Na de recente aanslagen in Bali, Mobassa en tegen de Franse olietanker Limbourg willen de Europese Raad en onze eigen Tweede Kamer harder optreden tegen het internationale terrorisme. Bij de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken dienden de regeringspartijen een motie in waarin gevraagd wordt terroristische organisaties die op de EU lijst staan, bij wet te verbieden.

door Ronny Naftaniel

De afgelopen periode zijn verschillende personen in Nederland gearresteerd op verdenking van het hebben van banden met Al Qaida. Dit alles klinkt veelbelovend, maar intussen blijkt de controle op het terrorisme aan de Europese buitengrenzen zo lek als een mandje. Strijders van Taliban en Al Qaida kunnen nog steeds betrekkelijk gemakkelijk de EU binnenkomen, omdat het Schengen Informatie Systeem (SIS) blijkt te falen. Dat is buitengewoon gevaarlijk.

Het probleem heeft in eerste instantie een technische achtergrond. In januari van dit jaar stelde de VN-Veiligheidsraad een lijst samen van verdachten die zouden behoren tot Taliban en Al Qaida. Naast bevriezing van financiële tegoeden van deze verdachten moeten de VN-lidstaten ook verhinderen dat ze vrijelijk kunnen rondreizen. De EU-lidstaten namen de desbetreffende VN-resolutie integraal over en spraken af dat de lidstaten alle maatregelen zouden treffen om te verhinderen dat de verdachten Europa zouden kunnen binnenkomen.

Het lag voor de hand om de verdachten te registreren in het SIS, maar nu is gebleken dat dit onmogelijk was, wegens gebrek aan precieze informatie. De Schengen-overeenkomst bepaalt dat personen deugdelijk geïdentificeerd moeten zijn om in het SIS opgenomen te kunnen worden. Het gaat daarbij om gegevens als naam, geboortejaar en geboorteplaats. Van de meeste verdachten op de VN-lijst ontbreken deze gegevens echter, omdat het bijvoorbeeld gaat om namen die inlichtingendiensten te weten zijn gekomen door het aftappen van telefoongesprekken. Bovendien gaat het om namen die in de Arabische wereld veelvuldig voorkomen.

De Schengen-lidstaten spraken onlangs af om die gevaarlijke situatie te veranderen, maar daar is niets van terechtgekomen. Volgens Europese zegslieden heeft EU-voorzitter Denemarken nog geen stappen ondernomen om meer gegevens over de verdachten bij de VN te achterhalen. Daarnaast is het onduidelijk of alle lidstaten nationale maatregelen hebben genomen, zoals het invoeren van de namen in de nationale grensbewakingssystemen. Het zou verstandig zijn als de Europese lidstaten nu echt de handen ineen slaan om aan dit lek een einde te maken. Met terrorisme en terroristen valt niet te spotten. Het verschijnsel is een gesel van onze tijd. Europa en de Nederlandse regering – minister De Hoop-Scheffer kondigde vorige week aan bij de EU te zullen pleiten voor het vergroten van de mogelijkheden de tegoeden van terreurorganisaties te bevriezen – mogen geen kans onbenut laten krachtig en effectief op te treden.