Tweede Kamer: meer vragen over etikettering

tweedekamerHet bericht dat de Duitse Bondsdag de EU-richtlijnen voor etikettering van producten van over de Groene Lijn afwijst, zorgt voor nieuwe bedenkingen in de Tweede Kamer. Hoe denkt minister Koenders over het besluit om die richtlijnen te onderschrijven, nu steeds meer lidstaten de maatregel bij nader inzien afwijzen?

Duitsland heeft destijds al de brief niet ondertekend waarin 16 landen de EU vroegen haast te maken met etiketteringsrichtlijnen. Maar ook landen die deze brief wel hebben getekend, net als Nederland, wijzen bij nader inzien de maatregel af. Zij vinden hem contraproductief en vinden het bovendien niet goed dat de maatregel alleen tegen Israel is gericht, terwijl de EU handelsrelaties heeft met veel andere landen die als ‘bezetter’ te boek staan. 

De Tweede Kamer nam tijdens het Buitenlanddebat een motie aan die aandrong om minder eenzijdigheid. De motie vroeg de minister in de EU steun te werven voor een correctie: áls er iets een “bezet gebied”-etiket moet krijgen, dan álle producten uit álle bezette of illegaal geannexeerde gebieden.
Nu blijkt dat andere lidstaten zich bedenken, waaronder het voor Nederland zo belangrijke Duitsland, willen de Kamerleden Ten Broeke (VVD), Van der Staaij (SGP) en Voordewind (CU) weten hoe Koenders hierover denkt. 

Zij stelden hem hierover vandaag schriftelijke vragen. Bovendien willen zij weten hoeveel vrijheid de lidstaten hebben om dit soort richtsnoeren wel of niet door te voeren, en of er een tijdslimiet is voor het invoeren ervan.

Omdat de vragen glashelder zijn, geven we ze hieronder volledig weer:

1. Bent u bekend met het bericht “German Parliament President: We reject settlement labeling, understand Israel’s anger”? [klik de link]

2. Hoe beoordeelt u het Duitse besluit om de aangekondigde etikettering van producten uit de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Golanhoogten af te wijzen?

3. Klopt het dat naast Duitsland ook Griekenland en Hongarije hebben aangekondigd de richtsnoeren niet te zullen implementeren? Zijn er nog meer EU-lidstaten die een dergelijke positie hebben ingenomen?

4. Acht u het bij nader inzien nog steeds verstandig dat u de brief, waarin u, samen met een aantal andere Europese ministers van Buitenlandse Zaken, Hoge Vertegenwoordiger Mogherini vroeg haast te maken met het publiceren van deze richtsnoeren,[klik de link] hebt ondertekend, nu een aantal van die landen die niet tekenden, maar zelfs een aantal van degenen die de brief wel tekenden, ook de tenuitvoerlegging van de richtsnoeren niet wensen te volgen?

5. Welke overwegingen lagen er destijds bij de Duitse regering – die er over het algemeen dezelfde ideeën op nahoudt als het gaat om het internationaal recht, het Midden-Oosten vredesproces  en transparante consumentenvoorlichting – aan ten grondslag om deze brief niet mede te ondertekenen?

6. Bij het debat over de begroting Buitenlandse Zaken 2016 is u gevraagd naar de vrijheidsgraden die lidstaten hebben om richtsnoeren te implementeren. Welke vrijheden zijn er, zowel in de wijze waarop als de tempo waarin deze richtsnoeren worden geïmplementeerd? Wat is daarop nu uw antwoord?