit als Palestijns staatsburger in een eigen staat te wonen. Van hen wordt dus een enorme psychologische omschakeling gevraagd. De oprichting van de staat kan echter wel helpen bij die omschakeling. Het feit dat de staat er is vermindert wellicht tegelijkertijd de motivatie om er daadwerkelijk te gaan wonen".

Compensatie

Tot slot moet gesproken worden over financiële compensatie. In het verleden is vaak geopperd dat Israelische compensatie weggestreept zou kunnen worden tegen Arabische compensatie voor het verlies van de bezittingen die Joden uit de Arabische landen hebben achtergelaten. Morris zegt dat dat misschien een optie is, "maar Palestijnen, die in 1948 Israel zijn ontvlucht waren over het algemeen rijker dan de Arabische Joden die in 1948 naar Israel zijn gekomen. Bovendien zijn de meesten vrijwillig geëmigreerd".

Met het vredesproces in een impasse ziet Morris op dit moment weinig lichtpunten. De enige vooruitgang die hij ziet is het wederzijdse inlevingsvermogen: "De afgelopen tien jaar hebben beide volkeren elkaars problemen leren zien en erkennen. Vooral door de intifada zijn de ogen van veel Israeli’s voor de Palestijnse problemen geopend".