Stemmen op 6 mei

Deze Israel Nieuwsbrief staat in het teken van de Tweede Kamer-verkiezingen op 6 mei. Zoals altijd heeft CIDI de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen uitgeplozen op hun standpunten over het Midden-Oosten en de bestrijding van antisemitisme en racisme. Bovendien geven we beknopt de hoogte- en dieptepunten van de relatie Nederland-Israel over de afgelopen vier jaar weer.

door Ronny Naftaniel

Anders dan bij de laatste paar Kamerverkiezingen organiseert CIDI ditmaal geen verkiezingsdebat met politici. Daarvoor zijn twee redenen. Er zijn al zoveel bijeenkomsten dezer dagen vanwege de viering van 50 jaar Israel en bovendien zijn de meningsverschillen tussen de politieke partijen over een vredesregeling in het Midden-Oosten, na de Oslo Akkoorden, niet groot genoeg meer voor een echt spannend debat.

Uit de verkiezingsprogramma’s blijkt dat het Midden-Oosten minder hoog op de agenda van de politieke partijen staat dan vier jaar geleden. De VVD, GPV en SP spreken er niet over. De andere partijen, met uitzondering van de RPF, besteden er minder regels aan. Die verminderde prioriteit wordt niet veroorzaakt door een afnemende belangstelling voor Israel of de Palestijnse gebieden. Juist deze week, tijdens de vele vieringen van Israels Onafhankelijkheidsdag, blijkt weer hoezeer er in Nederland met de Joodse staat wordt meegeleefd en meegevoeld. De werkelijke reden is de doorslaggevende rol van de Europese Unie. Vrijwel elke handeling of opinie van de Nederlandse regering is een afgeleide van de besluiten die de Europese ministers van Buitenlandse Zaken nemen. Het omstreden bezoek in januari 1996 van minister Van Mierlo aan het Oriënt Huis te Jeruzalem is een voorbeeld van zo’n Europees besluit.

Het bovenstaande betekent niet dat het bestuderen van de verkiezingsprogramma’s en de opstelling van de partijen over de afgelopen vier jaar een nutteloze exercitie is. Er wordt bijvoorbeeld duidelijk door dat de huidige minister Van Mierlo een volgzamer Europeaan is dan zijn voorganger Van den Broek, die meer op de VS koerste. Van de VVD is bekend dat deze partij Europa eigenlijk alleen een financiële rol in het Midden-Oosten wil toevertrouwen en bovendien uitermate kritisch staat tegenover de Europese opstelling jegens Iran. De PvdA heeft de afgelopen jaren op de bres gestaan voor financiële hulp aan de Palestijnse gebieden en de stipte uitvoering van de Oslo Akkoorden. De RPF is de enige partij die vindt dat heel Jeruzalem bij Israel hoort. De SGP wil de Nederlandse ambassade ernaartoe verplaatsen. Het zijn nuances, die desalniettemin doorslaggevend kunnen zijn voor de kiezer, die de houding van de politiek jegens Israel zwaar laat meewegen bij zijn stembuskeuze. Uiteraard zijn verkiezingsprogramma’s eveneens belangrijk om te kunnen nagaan of partijen, als ze eenmaal aan de macht zijn, zich aan hun beloftes houden. Daarom vergelijkt CIDI de standpunten en roepen wij u op om deze op 6 mei in het stemhokje te laten meetellen.