Rapport over UNRWA-studiematerialen legt wederom schokkende feiten bloot over Palestijns onderwijs

IMPACT-SE (Institute for Monitoring Peace and Cultural Tolerance in School Education) heeft onderzoek gedaan naar nieuw ontwikkelde educatieve materialen gebruikt door UNRWA, die gericht zijn op het thuisonderwijs gedurende de coronapandemie. Uit het onderzoek blijkt dat de materialen niet in lijn zijn met VN-doelstellingen en zich schuldig maken aan het oproepen tot geweld, het afwijzen van vrede en het ontkennen van Israel en de Joodse geschiedenis en aanwezigheid in de regio.

(bron: UNRWA/Marwan Baghdadi)

UNRWA verzorgt het onderwijs voor Palestijnse vluchtelingen. Voor scholieren in de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook baseert de VN-organisatie haar materiaal grotendeels op het Palestijnse curriculum, op basis van de “nationale soevereiniteit”. In 2019 had zij meer dan 320.000 leerlingen onder haar hoede.

Uit het onderzoek blijkt dat de materialen niet aansluiten bij de maatstaven van de Verenigde Naties, en ook dat feedback en revisie naar aanleiding van eerdere onderzoeken maar mondjesmaat wordt toegepast op het onderwijsmateriaal. In deze studie werd gekeken naar zelfstudiematerialen, die UNRWA uitgaf vanaf de lente van 2020. De meerderheid van de materialen wordt gebruikt in de Gazastrook, maar enkele ook op de Westelijke Jordaanoever. Daarbij is het grotendeels gebaseerd op het PA-curriculum, met enkele aanpassingen en omissies.

IMPACT-SE heeft de onderwijsmaterialen langs de lat gelegd aan de hand van acht pijlers die de Verenigde Naties zelf hebben opgesteld:

  1. Respect voor de algehele ‘Andere’.
  2. Openheid en respect naar de individuele ‘Andere’.
  3. Geen haat.
  4. Geen opruiing of geweldsverheerlijking.
  5. Vrede als doel.
  6. Informatie zonder vooroordelen.
  7. Gelijkheid qua gender.
  8. Nadruk op samenwerking voor een betere economie en milieu.

IMPACT-SE heeft na grondig onderzoek het volgende geconcludeerd:

  • In het onderwijsmateriaal wordt de jihad, de gewapende strijd opgehemeld, en komen passages als “het verdedigen van moederland” meerdere malen voor. Dit komt voor in zowel geschiedenisonderwijs, als in opdrachten voor grammatica en rekenen. Er is geen veroordeling van geweld te vinden in het curriculum.
  • Er is geen vermelding van vrede, vredesiniatieven of de noodzaak tot vrede. Israel wordt voornamelijk omschreven als “de vijand” of de “zionistische bezetter”.
  • Intolerantie, disrespect en demonisering van Israel en Joden komt terug in het materiaal. Zo wordt Israel gelijkgesteld aan de Kruisvaarders en de Spaanse Inquisitie van 1492. Israel is volgens het curriculum een Europese aanval op islamitische landen. De Joods-Israelische “Ander” wordt puur in een negatief daglicht gezet.
  • Enkele valse beweringen staan ook in het materiaal. Zo wordt Israel beschuldigd van de brandstichting van de Al-Aqsamoskee in 1969, het stelen van erfgoed en van het dumpen van radioactief materiaal op de Westelijke Jordaanoever.
  • In alle materialen, zowel voor grammatica, rekenen als maatschappijvakken neemt de Palestijnse strijd een centrale rol in. Zo moeten leerlingen het aantal martelaren van de Eerste Intifada uitrekenen en vergelijkingen maken tussen de Inquisitie en Israelische gevangenissen. Ook komen in grammaticaopdrachten zinnen voor als: “de strijder vecht voor een vrij Jeruzalem” en “Jeruzalem zal altijd de hoofdstad van Palestina zijn”.
  • Er is duidelijk geen neutraal standpunt in het onderwijsmateriaal. Zo staat Israel nergens op de kaartjes, het hele gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan noemt men Palestina. De Groene Lijn wordt nergens aangegeven op de kaartjes, Israel bestaat simpelweg niet in het materiaal. Bij Engelse lessen wordt bijvoorbeeld Haifa omschreven als een stad in Palestina. Daarnaast omschrijft men indien nodig Israel als “de zionisten”, “de bezetter” of als “de vijand”.
  • De Staat Israel wordt volledig ontkend en daarnaast ontkent men de Joodse geschiedenis in het gebied. Verder stelt men dat de Kanaänieten Arabisch waren en dat Israel bezig is met het “verjoodsen” van Jeruzalem.

Naast het klakkeloos overnemen van delen van het nationale PA-curriculum heeft UNRWA wel enkele aanpassingen gemaakt in het materiaal. Zo zijn enkele passages over gewapende milities verwijderd en is op bepaalde plaatsen de nomenclatuur aangepast. Doch blijft er in het materiaal punten zitten waardoor er geen recht gedaan wordt aan de acht hierboven gestelde punten en de normen en waarden van de Verenigde Naties.

Al langer zorgen in Tweede Kamer over Palestijns onderwijs

Het is niet de eerste keer dat Palestijns onderwijsmateriaal in een slecht daglicht komt vanwege zijn inhoud. Naar aanleiding van een eerder onderzoek naar Palestijnse schoolboeken van de PA zelf werden in 2017 Kamervragen gesteld over de haatdragende en intolerante inhoud en de Nederlandse financiering hiervan. In datzelfde jaar kwam er een onderzoek uit van het Simon Wiesenthal-centrum over de schoolboeken van UNRWA, hieruit bleek dat zij ook bol staan van eerder aangekaarte problemen bij de PA-schoolboeken.

In de jaren daarna bleek na nieuw onderzoek dat er geen tot weinig verbeteringen te zien waren in het Palestijnse curriculum, waardoor de cultuur van haat blijft bestaan. Daarop werden er in 2018 opnieuw Kamervragen gesteld door meerdere leden, waarna minister Blok erkende dat het Palestijnse curriculum “problematische elementen” bevat. Ook stelde minister Blok dat Nederland het belang van goed onderwijs onderschrijft, onderwijs dat dus bijdraagt aan een klimaat voor vrede en meer wederzijdse kennis over elkaars cultuur, geschiedenis en samenleving. Doch zag hij geen reden om de Nederlandse financiering te herzien of aan te passen.

Hieronder enkele voorbeelden van onderwijsmateriaal wat gebruikt wordt door UNRWA: