Spanningen rond verkiezingen in Libanon

Vandaag kiest Libanon een nieuw Parlement. Het politieke landschap is ingewikkeld, instabiel en sectarisch. De internationale wereld vreest een overwinning voor de grootste oppositiegroep met de zwaarbewapende Hezbollah in de hoofdrol. Er strijden 587 kandidaten om 128 Libanese parlementszetels. Als de Hezbollagroep wint, komt er een eind aan vier gematigde, pro-Westerse jaren onder de zittende regering en krijgt Syrie meer invloed.

Reden voor de VS om voor het eerst in 25 jaar belangrijke politici naar Beiroet te sturen: vorige maand betuigde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton Beiroet er haar steun aan gematigde groepen, onlangs vice-president Joe Biden. Ook de hoeveelheid hulp uit de VS en Europa staat op het spel – alleen uit de VS al ruim een miljard dollars sinds 2006, inclusief 410 miljoen voor leger en politie – en zakelijke investeringen komen in gevaar als Hezbollah wint.

Kiesstelsel
De uitslag van de verkiezingen is moeilijk te voorspellen door het ingewikkelde kiesstelsel, ingesteld in het Taif Akkoord van 1989 na een bloedige burgeroorlog. Syrie moest binnen twee jaar terugtrekken (dit gebeurde pas in 2005) en de vele gewapende groepen, inclusief Hezbolla, moesten worden ontwapend (nog steeds niet gebeurd).

Christenen (die vroeger de grootste macht hadden) en Moslims hebben nu elk 64 zetels. Binnen die groepen wordt de macht verder verdeeld door een districtenstelsel met Christelijke en Islamitische zetels voor elk district. De partijen strijden in eigen kring om de zetels en de winnaar in een district moet ook de ‘tegenpartij’ vertegenwoordigen. Dit leidt tot klachten over geknoei met districtgrenzen. De pro-Hezbollah sjiieten in het zuiden worden vertegenwoordigd door ‘eigen’ kandidaten, maar rivaliserende soennieten zijn over de districten verdeeld, zodat ze worden vertegenwoordigd door christelijke kandidaten, heet het.

Sterke mannen en blokken

Veel partijen in Libanon bestaan uit één enkele lokale ‘sterke man’. Duidelijke programma’s ontbreken. De twee belangrijkste coalities ontstonden na de moord op de Libanese premier Rafik Hariri in februari 2005 en zijn genoemd naar data die hiermee samenhangen.

14 Maart is de regerende meerderheidscoalitie. Na de moord op Hariri eiste deze groep, geleid door de Toekomstbeweging van diens zoon Saad Hariri, een internationaal gerechtelijk onderzoek, volledige terugtrekking van Syrie, en het ontslag van Syrisch-gezinde politici uit de regering. Zij hielden Syrie verantwoordelijk voor de moord. 14 Maart wil volledige ontwapening van ‘alle gewapende groepen’. Leden van deze groep – waarin ook christelijke groepen en de grootste van de twee Druzenclans geleid door Walid Jumblatt – hebben banden met de VS en Europa; de soenitische Toekomstbeweging met Saoedi Arabie. Deze groep won vervolgens de eerste democratische verkiezingen sinds 1976.

8 Maart is de oppositie. In reactie op de protesten tegen de aanwezigheid van Syrie organiseerde Hezbollah op 8 maart 2005 een massabijeenkomst, die Syrie bedankte voor haar steun aan het verzet (Hezbollah) en de verwerping eiste van VN-resolutie 1559 die oproept tot het ontwapenen van Hezbollah en alle andere gewapende facties. De 8 Maart-beweging heeft sterke banden met Syrie en Iran. Zij omvat onder meer de sjiitische Amal, Hezbolla en de Syrische Socialistisch Nationalistische Partij SSNP. Ook de voormalige generaal Michel Aoun zou zich met 8 Maart hebben verbonden. De Sjiitische terreurbeweging Hezbolla heeft slechts 14 zetels in het huidige parlement, maar kreeg een vetorecht nadat het Soenitische buurten in Beiroet was binnengevallen.

Overigens heerst ook binnen deze twee groepen onderlinge verdeeldheid en binnen de moslims en christenen. Bij de moslims gaat het om soennieten, sjiieten, Druzen en alawieten; onder christenen zijn er maronieten, Grieks-orthodoxen, Grieks katholieken, Armeens orthodoxen en katholieken en protestanten.

‘Internationaal Hariri Tribunaal lekt mogelijke dader’

Spanningen rond de verkiezingen liepen verder op toen Der Spiegel 24 mei berichtte dat volgens ‘een lek in het Hariri Tribunaal’ niet de Syrische veiligheidsdiensten verantwoordelijk waren voor de moord, maar Hezbollah. De leider van de militaire tak van deze terreurbeweging, Hajj Salim, heeft volgens de Duitse krant de moord beraamd en laten uitvoeren. De Israelische minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman vroeg prompt om de arrestatie van Hezbolla-leider Nasrallah als het Tribunaal inderdaad tot deze conclusie komt. Maar er zijn twijfels over het waarheidsgehalte van dit bericht, omdat de Toekomstbeweging van Saad Hariri het naar buiten zou hebben gebracht om de verkiezingsuitslag te beinvloeden; Hezbollah ziet er een Israelisch complot in. Daar zou ook Saoedi Arabie bij zijn betrokken, dat aandelen heeft in de Libanese tv-stations.

De kans op aanslagen is groot. De conflicten na de presidentsverkiezingen van 2008, die eindigden in een patstelling, eisten tientallen burgerslachtoffers. In de huidige verkiezingsstrijd zijn al partijkantoren en -auto’s in brand gestoken. De veiligheidsdiensten worden de komende weken extra ingezet.