“Stel gearresteerde Joden in vrijheid”

CIDI aan president Khatami: "Stel gearresteerde Joden in vrijheid"

 

In een brief aan president Khatami heeft CIDI eind vorige week een klemmend beroep gedaan op de Iraanse regering om 13 gearresteerde Joden onmiddellijk in vrijheid te stellen. De brief is elders op deze pagina opgenomen. Hoewel in de brief van CIDI nog gesproken wordt van 13 Joden, ziet het er nu naar uit dat het om 22 Joden gaat. Zij zijn vermoedelijk al in maart jl. gearresteerd op verdenking van spionage voor ‘het Zionistische Regime’ en ‘de Wereldarrogantie’.

In Iran betekent dat spionage voor Israel en de VS. Volgens de Iraanse autoriteiten zouden zij deel uitmaken van een spionagenetwerk. Van 13 van hen zijn de namen bekend. Dit zijn:
Navid Balazadeh (16), Nejat Beroukhim (35), Farhad Seleh (30), Shahrokh Paknahad (29), Ramin Farzam (35), de broers Farzad (30) en Faramarz (34) Kashi, Aasher Zadmehr (48), Nasser Yaghoub Levy Haim (45), Javeed Beit Yaghoub (40), Ramin Nemati (ws. 22), de broers Danny (ws. 28) en Omid (25) Tefileen.

Zij zijn afkomstig uit de Iraanse steden Shiraz en Isfahan en zijn merendeels godsdienstleraren en rabbijnen. De Jerusalem Report van 7 juni rapporteert dat de 8.000 leden tellende Joodse gemeenschap in Shiraz verzoeken van de Iraanse regering naast zich had neergelegd om geen tieners meer naar Israel te zenden. De verzoeken waren gedaan via het Joodse parlementslid in Iran.

In zijn brief herinnert CIDI eraan dat Iran zich verplicht heeft religieuze en etnische minderheden in de Islamitische Republiek te beschermen. Dat is ook het commentaar van Khatami afgelopen zondag. Volgens radio Teheran heeft de Iraanse president gezegd zich persoonlijk verantwoordelijk te voelen voor de veiligheid en bescherming van alle minderheden in Iran. Conservatieve kranten prijzen daarentegen de Iraanse inlichtingendienst voor de ontmanteling van dit "gevaarlijke spionagenetwerk".

In Iran wonen zo’n 20.000 à 30.000 Joden, buiten Israel en Turkije de grootste Joodse gemeenschap in het Midden-Oosten. Volgens Amnon Netzer, hoogleraar Iraanse Studies aan de Hebreeuwse Universiteit, leeft de gemeenschap op dit moment in voortdurende angst dat nog meer arrestaties zullen volgen. "Niet alleen in Teheran of Shiraz, maar in het gehele land. In alle steden waar Joden wonen: Isfahan, waar meer dan 1000 Joden wonen, Hamadan, waar koningin Esther en haar oom Mordechai begraven liggen, in Kermanshah – de Joden zijn er bang. Het kan overal gebeuren", aldus Netzer. Inmiddels heeft de in Teheran gevestigde Iraans-Joodse organisatie Anjoman Kalimiman met president Khatami gesproken. Deze heeft beloofd de zaak te zullen onderzoeken, maar "ik vrees", zegt Netzer, "dat hij niet opgewassen is tegen de extremisten in Iran".

In Teheran zijn, aldus Netzer die in 1950 van Iran naar Israel emigreerde, nog 5 à 6 synagogen in gebruik. Voor de revolutie van 1979 toen de Joodse gemeenschap meer dan 80.000 leden telde, waren dat er meer dan 20.
In Iran staat op spionage de doodstraf. In 1997 werden twee mensen opgehangen nadat zij wegens spionage voor Israel en de VS waren veroordeeld.