Van Aartsen gaat toch naar Iran

“Negatieve Iraanse uitspraken over het vredesproces in het Midden-Oosten moeten uiteraard zeer worden betreurd. Wel heb ik de indruk dat uitlatingen als deze in de eerste plaats zijn bedoeld voor binnenlands gebruik”. Dat schrijft minister Van Aartsen op schriftelijke Kamervragen van Geert Wilders (VVD). Deze had de minister naar zijn opstelling jegens Iran gevraagd na de zeer negatieve uitlatingen van het Iraanse ministerie van buitenlandse zaken.

Dit had, naar aanleiding van het recente Midden-Oosten-accoord, een verklaring uitgegeven waarin stond dat “het zionistische regime niet te vertrouwen is”, “de zogenaamde vredesbesprekingen met het zionistische regime nooit de rechten zullen waarborgen van de mensen uit bezet Palestina” en “het Israelische regime met dergelijke accoorden wil overleven opdat men kan doorgaan met terroristische activiteiten, zoals het uitvoeren van staatsterrorisme”.

In zijn antwoord stelt Van Aartsen dat zowel in EU-verband als bilateraal er bij Iran keer op keer op wordt aangedrongen het vredesproces te steunen. Ook tijdens de besprekingen die een Nederlandse ambtelijke missie van het ministerie van buitenlandse zaken op 20 en 21 oktober in Teheran hadden met de Iraanse vice-minister voor Europa en Amerika en de directeur-generaal West-Europa is dat weer gebeurd. In een brief aan de voorzitter van de Buitenlandcommissie van de Tweede Kamer van 2 november bericht minister Van Aartsen over deze besprekingen, waarvan volgens de minister “de indruk is overgehouden dat van Iraanse zijde allerwegen een toename van contacten met Nederland, waaronder mijn voorgenomen bezoek, wordt toegejuicht”. Van Aartsen zet hiermee duidelijk zijn beleid, zoals tijdens het buitenlandoverleg van september jl. al naar voren was gekomen (zie IN 16 september 1998), voort om de relaties met Iran aan te houden. Hieronder een korte samenvatting van de brief van Van Aartsen.

Mensenrechten

Iran beklaagde zich dat het land in vergelijking met andere landen in de regio, “waar sprake was van ernstiger schendingen van de mensenrechten, bloot stond aan onevenredig zware kritiek vanuit de Westerse landen”. Iran waarschuwde dat het uitblijven van erkenning van vooruitgang die wel is geboekt, “zou kunnen leiden tot verminderde bereidheid tot samenspraak en samenwerking op het terrein van de mensenrechten….”. Als voorbeeld van vooruitgang noemde de Iraanse gesprekspartner de toegenomen vrijheid van meningsuiting. Het aantal kranten en tijdschriften stijgt snel en in de pers vinden levendige discussies plaats over politieke en maatschappelijke vraagstukken. Iran pleitte voor intensivering van de bilaterale contacten om oplossingen te vinden voor “de over en weer bestaande punten van zorg en kritiek”.

Zie ook het stuk “Mensenrechten in Iran”

Bewapening

De Iraniërs wezen de Nederlandse zorgen over de opbouw van het Iraanse wapenarsenaal met kracht van de hand. Iran heeft tijdens de acht jaar durende oorlog met Irak geleerd voor zichzelf te zorgen. De ontwikkeling van de Shahab-3 raket was verklaarbaar, gezien o.a. de “geluiden uit Israel die duidden op de mogelijkheid van een pre-emptive strike”. Verder wezen de Iraanse gesprekspartners op het feit, dat Iran bij alle relevante wapenverdragen partij is, waaronder het Alomvattend Kernstopverdrag.

Terreur

De Iraniërs ontkenden ten stelligste, schrijft Van Aartsen in zijn brief, dat de Iraanse overheid zich inliet met terroristische groeperingen. Iran ziet zichzelf als slachtoffer van het terrorisme, niet als aanstichter. Gedoeld werd onder meer op acties van de Mujahedin-e-Khalq. Over steun aan Hamas werd naar voren gebracht dat Iran “sympathiseert met de Hamasbeweging doch deze niet van geld of wapens voorziet…De acties van Hamas waren volgens Iran echter vooral een gevolg van de uitzichtloze situatie waarin de Palestijnen zich bevonden.” Wel betreurt Iran de spiraal van geweld in de regio “inclusief terroristische acties op civiele doelen”. Overigens ontvangt Hezbollah, dat Iran beschouwt als “een legitieme politieke partij die vecht tegen de bezetting van Zuid-Libanon” binnen het raam van de Iraans-Libanese betrekkingen wel materiële steun.

Vredesproces

De huidige overeenkomsten vindt Iran vooral in het voordeel van Israel uitvallen. “Akkoorden die geen rekening hielden met de gerechtvaardigde verlangens van het Palestijnse volk zouden niet uitvoerbaar blijken. Elk akkoord dat voor de Palestijnse bevolking acceptabel zou zijn, zou evenwel ook door Iran worden aanvaard.”

Iran-EU-VS

De Nederlandse delegatie, aldus de brief, heeft het belang bevestigd dat de EU hecht aan de hernieuwde dialoog met Iran. Iran wil graag nauwer samenwerking met de EU, bv. op economisch terrein. Over de relatie met de VS hoopt Iran dat de VS zijn unilaterale sancties opheft, nu er uit Teheran meer Westers gezinde geluiden komen.