PA subsidieert brandende davidster met hakenkruis

IN ANTISEMITISME / Door: JOS HUMMELEN / 19 aug 2021 ANTISEMITISME PA

Op zaterdagavond verbrandden Palestijnse relschoppers uit het dorp Beita op de Westelijke Jordaanoever een geïmproviseerd hakenkruis in een davidster, als deel van een ‘verwarringscampagne’ om inwoners van een nederzetting in de buurt te terroriseren. Inwoners van Beita stelden dat ‘nazisme’ en ‘zionisme’ twee kanten van dezelfde medaille zijn. “Jullie [Israeli’s] zijn erger dan Hitler en de nazi’s”, schreven de organisatoren vervolgens. ‘Ja, we willen je levend verbranden. Dat is alles waar we voor werken.” Voor Joden over de hele wereld is deze antisemitische uiting bijzonder pijnlijk. De actie doet denken aan kruisverbrandingen van de KKK. De Israelische minister van Defensie Benny Gantz riep de Palestijnse Autoriteit (PA) op om het gebruik van nazi-symbolen te veroordelen. Echter blijkt uit een onderzoek van HonestReporting dat PA deze acties juist actief steunt. Sterker nog, Mahmoud Abu-Jihad, een vertrouweling van PA-president Mahmoud Abbas, deed aan het smakeloze protest mee.

verbranden davidster hakenkruis

Afbeelding: screenshot Twitter

Palestijnen gedood bij rellen Evyatar

Al meer dan 100 dagen zorgen Palestijnen uit Beita, een stad ten zuiden van Nablus, voor onrust in het gebied. Tussen mei en augustus 2021 hebben ‘verzetseenheden’ in het gebied naar verluidt meer dan 80.000 banden verbrand, wat ernstige schade toebracht aan het milieu en een bedreiging vormde voor de gezondheid van inwoners van de Westelijke Jordaanoever – zowel Palestijnen als Joden. Één brandende autoband produceert liters aan giftig teer, en bevat bovendien zware metalen als arseen en andere schadelijke stoffen.  De ‘daden van verzet’ waren een protest als doel de zeer omstreden Israelische buitenpost Evyatar op de Westelijke Jordaanoever. De inwoners van Evyatar waren ten tijde van het incident al ruim een maand eerder ontruimd. De buitenpost zelf bleef staan, hangende gerechtelijke procedures over de eigendomsstatus van de grond.

In de loop van ongeveer 14 weken voorafgaand aan de brandende davidster, werden zeven Palestijnen gedood bij gewelddadige confrontaties met Israëlische veiligheidstroepen. In een poging om de spanningen te verminderen, steunde Jeruzalem in juni een deal waarbij alle Israëlische burgers de buitenpost moesten verlaten in afwachting van een onderzoek naar de eigendom van het land. De inwoners van Beita verwierpen het compromis echter en de rellen namen vervolgens toe. 

PA steunt terrorisme en schendt Oslo-akkoorden

De Oslo-akkoorden – de uitgebreide reeks overeenkomsten tussen Israël en de Palestijnen – verplichten de PA om ‘alle maatregelen’ te nemen om daden van ‘terrorisme, geweld of ophitsing’ te voorkomen (bijlage 1). Uit openbare bronnen verzamelde informatie suggereert echter dat Fatah precies het tegenovergestelde heeft gedaan. Zo riepen zij op om camera’s uit te schakelen en verspreidden zij posters van omgekomen Palestijnen die geweld gebruikten om zich te verzetten. Daarnaast zijn hoge Fatah-ambtenaren waargenomen tijdens de nachtelijke antisemitische activiteiten. 

In een nog zorgwekkendere ontwikkeling wezen enkele Israëlische Twitteraars er vorige maand op dat de Palestijnse Autoriteit – gesteund door veel westerse landen – besloot de Beita-terroristen te belonen met miljoenen sjekels. Op 24 juni bezocht PA-premier Mohammad Shtayyeh de stad op de Westelijke Jordaanoever. “Onze aanwezigheid hier is niet alleen symbolisch, maar ook praktisch”, zei Shtayyeh. Dienovereenkomstig heeft het PA-kabinet op 5 juli ongeveer €820,000 toegewezen “om de standvastigheid van de burgers te ondersteunen”. Diezelfde dag nodigde Mahmoud Abbas vertegenwoordigers van Beita uit naar zijn presidentiële hoofdkwartier in Ramallah. Tijdens de bijeenkomst, waarvan een video werd gepost op een officiële PA Facebook-pagina, noemde Abbas Beita “het icoon van het volksverzet in Palestina”. Hoewel de officiële verklaring zei dat de subsidie ​​van een miljoen dollar van de PA zou gaan naar de “ontwikkelingsbehoeften van de stad”, is dit alles behalve zeker: Ramallah staat bekend om zijn praktijk om fondsen om te leiden om terrorisme tegen de Joodse staat te belonen. Met name hebben lokale rapporten beweerd dat de activiteiten van het ‘verzet’ tot nu toe “bijna een miljoen dollar” hebben gekost.
 
De PA lijdt zware geldnood door de effecten van de coronacrisis op de Palestijnse economie. Hoewel Palestijnse ambtenaren regelmatig een maand of langer op hun loon moeten wachten, geschieden betalingen aan terroristen, zowel in Israelische gevangenissen als op vrije voet, over het algemeen op tijd. Het ging in het afgelopen jaar om zo’n €150 miljoen in betalingen aan veroordeelde terroristen.
 
Vandaag werd op basis van satellietbeelden bekend dat de recente bosbranden rondom Jeruzalem op vier afgelegen plekken expres, gelijktijdig aangestoken zijn.