Voor het eerst sinds de aankondiging van de bouw van de Joodse wijk Har Choma in Jeruzalem hebben Israelische en Palestijnse delegaties weer over het vredesproces gesproken. De sfeer schijnt na het bezoek van minister van Buitenlandse Zaken Albright aan het Midden- Oosten aanzienlijk te zijn verbeterd. Dat is het goede nieuws deze week. Het slechte nieuws is dat premier Netanjahoe met de vrijlating van sjeik Jassin alom verbijstering heeft opgeroepen.

door Ronny Naftaniel

Juist op het moment dat de Palestijnse Autoriteit serieus de strijd tegen het terrorisme begon aan te binden, meende de Israelische premier de geestelijk vader van Hamas uit de gevangenis te moeten ontslaan. Aangenomen wordt dat hij hiermee het gezichtsverlies wilde beperken, dat hij in Jordanië opliep door de mislukte aanslag op de Hamas-woordvoerder Chaled Meshal. De Israelische knieval voor de fanatieke sjeik zet vraagtekens bij de oprechtheid van de kritiek die Netanjahoe indertijd had op de omhelzing van Jasser Arafat met Hamas-leider Rantisi.

Sjeik Jassin, die in 1984 samen met vier andere leden van de Moslim Broederschap werd gearresteerd wegens het verbergen van automatische wapens, heeft ondanks zijn handicaps niets van zijn felheid verloren. Hij was betrokken bij de oprichting van Hamas, dat in 1988 in zijn Handvest opriep "Israel van de kaart te vegen door de Islam". Voor tienduizenden aanhangers die hem deze week in Gaza een heldenontvangst bezorgden, sprak hij opnieuw: "Vrede is pas mogelijk als er in heel Palestina een Islamitische staat is opgericht." Het onderzoek dat het Israelische kabinet heeft aangekondigd naar het falen van de Mossad bij de aanslag door "Canadese toeristen" op Chaled Meshal is slechts bijzaak. Het is natuurlijk juridisch onrechtmatig om op het grondgebied van een bevriende buurstaat eigen rechter te willen spelen, maar onlogisch is het niet. Israel heeft in dit opzicht een lange geschiedenis achter zich; lopend van de arrestaties van Eichmann en Vanunu tot het militaire optreden van Israel in Tunis en Entebbe. Een van de laatste vergeldingsacties was in 1995 op Malta tegen dr Fathi Shkaki, een leider van de Islamitische Jihad.

Een land waar de bevolking permanent bedreigd wordt door terroristen die in hun blind fanatisme nimmer aarzelen onschuldigen te vermoorden, heeft helaas soms geen andere keus dan het toepassen van onconventionele methodes tegen zijn vijanden. Likoed en Arbeid verschillen in dit opzicht niet van mening. De centrale vraag blijft natuurlijk of Chaled Meshal werkelijk zo belangrijk was om de relaties met Jordanië op het spel te zetten en het harde regeringsbeleid tegen het Moslimfanatisme te ondergraven. Een minister-president die de strijd tegen het terrorisme tot prioriteit van zijn beleid heeft verheven, kan zich een dergelijk politiek risico niet permitteren.