Rapport Amnesty slaat plank volledig mis

IN ANDER NIEUWS / Door: CIDI / 1 feb 2022 ISRAEL AMNESTY

Het rapport van Amnesty International is een gemiste kans om de problematiek rond het conflict tussen Israel en de Palestijnen adequaat te analyseren. Het rapport schetst een vertekend beeld en heeft daardoor geen realistische oplossing voor ogen. Daarnaast signaleert Hanna Luden, directeur van CIDI, een duidelijke doelredenering: “feiten die het verhaal ondermijnen, zoals een beschouwing van de problemen rond veiligheid, erkenning van Israels bestaansrecht en de gemeenschappelijke wens het conflict op te lossen, worden moedwillig over het hoofd gezien.”  Zelfs terrorisme wordt vergoelijkt (als zijnde ‘vrijheidsstrijd’) en BDS wordt gepropageerd. “De framing van Israel als een ‘apartheidsstaat’ is niet alleen onjuist, maar refereert ook naar een vaag gedefinieerd begrip en in ieder geval niet naar het bekende Zuid-Afrikaanse apartheid,” aldus Hanna Luden. Met dit rapport stapt Amnesty duidelijk in een eenzijdig frame, waarbij geen plaats is voor de Joodse staat.

“Een kritische kijk op Israelisch beleid en handelen is noodzakelijk: elke samenleving moet kritisch worden gevolgd, en een samenleving in oorlogssituatie des te meer. Dit rapport ondermijnt echter de vooruitgang in de regio, juist nu de huidige regering prioriteit geeft aan de problemen van Arabische inwoners en er toenaderingen is tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit. En dat is eeuwig zonde. Het steunt openlijk terreurorganisaties als Hamas, die Israels bestaan niet erkennen en strijd als enige middel voor het behalen van hun doel – het beheersen van het hele gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan. De politieke realiteit zorgt ervoor dat Israeli’s de boodschap uit het rapport onmogelijk serieus kunnen nemen,” aldus directeur Hanna Luden.

In Israel is er geen sprake van ‘apartheid’, maar van een constante dreiging van terreur en oorlog. Evenals van een gebrek aan erkenning van Israel door buitenlandse vijanden zoals Iran, Hezbollah en van het Palestijnse Hamas, Islamitische Jihad en andere gewelddadige groeperingen die de Joodse staat willen vernietigen. Binnen de zogenaamde ‘groene lijn’ is zo’n 20% van de Israelische burgers Arabier. Zij leven in dezelfde steden en maken gebruik van dezelfde voorzieningen als Joodse burgers. Zij doen volop mee in de politiek. Zo haalden de Arabische partijen samen 14 zetels in de Knesset. Sommige Arabieren dienen vrijwillig in het leger. Een deel van hen noemt zich Palestijn, een groot deel ‘Israelische Arabier, maar bijna niemand wil liever in een toekomstige Palestijnse staat wonen. Israelische Arabieren willen volwaardig burger van Israel blijven. “De meeste zijn ook fel tegenstander van de door Amnesty bepleite boycot van Israel,” voegt Luden nog toe.

In tegenstelling tot de bijna drie miljoen Israelische Arabische burgers zijn Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza onderdaan van de Palestijnse Autoriteit (PA). Deze is ontstaan na de Osloakkoorden en is een autonome mogendheid die verantwoordelijk voor de Palestijnse inwoners van de gebieden A en B in de Westelijke Jordaanoever. Voor de bloedige burgeroorlog tussen Hamas en Fatah was de PA ook verantwoordelijk voor de inwoners van Gaza. Nu lijden ze onder de repressieve regime van Hamas, maar in het rapport van Amnesty worden deze zaken als ‘buiten de focus van het onderzoek’ beschouwd. De westelijke Jordaanoever staat onder Israelisch militair regime, maar door de Osloakkoorden gelden daar verschillende rechtssystemen. Het rechtssysteem in Gaza valt geheel buiten de Israelische verantwoordelijkheid, hier geldt namelijk de Sharia. Luden: “De verhoudingen tussen de twee gebieden zijn moeizaam, meerdere ‘hoedna-pogingen’ (pogingen tot verzoeningen tussen het Palestijns leiderschap) zijn mislukt. Dit cruciale punt ziet het rapport van Amnesty moedwillig over het hoofd.”

In onder meer Jeruzalem wonen Joden en Arabieren door elkaar.

Een eenzijdig perspectief

Het ‘onderzoek’ van Amnesty heeft nauwelijks oog voor de zorgen van Israelische burgers. Luden daarover: “De jarenlange terreur en bombardementen door Palestijnse individuen en vaker door terreurorganisaties resulteerden in Israelische maatregelen zoals checkpoints, die de toegang tot Israel beperken, met de nodige problemen. Amnesty negeert ook dit dilemma. Veiligheidsbelangen en de geschiedenis van Palestijnse terreurcampagnes worden gebagatelliseerd en zelfs vergoelijkt. Het zelfbeschikkingsrecht van Joden in Israel wordt ontkend. Tegelijkertijd wordt datzelfde recht voor de Palestijnen bepleit, even als de ‘terugkeer’ van vele miljoenen Palestijnen naar het gehele gebied. De Israelische Wet van Terugkeer van Joden wordt neergezet als racisme, terwijl alle soevereine landen voor zichzelf bepalen wie er staatsburger mag worden. Duitsland, Ierland, Griekenland en Spanje kennen vergelijkbare wetten.” Zo is duidelijk de eenzijdigheid van het rapport te herkennen.

“Ook de situatie van Palestijnen in Oost-Jeruzalem wordt verkeerd neergezet,” volgens Luden. Ze legt uit: “De situatie in de stad die door beide partijen als hoofdstad wordt gezien is beladen en complex. In tegenstelling tot wat in het rapport staat, hebben de inwoners van geannexeerde gebieden in Jeruzalem wel recht op het Israelische staatsburgerschap. Steeds meer Israelische Arabieren vragen het dan ook aan, maar anderen bewust niet. De Palestijnse Autoriteit zet Palestijnen onder druk om geen Israelisch staatsburgerschap aan te vragen. Sterker nog, ze bedreigt Palestijnen die zich in Israel verkiesbaar willen stellen voor de gemeenteraad.”

Israelische Arabieren zijn over het algemeen blij om deel uit te maken van de Israelische maatschappij, blijkt uit onderzoek.

Luden besluit: “Er is genoeg reden voor kritiek op Israel, op welk land niet? Maar een rapport dat vooral als doel heeft Israel te framen als ‘apartheidsstaat’, of als de ‘paria van de wereld’ neer te zetten, draagt niet bij aan gerechtigheid voor wie dan ook in het gebied, laat staan aan vrede tussen de volkeren.” Zolang er geen begrip is voor de risico’s en veiligheidsbelangen van de Israeli’s is de kans op vrede nihil. Dergelijke rapporten, die de Palestijnen slechts als passieve slachtoffers presenteert, maken de kans op toenadering juist kleiner. Luden: “Zolang er geen ruimte is voor kritiek op Palestijns handelen (intern en richting Israel) en zolang er met slogans in plaats van met werkelijke situaties wordt gesproken, is er geen kans op toenadering. Om vrede tussen de beide volkeren te bevorderen zijn geduldige onderhandelingen nodig, waar rekening wordt houden met de daadwerkelijke belangen van zowel Israeli’s als Palestijnen. Het ontkennen hiervan is funest voor vrede.” Landen in de regio hebben dit onderkend, nu het Westen nog, en organisaties zoals Amnesty International, waarvan de kritiek wel erg selectief is. 

Belang van kritische blik

CIDI vindt het belangrijk dat dit kritisch benaderd wordt, omdat het niet alleen de geloofwaardigheid van Amnesty International zelf, maar ook het bestaansrecht van Israel ondermijnt, waardoor een oplossing voor het conflict met de Palestijnen verder wegraakt.

Via deze link kunt u ons zeer beknopte commentaar vinden op dit rapport.