Tenetplan blijft basis voor terugkeer naar normaliteit

Het ‘Palestijns-Israelisch Werkplan voor de Implementatie van Veiligheid’, dat in juni vorig jaar werd opgesteld door CIA-directeur George Tenet, en dat bekend werd onder de naam ‘Tenet staakt-het-vuren-plan’, blijft de basis voor terugkeer naar politieke dialoog tussen Israel en de Palestijnen. Het Tenetplan wordt als zodanig met name genoemd in de door Washington opgestelde resolutie 1402 van de VN-Veiligheidsraad en is bovendien de hoeksteen voor het Amerikaanse beleid. Het zal dan ook een voorname rol spelen in de bemiddelingsmissie van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell. Omdat er veel onduidelijkheid bestaat over de inhoud van het plan, volgen hieronder de belangrijkste passages.

‘De operationele voorwaarde van het werkplan is dat de twee partijen zijn toegewijd aan een wederzijds allesomvattend staakt-het-vuren, dat van toepassing is op alle gewelddadige activiteiten, overeenkomstig de publieke verklaring van de beide leiders. Bovendien zal de in dit werkplan aanbevolen gezamenlijke veiligheidscommissie kwesties oplossen die zich tijdens de implementatie van dit werkplan zouden kunnen aandienen.

De veiligheidsorganisaties van de RI en de PA komen overeen dat zij onmiddellijk de volgende specifieke, concrete en realistische veiligheidsmaatregelen in werking zullen stellen, om de veiligheidssamenwerking en de situatie op de grond te herstellen naar de situaties zoals die voorafgaand aan 28 september [2000] bestonden.

1. De Regering van Israel (RI) en de Palestijnse Autoriteit (PA) zullen onmiddellijk hun samenwerking op veiligheidsgebied herstellen.

  • Er zal onmiddellijk een overleg van hooggeplaatste Israelische, Palestijnse en Amerikaanse veiligheidsfunctionarissen plaatsvinden. Die vergadering zal wekelijks tenminste eenmaal opnieuw samenkomen, met verplichte deelname van daartoe aangewezen hoge functionarissen.
  • De Israelisch-Palestijnse DCO’s (District Coordination Offices) zullen nieuw leven worden ingeblazen. Zij zullen hun dagelijkse activiteiten zo maximaal mogelijke uitvoeren, overeenkomstig de voorafgaand aan 28 september 2000 vastgestelde richtlijnen. Zodra de veiligheidssituatie dat toelaat, zullen obstakels voor een effectieve samenwerking – waaronder begrepen de oprichting van muren tussen de Israelische en Palestijnse kanten – worden opgeheven en de gezamenlijk Israelisch-Palestijnse patrouilles zullen worden hervat.
    (…)

2. Beide partijen zullen onmiddellijk maatregelen treffen om toe te zien op strikte naleving van het uitgeroepen bestand en om de veiligheidsomgeving te stabiliseren.

  • De hoog niveau veiligheidscommissie zal specifieke procedures ontwikkelen die, overeenkomstig bestaande overeenkomsten, de veilige beweging van veiligheidspersoneel van de RI en PA buiten gebieden die onder hun respectievelijke controle staan moeten zekerstellen.
  • Israel zal op geen enige manier aanvallen plegen op faciliteiten van de Ra’is [voorzitter] van de Palestijnse Autoriteit: het hoofdkwartier van de Palestijnse veiligheidsdienst, inlichtingendienst en politieorganisatie, of gevangenisssen op de Westbank en in de Gazastrook.
  • De PA zal onmiddellijk optreden om terroristen op de Westbank en in de Gazastrook aan te houden, te ondervragen en op te sluiten en zal de namen van de arrestanten meteen na hun aanhouding doorgeven aan de veiligheidscommissie, alsook een overzicht van de [in dit kader] ondernomen acties.
  • Israel zal alle Palestijnen vrijlaten die tijdens veiligheidsoperaties zijn gearresteerd, maar die niet met terroristische acties in verband kunnen worden gebracht.
  • Overeenkomstig zijn unilaterale staakt-het-vuren-verklaring zal de PA alle Palestijnse veiligheidsfunctionarissen weerhouden van het ophitsen tot, het assisteren bij, het aanzetten tot, of het plegen van aanvallen op Israelische doelen, inclusief kolonisten.
  • Overeenkomstig Israels unilaterale staakt-het-vuren-verklaring zullen Israelische strijdkrachten in gebieden die onder de controle van de PA staan geen ‘pro-actieve’ veiligheidsoperaties uitvoeren of aanvallen op onschuldige burgerdoelen uitvoeren.
    (…)

3. De veiligheidscommissie zal door Palestijnse en Israelische veiligheidsfunctionarissen worden gebruikt voor het aan elkaar, alsmede aan daartoe aangewezen Amerikaanse functionarissen doorgeven van informatie over terroristische dreiging, waaronder informatie over bekende of vermoede terroristische activiteit in – of zich verplaatsend naar – gebieden die onder controle van de andere partij staan.

  • Op betrouwbare informatie over terrorisme en dreiging zal onmiddellijk worden gehandeld, met vervolgacties en het aan de veiligheidscommissie rapporteren van de resultaten.
  • De PA zal preventieve operaties uitvoeren tegen terroristen, schuilplaatsen van terroristen, wapenopslagplaatsen en mortierfabrieken. De PA zal de veiligheidscommissie regelmatig voorzien van voortgangsrapportages terzake.
    (…)

4. De PA en de RI zullen voortvarend optreden om individuen en groepen te weerhouden van het voor het uitvoeren van gewelddadige acties gebruiken van gebieden die onder hun respectievelijke controle staan.

  • De veiligheidscommissie zal de belangrijkste brandpunten voor confrontatie vaststellen en iedere partij zal de andere in kennis stellen van de namen van de leidende veiligheidsfunctionarissen die voor ieder brandpunt verantwoordelijk zijn.
  • Voor ieder brandpunt zullen Joint Standard Operating Procedures (SOP’s) worden ontwikkeld. Deze SOB’s zullen omschrijven hoe de twee partijen op veiligheidsincidenten reageren, hoe zij de mechanismen voor noodcontacten onderhouden en welke procedures zij hebben voor het de-escaleren van veiligheidscrises.
  • Palestijnse en Israelische veiligheidsfunctionarissen zullen de praktische maatregelen onderkennen en overeenkomen welke nodig zijn voor het rond brandpunten handhaven van ‘zones waar niet gedemonstreerd mag worden’ en van ‘bufferzones’, waarmee de mogelijkheden voor confrontatie worden verminderd. Beide partijen zullen alle mogelijke maatregelen treffen om rellen te voorkomen en demonstraties te bedwingen, met name in de gebieden waar zich brandpunten bevinden.
  • Palestijnse en Israelische veiligheidsfunctionarissen zullen zich gezamenlijk inspannen voor het in de onder hun respectievelijke controle verkerende gebieden opsporen en in beslag nemen van illegale wapens, inclusief mortieren, raketten en explosieven. Bovendien zullen intensieve inspanningen worden gedaan om de smokkel en illegale productie van wapens te voorkomen. Iedere partij zal de veiligheidscommissie van de status en het succes van deze inspanningen informeren.
  • Het Israelische Verdedigingsleger (IDF) zal niet-dodelijke maatregelen invoeren voor het bedwingen van Palestijnse menigten en demonstranten, en zal, meer in het algemeen, bij het reageren op geweld proberen de gevaren voor de levens en goederen van Palestijnse burgers te verminderen.

5. Onder auspicium van de veiligheidscommissie zullen de RI en de PA – binnen een week na de hervatting van de vergaderingen van de veiligheidscommissie en de hervatting van samenwerking op veiligheidsgebied – een door beide partijen goedgekeurd tijdschema instellen voor de volledige terugtrekking van IDF-troepen naar posities die voor 28 september 2000 werden ingenomen.

  • Met deze terugtrekking zal binnen de eerste 48 uur van deze periode van een week op aantoonbare wijze worden begonnen en [de terugtrekking] zal worden voortgezet terwijl het tijdschema [verder] wordt uitgewerkt.

6. Binnen een week na het begin van de vergaderingen van de veiligheidscommissie en de hervatting van de samenwerking op veiligheidsgebied, zal een gedetailleerd tijdschema worden opgesteld voor het ongedaan maken van de binnenlandse blokades, alsook voor de heropening van de binnenlandse wegen, de Allenby Brug, Gaza Airport, de Haven van Gaza, en de grensposten. Het aantal veiligheids-controlepunten zal worden geminimaliseerd, in overeenstemming met legitieme veiligheidsbehoeften en na overleg tussen de twee partijen.

  • Met het ongedaan maken van de blokkades zal binnen de eerste 48 uur van deze periode van een week op aantoonbare wijze worden begonnen en dit zal worden voortgezet terwijl het tijdschema [verder] wordt uitgewerkt. De partijen beloven dat de samenwerking op veiligheidsgebied via de veiligheidscommissie zal worden voortgezet, zelfs als zich ongewenste gebeurtenissen voordoen.’

Veiligheidsraad verlangt bestand

De Veiligheidsraad,
Met herbevestiging van zijn resoluties 242 van 22 november 1967, 338 van 22 oktober 1973, 1397 van 12 maart 2002 en de uitgangspunten van Madrid [de vredesconferentie van 1991, red.],
Uitdrukking gevend aan zijn ernstige zorg over de verdere verslechtering van de situatie, waaronder de recente zelfmoordbomaanslagen in Israel en de militaire aanval op de hoofdkwartieren van de president van de Palestijnse Autoriteit,
1. Roept beide partijen op onmiddellijk een staakt-het-vuren in acht te nemen; roept op tot de terugtrekking van Israelische troepen uit Palestijnse steden, waaronder Ramallah; en roept de partijen op tot volledige samenwerking met de [Amerikaanse] Speciale Gezant [Anthony] Zinni en anderen, bij de implementatie van het Tenet veiligheidsplan als een eerste stap naar implementatie van de aanbevelingen van de Mitchell Commissie, met het doel de hervatting van onderhandelingen over een politieke regeling;
2. Herhaalt zijn in resolutie 1397 van 12 maart 2002 gestelde eis voor het onmiddellijk staken van alle gewelddadigheden, waaronder alle daden van terrorisme, provocatie, ophitsing en verwoesting;
3. Spreekt zijn steun uit voor de inspanningen van de Secretaris-Generaal en de speciale gezanten naar het Midden-Oosten om de partijen behulpzaam te zijn bij het staken van het geweld en het hervatten van het vredesproces;
4. Besluit de zaak onder zich te houden.
Aangenomen [op 30 maart 2002] met 14 stemmen voor en geen tegen, terwijl Syrie niet aan de stemming heeft deelgenomen.