Regeringsgeld naar conferentie Palestijnen

Vorige week kon de Tweede Kamer voor het eerst kennismaken met Eveline Herfkens in haar nieuwe rol als minister van Ontwikkelingssamenwerking. Ze baarde meteen opzien met haar mededeling geen nieuwe projecten meer te kunnen financieren omdat haar kas leeg is. Dus was ze ook gedwongen neen te verkopen op een verzoek uit de Kamer meer geld uit te trekken voor Palestijnse vluchtelingen in Zuid-Libanon. Het kan verkeren, want nog geen week eerder bleek dat hetzelfde ministerie van ontwikkelingssamenwerking een aanzienlijke subsidie had verleend aan een conferentie in Noordwijk onder de titel Palestinian Refugees, 50 years on.

Initiatiefnemers van die conferentie zijn een aantal kerkelijke organisaties. Tot de sprekers behoren Nederlanders, als professor Paul de Waart, die zich met grote regelmaat zeer kritisch over Israel uitlaten, enkele Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever en Zuid-Libanon en twee kritische Israeli’s. Dat zijn Ronit Weis-Berkovitz, maker van de interessante film Tkoema en de historicus professor Benny Morris. Hoewel beiden met hun werk veel respect afdwingen, zijn ze niet de aangewezen personen om de Israelische visie op het Palestijnse vraagstuk naar het Nederlandse publiek toe te vertolken. Zij zullen dat ook niet willen, waardoor in feite een officiële Israelische stem op deze conferentie ontbreekt. Hoezeer de organisatoren van plan zijn de Joodse staat in de beklaagdenbank te zetten, blijkt uit de gespreksonderwerpen van de conferentie en de toelichting op de aankondigingsfolder. “De officiële Israelische politiek ontkent het recht op terugkeer en verwerpt een Israelische rol bij het vinden van oplossingen voor het vluchtelingenvraagstuk”, beweert de folder bijvoorbeeld. Dat de Oslo-akkoorden, die ook Israels handtekening dragen, uitgebreid ingaan op mogelijkheden het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk op te lossen, wordt gemakshalve weggelaten. Overigens gaat slechts één van de tien thema’s op de bijeenkomst in Noordwijk over het Oslo-vredesproces.

Natuurlijk hebben kerkelijke organisaties het recht zo’n conferentie te organiseren, al is deze nog zo eenzijdig. Maar moet de Nederlandse overheid hieraan bewust meedoen? Of is de speciale band met Israel, waar ons land zo prat op gaat, slechts een hersenspinsel? De totale subsidie van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking voor dit project bedroeg 90.000 gulden. Minister Pronk heeft, op voorspraak van de Directie Midden-Oosten en Noord-Afrika van het ministerie van buitenlandse zaken, op 5 juli dit besluit genomen.. De directeur van deze Directie, Marcel Kurpershoek, blijkt ook één van de inleiders op de conferentie te zijn. Het is uitermate wrang, dat Palestijnen in Zuid-Libanon niet geholpen kunnen worden omdat het geld op is, terwijl het ministerie, dat een deel van de nood zou kunnen lenigen, wel 90.000 gulden meent te moeten spenderen voor een conferentie in Nederland over deze Palestijnen. Van een dergelijk beleid worden de mensen waarom het gaat natuurlijk niets beter. Het laat slechts zien wat de bizarre consequenties kunnen zijn van het verkeerd kiezen van politieke prioriteiten.