Regering geeft overzicht van steun aan Palestijnen

Op 22 februari stelden de Kamerleden Van der Staaij (SGP), Van Baalen (VVD), Herben (LPF), Wilders (Groep Wilders), Huizinga Heringa (ChristenUnie) en De Nerée tot Babberich (CDA) een reeks schriftelijke vragen aan de regering over de omvang en besteding van Nederlandse en Europese hulpgelden aan de Palestijnse Autoriteit. Hieronder volgt een samenvatting uit de antwoorden die op 4 april door de ministers Bot (Buitenlandse Zaken) en Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) aan de Kamer werden gestuurd.

“De totale bilaterale en multilaterale steun aan de Palestijnse Gebieden bedroeg in 2005 $1,4 miljard. Hiervan was $350 miljoen budgetsteun, $500 miljoen humanitaire hulp en $550 miljoen ontwikkelingshulp. De regering heeft geen inzicht in de particuliere hulp die aan de Palestijnse Gebieden wordt geboden.”

“De aard en omvang van de hulp dit jaar (2006) zal in hoge mate worden beïnvloed door de wijze waarop de nieuwe Palestijnse regering gevolg geeft aan de door de EU en het Kwartet gestelde voorwaarden: erkenning van Israel, afzweren van geweld en aanvaarding van bestaande overeenkomsten en verplichtingen.”

“De totale reguliere Nederlandse hulp aan de Palestijnse Gebieden bedroeg in 2005 ruim 33 miljoen euro. Daarvan werd 11,8 miljoen euro besteed via de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) en was 1,5 miljoen euro bestemd voor noodhulp via andere VN-organisaties.”

“Verder werd 5 miljoen euro bijgedragen aan het ‘Reform Trust Fund’ van de Wereldbank voor begrotingssteun aan de Palestijnse Autoriteit (PA) ter ondersteuning van het hervormingsprogramma van de Palestijnse overheidsfinanciën. Betalingen uit dit fonds geschieden op basis van naleving van afspraken met de PA over de voortgang op het gebied van financiële hervormingen. Daarop houdt de Wereldbank nauwgezet toezicht, in samenspraak met de Europese Commissie en de andere bijdragende donoren.”

“Daarnaast besteedde Nederland 5 miljoen euro aan een goed bestuur- en mensenrechtenprogramma via onafhankelijke ngo’s (non government organisations, red.) en aan de opbouw van het Palestijnse politieapparaat via de EU-politiemissie (EUPOL-COPPS).”

“Na de Israelische terugtrekking uit de Gazastrook […] is besloten tot een jaarlijkse extra bijdrage van 10 miljoen euro voor wederopbouw van de Palestijnse economie. Eind 2005 is in dit kader een aanvullende bijdrage van 6,2 miljoen euro verstrekt aan UNRWA. Indien de politieke omstandigheden het toelaten zal de bijdrage voor 2006 worden ingezet ter ondersteuning van de Palestijnse land- en tuinbouwsector via VN- en/of ngo-kanalen.”

Zoals uit het bovenstaande overzicht blijkt wordt er geen directe Nederlandse hulp aan de PA verstrekt, maar wordt de hulp besteed via de VN, de Wereldbank, de EU en onafhankelijke ngo’s. Voor 2006 is een vergelijkbaar uitgavenpatroon voorzien, waarvan de precieze invulling afhankelijk is van de politieke en veiligheidsomstandigheden in de Palestijnse Gebieden.”

“De totale steun van de Europese Unie (lidstaten en Europese Commissie, EC) aan de Palestijnen bedroeg in 2005 ongeveer 500 miljoen euro. Hiervan werd ongeveer de helft verstrekt door de EC. Ruim de helft van de EC-hulp werd, zonder tussenkomst van de Palestijnse Autoriteit (PA), besteed aan projecten van ngo’s en VN-organisaties en aan noodhulp. De andere helft werd voornamelijk besteed aan begrotingssteun (vooral ambtenarensalarissen), capaciteits-opbouw van de PA en aan elementaire voorzieningen die de PA verstrekt aan de bevolking (gezondheidszorg, onderwijs, sociale sectoren).”

“Voorzover mij bekend doet de PA geen uitbetalingen aan nabestaanden van terroristen. Volgens de gegevens die mij ter beschikking staan is er wel een PLO-fonds, dat los staat van de PA, waaruit betalingen worden verricht aan nabestaanden van Palestijnse burgers die door het optreden van de Israelische strijdkrachten om het leven zijn gekomen. Tevens beoogt dit fonds Palestijnen te compenseren die materi&eeuml;le schade hebben geleden door Israelisch (gewapend) optreden, zoals huisverwoestingen.”

“Er schijnt geen licht tussen de opstelling van de EU en die van de VS. De eisen aan Hamas zijn duidelijk geformuleerd in de conclusies van de Raad voor Algemene Zaken en Externe betrekkingen van 30 januari 2006 alsmede in de Verklaring van het Kwartet (EU, VS, VN en Rusland) van diezelfde datum: afzien van geweld, erkenning van Israel en respecteren van bestaande overeenkomsten. De toekomstige hulprelatie met de nog te vormen nieuwe regering van de PA zal door de EU en het Kwartet in het licht van deze criteria worden beoordeeld.”