Tweede Kamer steunt IHRA-definitie antisemitisme

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft vandaag voor een motie gestemd die de regering verzoekt “steun te verlenen aan het hanteren van de internationale IHRA-werkdefinitie van antisemitisme.” 50PLUS, VVD, SGP, CDA, CU, PVV en FVD stemden voor het door SGP-Kamerlid Kees van der Staaij ingediende voorstel.

Vorig jaar deed het Europees Parlement een aantal aanbevelingen om antisemitisme te bestrijden, waaronder het aannemen van de IHRA-werkdefinitie. De definitie is bedoeld als hulpinstrument voor instanties die racisme dienen te bestrijden; niet als juridisch document.

Eerder had SGP-leider Kees van der Staaij al een motie ingediend bij de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken, die de regering verzocht om op Europees niveau steun te verlenen aan de IHRA-definitie. Dit voorstel behaalde echter geen meerderheid in de Kamer, met alleen steun van SGP, CU, FVD, VVD en CDA. Opvallend was de tegenstem van de PVV, die vorig jaar de minister van Buitenlandse Zaken nog opriep de definitie wél te steunen. De partij van Geert Wilders lichtte later toe tegen moties te zijn die in EU-verband zijn. 

Om “het veelkoppige monster van het antisemitisme” effectief te bestrijden, diende Van der Staaij opnieuw een motie in, ditmaal bij de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid. Met de steun van 50PLUS, VVD, SGP, CDA, CU, PVV en FVD verzoekt de Tweede Kamer de regering “steun te verlenen aan het hanteren van de internationale IHRA-werkdefinitie van antisemitisme.”

De voorzitter noteerde aanvankelijk steun van GroenLinks. GL-Kamerlid Kathalijne Buitenweg interrumpeerde echter om te laten weten dat de GroenLinks-fractie tegen de motie is.

Kritiek op Israel is niet antisemitisch
Een aantal organisaties beweren dat met de IHRA-definitie kritiek op Israel wordt gecriminaliseerd. Dat is niet waar. Kritiek op Israel is niet antisemitisch. De IHRA-definitie helpt bij het onderscheid maken tussen kritiek op Israel enerzijds, en het reproduceren van klassieke complottheorieën en vooroordelen over Joden anderzijds – wat wél antisemitisch is. Dat kritiek op Israel niet antisemitisch is, staat nota bene in de definitie vermeld: “kritiek op Israel die vergelijkbaar is met kritiek tegen een ander land kan niet worden beschouwd als antisemitisch.”

Het is dan ook vreemd om te zien dat sommige organisaties beweren dat kritiek op Israel met de IHRA-definitie niet langer mogelijk zal zijn. Of geven ze hiermee aan gebruik te willen maken van antisemitische complottheorieën en vooroordelen in hun kritiek op Israel?