Spanning tussen Israel en Jordanië om water

De aanhoudende droogte in het oostelijk Middellandse-Zeegebied zorgde deze week voor spanningen tussen Israel en Jordanië toen Israel besloot de kraan naar zijn oosterbuur gedeeltelijk dicht te draaien. Het is niet voor niets dat vaak gefluisterd wordt dat een volgende oorlog in het Midden-Oosten wel eens over water zou kunnen gaan.

Een gunstige uitzondering op de traditionele waternijd tussen buurlanden in de regio maakten Israel en Jordanië toen zij in 1994 in hun vredesverdrag opnamen dat Israel jaarlijks 50 miljoen kubieke meter drinkwater aan Jordanië zou leveren. Maar het akkoord, waarin de waterparagraaf zo uitputtend beschreven lijkt, heeft niet voorzien in het geval van droogte.

Het water voor Jordanië moet komen uit de Jordaan, de Jarmoek en het Meer van Galilea. Maar het waterpeil in het Meer van Galilea, Israels belangrijkste drinkwaterreservoir, is lager dan ooit. De Israelische hoge commissaris voor water Meir Ben Meir verwacht dat Israel dit jaar 40 procent van zijn neerslag misloopt en heeft de watertoevoer naar de boeren al met 25 procent ingekrompen. Als de droogte aanhoudt, worden de beperkende maatregelen nog drastischer.

Studie

Een begin deze maand gepubliceerde prestigieuze studie van Israelische, Palestijnse, Jordaanse en Amerikaanse waterspecialisten voorspelt dat zelfs met strikt management een toekomst zonder waterstress bijna uitgesloten is voor de regio. Het is voor het eerst dat wetenschappers uit Israel, Jordanië en de Palestijnse gebieden de problemen rond de waterschaarste in hun leefgebied gezamenlijk in kaart hebben gebracht. "Iets fundamenteels als een kaart van de regionale neerslagpatronen bestond eenvoudigweg niet", zegt David Policansky die het project de afgelopen twee jaar heeft geleid.

Het 226-pagina lange rapport gaat uitgebreid in op waterbesparing en het terugdringen van de consumptie. Een opmerkelijke conclusie is dat ontzilting economisch onhaalbaar is. (In het jaar 2005 zal één kubieke meter ontzilt zeewater één gulden kosten.) De waterspecialisten leggen de nadruk op het hergebruik van afvalwater, efficiënte irrigatie en het gebruik van brak water voor landbouw en industrie. Ook wordt nog veel regenwater niet benut. Dit kan o.a. door de plaatsing van meer waterreservoirs op daken worden ondervangen. Het rapport wijst verder op de verkwisting door de teelt van waterverslindende tropische gewassen als katoen.

Waterzuivering

Volgens professor Hillel Shuval van Hebrew University zal er de eerste 20 jaar geen tekort aan drinkwater ontstaan als het water dat nu naar de landbouw gaat, voor huishoudelijk gebruik wordt bestemd. Volgens Ha’aretz ging in 1998 934 miljoen kubieke meter zoet water naar de landbouw en werd er 629 miljoen kubieke meter gebruikt in het huishoudelijke segment. Het afschaffen van de subsidie op water waar Israelische boeren nu nog van profiteren en regelgeving betreffende de zuivering van het eigen afvalwater zou het gebruik van kostbaar zoet water door de landbouw drastisch verminderen.

Over 40 jaar, schrijven de waterspecialisten in hun grensoverschrijdende rapport, dient al het zoete water in de regio te worden aangewend voor huishoudelijk gebruik en zullen landbouw en industrie het moeten doen met gezuiverd afvalwater en brak water. Hoewel het rapport zorgvuldig vermeed politieke uitspraken te doen, bevestigde het dat Israel met 344 kubieke meter water per hoofd (cijfers van 1994) de grootste gebruiker is van de drie. Op de Westoever en in Gaza is dat 93 kubieke meter en in het nog armere Jordanië daarentegen weer 244 kubieke meter per persoon.

Het rapport is door commissieleden aangeboden aan de Palestijnse leider Arafat en aan de regeringen van Israel en Jordanië. Met haar werk heeft de commissie volgens Uriel Safriel van het Blaustein Institute for Desert Research uit Beersjeva de politiek een voorzet gegeven. "We kunnen alleen maar hopen dat de beleidsmakers aan onze samenwerking een voorbeeld nemen."