Tweede Kamer wil Iraanse Revolutionaire Garde op Europese terroristenlijst

Op 24 november werd door de Tweede Kamer een motie van het SGP-Kamerlid Kees van der Staaij aangenomen over het Iraanse Revolutionaire Garde Korps (IRGK), het belangrijkste binnen- en buitenlandse instrument van het Iraanse moellahregime. In de motie wordt minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen verzocht te bevorderen dat het IRGK op de terreurlijst van de Europese Unie wordt geplaatst. Van der Staaij memoreerde dat het korps “een hoofdrol heeft vervuld bij het op bloedige wijze neerslaan van de recente volksprotesten en zij tevens in belangrijke mate het internationaal terrorisme faciliteert, waaronder steun aan Hamas, Hezbollah en antiwesterse milities in Irak”.

Voor de motie stemden de SGP, CDA, VVD, PVV, ChristenUnie en Rita Verdonk. Tegen stemden de PvdA, D66, Groen- Links, de SP en de Partij voor de Dieren. Het was de eerste ‘Europese’ verklaring waarin het IRGK als terroristische organisatie wordt betiteld. Naar verwachting zal het initiatief ook in andere EU-lidstaten worden opgepakt. Minister Verhagen typeerde de motie als beleidsondersteunend en verklaarde de zorgen over de activiteiten van het IRGK te delen. Tegelijkertijd plaatste hij “enige vraagtekens” bij de haalbaarheid van de strekking van de motie, met name in verband met de te verwachten opstelling van andere EU-lidstaten. Verhagen: “Het lijkt mij nuttig om na te gaan – ik zeg dat toe – hoe we de bestaande sancties zouden moeten uitbreiden, met het oog op op bepaalde personen gerichte specifieke maatregelen. Daarmee sluit ik niet uit dat kopstukken en onderdelen van die Revolutionaire Garde aan de sanctielijst worden toegevoegd uit een oogpunt van proliferatie of terrorismebestrijding. In het lopende onderzoek naar de aanvullende maatregelen tegen Iran wil ik bijzondere aandacht schenken aan de Revolutionaire Garde, en wil ik die meenemen in de discussie met mijn EU-partners om te kijken of dat in het totale pakket aan sanctiemaatregelen waarover wij nu spreken kan worden meegenomen.” Lees hier de op 17 november 2009 vastgestelde Europese sanctielijst m.b.t. Iran.

Internationale Maritieme Organisatie
Met dezelfde stemverhoudingen als bij de motie over het IRGK nam de Kamer op 24 november een Iran-motie aan van het CDA-Kamerlid Maarten Haverkamp. Daarin werd de regering gevraagd geen steun te geven aan de Iraanse kandidatuur voor het lidmaatschap van de bestuursraad van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). Deze VN-organisatie moet de veiligheid op zee waarborgen, waarbij tussen de bestuurders strategische veiligheidsinformatie wordt uitgewisseld. In de motie van Haverkamp wordt geconstateerd dat “Iran een rol wil spelen in de bestrijding van piraterij en lid wenst te worden van de IMO-raad”, maar “dat gezien de huidige ontwikkelingen in Iran inzake het nucleaire dossier en het illegale transport van wapens, toetreding tot dit orgaan niet opportuun is.” Daarmee werd impliciet verwezen naar de recente aanhouding, door de Israelische marine, van het met Iraanse wapens voor Hezbollah volgepakte vrachtschip Francop. (Dat was alleen al in 2009 het derde wapensmokkelincident waarbij Iran betrokken was.) De Israeli’s vonden specifieke aanwijzingen voor de betrokkenheid van het IRGK bij deze smokkeloperatie. Staatssecretaris Huizinga-Heringa van Verkeer en Waterstaat beloofde de Kamer per kerende post dat zij goede notie van de motie- Haverkamp zou nemen en deze zou laten meewegen bij de bepaling van de Nederlandse steminstructie voor de IMO. Inmiddels heeft de stemming plaatsgevonden, met negatief resultaat voor Teheran.

Pasdaran marcheert door Tehran, augustus 2008

Nederlandse terreurzorgen
De Francop-kwestie krijgt ook anderszins mogelijk nog een staartje. Op schriftelijke vragen ter zake van de PVV-Kamerleden Raymond de Roon en Geert Wilders antwoordde minister Verhagen: “Indien wordt vastgesteld dat de wapens afkomstig zijn uit Iran en bestemd waren voor Hezbollah, dan bevestigt dat de zorgen die de regering reeds langer heeft over de steun van Iran aan terroristische organisaties. […] Indien onomstotelijk vast komt te staan dat Iran of een ander land van plan was wapens te leveren aan Hezbollah, dan is dat in strijd met VN-Veiligheidsraadresolutie 1701, die landen verbiedt wapens te leveren aan terroristische organisaties in Libanon. Daarboven is de levering van militair materieel door Iran aan anderen door de VN-Veiligheidsraad in maart 2007 verboden (VN-Veiligheidsraadresolutie 1747). Indien wordt vastgesteld dat de zending wapens inderdaad afkomstig is uit Iran, dan schendt Iran hiermee een bindend besluit van de VN-Veiligheidsraad. In dat geval is de Nederlandse regering van mening dat de Veiligheidsraad zich hierover dient uit te spreken.”

Het logo van de Revolutionaire Garde. Naast de naam van de organisatie bevat het logo een deel van de tekst van koranvers 60 uit soera 8 (Al-Anfal, ‘De Buit’): ‘En maakt voorbereiding tegen hen met al wat gij kunt aan weerstandskracht’. De Korantekst vervolgt met: ‘en uitrusting van paardenvolk om daarmee te verschrikken Allah’s vijand en uw vijand en anderen buiten hen die gij niet kent maar die Allah kent’.

Revolutionaire Garde een staat in een staat
Het Iraanse Revolutionaire Garde Korps (Sepāh e Pāsdārān e Enqelāb e Eslāmi) staat in Iran ook bekend als de ‘Pasdaran’ en als ‘Sepah’. Deze uit ideologisch gedreven en streng geselecteerde vrijwilligers bestaande eenheid – die geheel los staat van het Iraanse leger – werd in 1979 opgericht door Ayatollah Ruhollah Khomeini en is het belangrijkste instrument van het Iraanse regime. Het korps, dat onder direct bevel staat van Khomeini’s opvolger Ayatollah Ali Khamenei (de ‘Opperste Leider’), vormt feitelijk een ‘staat in een staat’, met eigen luchtmacht-, marine-, commando- en bewakingseenheden, inlichtingendienst, expeditieleger (de ‘Quds’ strijdmacht), gevangenissysteem en vertakkingen in alle onderdelen van de Iraanse samenleving.
Het IRGK is relatief klein, met een kader van 125 duizend man, maar het controleert de Basij. Dat is een uit honderdduizenden jonge mannen en vrouwen bestaande vrijwillige gewapende militie, die tot in de kleinste Iraanse gehuchten de orde handhaaft en de belangen van het moellahregime verdedigt. De Basij zijn het voetvolk van het IRGK. Volgens het officiële Iraanse persbureau IRNA telt de Basij-organisatie 12,5 miljoen leden, waarvan het merendeel overigens ‘nominaal’ lid is en niet aan Basij-activiteiten deelneemt. Het lidmaatschap biedt veel maatschappelijke voordelen en de organisatie trekt daardoor ook veel in ideologisch opzicht minder geëngageerde Iraniërs aan. Maar de harde kern vormt de ruggengraat van het regime. De Iraanse banneling-wetenschapper Ali Alfoneh (thans werkzaam bij het American Enterprise Institute) vergeleek vorige maand op een Iran-conferentie in Berlijn het reguliere Iraanse leger met de Wehrmacht en het IRGK met de SS.

Export van de islamitische revolutie
De rol en de bevoegdheden van het IRGK zijn vastgelegd in de grondwet van de Islamitische Republiek Iran en hebben een wereldwijd karakter: “Bij het formeren en uitrusten van de strijdkrachten van het land moet aparte aandacht worden besteed aan geloof en ideologie. […] Zij zijn niet alleen verantwoordelijk voor het bewaken en zekerstellen van de grenzen van het land, maar ook voor het vervullen van de ideologische missie van de goddelijke jihad; dat is het wereldwijd verbreiden van de soevereiniteit van Allah. Dit in overeenstemming met het koranische vers: ‘En maakt voorbereiding tegen hen met al wat gij kunt aan weerstandskracht en uitrusting van paardenvolk om daarmee te verschrikken Allah’s vijand en uw vijand en anderen buiten hen die gij niet kent maar die Allah kent’ (soera 8 vers 60)” (uit de preambule). “Het Revolutionaire Garde Korps, opgericht in de eerste dagen van de triomf van de [islamitische] Revolutie, dient in stand te blijven, opdat het haar rol kan blijven vervullen van het bewaken van de Revolutie en hetgeen daarmee is bereikt” (uit artikel 150).

Economische macht
Het IRGK is echter allang geen puur militaire eenheid meer maar controleert ook cruciale onderdelen van de Iraanse economie, waaronder aannemers die overheidsaanbestedingen in de wacht slepen en deze tegen provisie herverdelen. Het IRGK heeft ook doorslaggevende belangen in de olie- en gaswinning en in de militaire en communicatie-industrie. Daarnaast speelt het korps, dat toezicht houdt op de bewaking van de landsgrenzen, een hoofdrol bij de smokkel van consumptiegoederen. Die worden met winst op de reguliere Iraanse markt doorverkocht. Het eerder dit jaar door de Rand Corporation uitgebrachte rapport ‘The rise of the Pasdaran’ typeert het IRGK als “een uitgebreid sociaal-politiek-economisch conglomeraat, waarvan de invloed zich uitstrekt tot in vrijwel iedere hoek van het Iraanse politieke leven en de [Iraanse] samenleving”. Deze geheel boven de wet staande organisatie speelde afgelopen zomer met de Basij-milities een hoofdrol bij het gewelddadig onderdrukken van de volksprotesten tegen de verkiezingsfraude. Sindsdien heeft het IRGK zijn greep op het land verder versterkt. Op 13 november jl. berichtte de Wall Street Journal dat het korps inmiddels ook de reguliere inlichtingen- en veiligheidsdiensten onder controle heeft genomen.

Terrorisme en massavernietigingswapens
In een andere dimensie is het IRGK verantwoordelijk voor de ontwikkeling en productie van massavernietigingswapens, voor het via ‘front companies’ illegaal importeren van onderdelen daarvoor en voor het aanzetten tot en het faciliteren van internationaal terrorisme (waaronder steun aan Hamas, Hezbollah, de Taliban in Afghanistan en aan anti-Westerse milities in Irak). In verband hiermee classificeerde de Amerikaanse regering het IRGK op 15 augustus 2007 in zijn totaliteit als een “specially designated global terrorist”. Op 25 oktober van dat jaar werd de Amerikaanse maatregel in praktische zin toegespitst op de twee voor de internationale gemeenschap meest problematische karaktertrekken van de organisatie. De Qudsbrigade (de terroristische expeditiemacht van het IRGK) werd als terroristische organisatie op de Amerikaanse boycotlijst geplaatst en het gehele IRGK (op dezelfde lijst) als ‘proliferator’ [verspreider van vernietigingswapens]. Het effect van deze twee ‘toewijzingen’ is overigens hetzelfde.

door Wim Kortenoeven