SGP stelt kamervragen over verheerlijking van terrorisme door PA

Lid van de Tweede Kamer Kees van der Staaij van de SGP heeft vrijdag schriftelijke vragen gesteld aan Maxime Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, over het verheerlijken van terroristische acties tegen Israel door de Palestijnse Autoriteit, de ‘regering’ van de Westelijke Jordaanoever.

Van der Staaij wil weten wat de minister hieraan gaat doen met betrekking tot het vredesproces. De SGP’er Van der Staaij vroeg zich af of Verhagen wist van de recente uitlatingen van PA-minister van Cultuur, Mustafa Barghouti, over de verheerlijking en nagedachtenis van Palestijnse terroristen. Barghouti heeft in een Palestijnse krant verklaard dat het publiek vernoemen van zelfmoordterroristen wel het minste was men kon doen.

Het kamerlid wil weten wat Verhagen van deze verheerlijking vindt en wat hij hieraan gaat doen. De SGP’er vraagt zich tevens af welke consequenties de minister aan de uitspraken gaat verbinden met betrekking tot het vredesproces.

Van der Staaij is van mening dat deze verheerlijking ‘funest is voor de vredesonderhandelingen’ en wil dat de Nederlandse regering de PA er op gaat aanspreken:

Heeft u kennis genomen van de recente uitlatingen van de PA-minister van Cultuur Barghouti, waarin hij openlijk de verheerlijking en nagedachtenis van Palestijnse terroristen verdedigt? Hoe beoordeelt u het optreden van deze Palestijnse minister?

 

Is het inderdaad juist, dat de Palestijnse autoriteiten nog steeds onverstoord doorgaan met hun praktijk van het eren en verheerlijken van terroristen die Israëli’s hebben vermoord, onder meer door het vernoemen van pleinen en straten naar hen? Wat is hierover uw mening?

 

Gegeven deze houding van de Palestijnse autoriteiten ten aanzien van terroristische daden jegens Israëli’s, welke consequenties verbindt u hieraan voor wat betreft uw inzet voor het vredesproces en dergelijke? Is het in dit klimaat niet volstrekt illusoir om op kortere termijn te streven naar een tweestatenoplossing en Israel daartoe aan te zetten? Moeten deze praktijken niet veeleer een aansporing vormen om primair van onderop te streven naar een verbetering van de verhoudingen tussen Palestijnen en Israëli’s?

 

Op welke wijze worden de Palestijnse autoriteiten serieus onder druk gezet – door u, door de EU en de bredere internationale gemeenschap – om deze hatelijke praktijken af te zweren en voluit te kiezen voor een vreedzame oplossing? Wat is het effect van deze inspanningen?

 

Op welke wijze gaat u concreet de Palestijnse autoriteiten aanspreken op de gedane uitlatingen van de minister van Cultuur? Welke sancties zijn denkbaar, ook in internationaal verband, als de Palestijnse autoriteiten doorgaan met deze praktijken, die destructief zijn voor het vredesproces?