Tweede Kamer tegen steun voor IHRA-definitie van antisemitisme binnen de EU

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft vandaag tegen een motie van SGP-Kamerlid Kees van der Staaij gestemd die de regering verzoekt steun te verlenen aan het binnen de EU overnemen van de IHRA-definitie van antisemitisme. 

Vorig jaar deed het Europees Parlement een aantal aanbevelingen om antisemitisme te bestrijden, waaronder het aannemen van de IHRA-werkdefinitie. De definitie is bedoeld als hulpinstrument voor instanties die racisme dienen te bestrijden; niet als juridisch document.

Kritiek op Israel is niet antisemitisch. Maar het klakkeloos reproduceren van klassiek antisemitische complottheorieën en vooroordelen, waar het woord “Joden” simpelweg wordt vervangen door het woord “Israel” of “zionisten”, is wél antisemitisch. De IHRA-werkdefinitie is van deze en andere nuances bewust, en helpt daarmee antisemitisme beter te herkennen. Daarbij draagt het dankzij zijn internationale erkenning bij aan uniforme dataverzameling, wat het hanteren van gelijke maatstaven beter mogelijk maakt.

Morgen vindt onder het Oostenrijkse voorzitterschap van de EU-Raad een “High Level Conference” over de bestrijding van antisemitisme in Europa plaats. Oostenrijk zal dan een aantal voorstellen doen over het aannemen van de IHRA-definitie in EU-verband. 

Tijdens de begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken diende SGP-fractieleider Van der Staaij daarom een motie in met daarin het verzoek aan de regering steun te verlenen aan het binnen de EU overnemen van de IHRA-definitie van antisemitisme. Vooraf aan de stemming liet minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok weten dat “steun voor de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme als niet-juridisch bindende definitie” past in het Nederlandse beleid.

Een meerderheid van de Kamer stemde echter tegen de motie. Het voorstel kon alleen op steun van VVD, SGP, CDA, CU en FvD rekenen. PVV, D66, GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK stemden tegen. Opvallend is met name de tegenstem van de PVV, die vorig jaar de minister van Buitenlandse Zaken nog opriep de definitie wél te steunen.