Tweede Kamer keurt associatieverdrag goed

IN NEDERLAND / Door: WEBMASTER / 26 mrt 1997 EGYPTE EU ISRAEL PA TWEEDE KAMER

Vorige week heeft de Tweede Kamer de associatieverdragen van de Europese Unie met Israel en Tunesië goedgekeurd. Dit verdrag werd op 20 november 1995 gesloten en op 29 februari door het Europees Parlement met 265 stemmen voor, 2 tegen en 3 onthoudingen aanvaard. Al veel langer bestond tussen de EU en Israel volledige vrijhandel op het gebied van industrieprodukten. Dit is in de nieuwe overeenkomst nu ook in hoge mate het geval voor landbouwprodukten. Voor de dienstensector wordt een meest-begunstigingsbehandeling van kracht.

Het verdrag past in het Middellandse Zee-beleid van de Europese Unie, dat erop gericht is met alle landen rond de Middellandse Zee associatieverdragen af te sluiten. Omdat Israel een sterke economie heeft, kent de overeenkomst een grote mate van wederkerigheid. Marokko had al eerder een overeenkomst met de EU gesloten. Met de PLO (namens de Palestijnse Autoriteit) heeft de Unie vorige maand een akkoord bereikt en met Egypte wordt al enige tijd intensief onderhandeld.

Tijdens het debat in de Tweede Kamer brachten verschillende sprekers de mensenrechtensituatie in het Midden-Oosten onder de aandacht. Alle associa- tieverdragen die de EU sluit bevatten een clausule waarin om eerbiediging van de mensenrechten wordt gevraagd, ook dat met Israel (artikel 2). Bovendien bevatten ze een clausule waarin het een staat toegestaan wordt maatregelen te treffen indien de veiligheid bedreigd wordt.

Voor mevrouw Sipkes (Groen Links) en de heer Woltjer (PvdA) was dit aanleiding een motie in te dienen, waarin de regering werd opgeroepen de EU ervan te overtuigen, dat de mensenrechten prioriteit genieten boven de veiligheidsaspecten. Minister Van Mierlo ontraadde de motie omdat deze zich alleen op Israel richtte en niet op de andere Middellandse Zee-landen. Daarna stelden mevrouw Sipkes en de heer Woltjer hun motie op een zodanige wijze bij dat Israel er niet meer in voorkwam. De verwaterde motie werd aangenomen met de stemmen van de VVD en de kleine christelijke fracties tegen. Ook nam de Kamer een motie aan die de EU oproept een systeem te ontwikkelen “van openbare jaarlijkse rapportage inzake de mensenrechtensituatie in de Middellandse Zee-landen”.

De moties hebben weinig te betekenen, omdat uiteindelijk de nationale parlementen bij de beoordeling van associatieverdragen geen andere keus hebben dan ze te verwerpen of te aanvaarden. Na de ratificatie van het associatieverdrag door alle lidstaten berust de toetsing van het mensenrechtenbeleid vervolgens bij de Europese ministers.