Van Hallelujah tot Dana International: Een turbulente aanloop naar Tel Aviv 2019

IN ISRAEL / Door: JONATHAN DE GEUS / 18 mei 2019

“The Netherlands!” Ons land werd donderdagavond als tweede finalist van de halve finale genoemd. Wachtte Nederland afgelopen jaren zenuwachtig af óf het zich wel zou kwalificeren, dit jaar ligt Nederland bij de bookmakers met een ruime afstand op koers voor de winst van het Eurovisiesongfestival in Tel Aviv. Winst betekent een groot feest in Nederland, maar waarschijnlijk ook de nodige hoofdpijn voor omroep AVROTROS, die dan verantwoordelijk wordt voor de organisatie. In Tel Aviv zal daarentegen sprake zijn van opluchting dat het songfestival succesvol werd georganiseerd zonder incidenten. Want die succesvolle organisatie was geen vanzelfsprekendheid: zelden ontstond er rondom het songfestival zoveel discussie, en niet vaak werd er zo publiekelijk gespeculeerd over alternatieven. Die discussie ving reeds op een heel vroeg moment aan: nog voordat vorig jaar de aftiteling liep.Het songfestival landt dit jaar niet voor het eerst in de Joodse staat. Integendeel: het land kent een roemrijke geschiedenis op het grootste muziekevenement ter wereld. CIDI neemt u mee door 45 jaar van pieken en dalen, van winst en politieke schandalen, van Hallelujah en Dana International. Afgelopen dinsdag las u het eerste deel van dit tweeluik.

Het is 12 mei 2018 wanneer Netta Berzilai met haar act Toy het songfestival wint na maandenlang favoriet te zijn geweest bij de bookmakers. Grootste concurrent: de Cyprioten die met een catchy Beyonce-like nummer ten tonele verschijnen. Cyprus wordt uiteindelijk tweede en Israel gaat er met de winst vandoor. De Israelische delegatie is zichtbaar in extase, en wanneer Netta op het podium verschijnt om de trofee in ontvangst te nemen spreekt zij de bekende woorden “next year in Jerusalem” uit. Het zal het grootste discussiepunt in de aanloop naar het songfestival worden. Op het podium gebeurt even later nog iets ongebruikelijks: premier Benjamin Netanyahu belt met Netta om haar te feliciteren met de woorden: “Je bent Israels beste ambassadeur, next year in Jerusalem”. 

Problemen rond het lidmaatschap van de EBU
De deelname aan het songfestival lag voor Israel altijd in handen van de Israeli Broadcast Authority (IBA), maar onder een wetsvoorstel van premier Netanyahu en minister van Financiën Moshe Kahlon werd deze omroep in 2017 gesplitst. Uitkomst van de splitsing is onder meer de oprichting van omroep KAN, maar deze omroep kent geen dagelijks nieuwsprogramma. En dat is wel een vereiste voor het lidmaatschap van de European Broadcast Union (EBU), wat weer een vereiste is voor deelname aan het songfestival. In 2018 staat deelname voor Israel daarom op losse schroeven, maar eind 2017 wordt dit probleem tijdelijk opgelost door een uitspraak van het hooggerechtshof in Jeruzalem dat de splitsingsregeling van de IBA deels opschort. Hierdoor kan KAN zich alsnog op tijd aansluiten bij de EBU. Na de winst in 2018 speelt de kwestie opnieuw omdat de Israelische wetgever voornemens is de splitsing alsnog te regelen. Om echter de organisatie van het songfestival niet in gevaar te brengen besluit Netanyahu in juni van dat jaar dat de structuur van de IBA en KAN voor minimaal een jaar ongewijzigd blijft. 

Drie kwesties
De organisatie van het songfestival in Israel maakt veel discussie los. Na de succesvolle organisatie in 1979 en 1999 in Jeruzalem, ligt het voor de hand om ook de editie van 20189 in de hoofdstad van het land te organiseren, en onder Israeli’s is over de gaststad dan ook weinig discussie. Met hun uitspraken “next year in Jerusalem” lijken Netta en Netanyahu echter te hard van stapel te zijn gelopen, omdat aan het kiezen van een gastland een biedingsproces van de EBU vooraf gaat. En de EBU heeft zo zijn twijfels over de keuze van Jeruzalem.

Jon Ola Sand, uitvoerend directeur van het songfestival, is in de laatste week van augustus in Israel om verschillende locaties te bezoeken. Daarbij doet hij de uitspraak dat er op dat moment drie grote kwesties spelen: de sjabbat, politieke speculaties door Israelische officials, en eventuele boycotacties.

Steden in de race
Op 19 juni 2018 bevestigt de EBU Israel officieel als gastland, en op 24 juni opent KAN vervolgens formeel het biedingsproces waarin steden een aanbod kunnen doen om het songfestival te organiseren.

Minister van Financiën Kahlon meldt vier dagen na de winst dat het evenement volledig in Jeruzalem zal plaatsvinden. Diezelfde dag brengt minister Michael Oren echter naar buiten dat, nu het songfestival de afgelopen twintig jaar in omvang is gegroeid, Tel Aviv qua faciliteiten een logischere gaststad zou zijn. Anderen sluiten zich daarbij aan, maar Jeruzalem blijft de officiele voorkeur van de Israelische overheid. 

Vier steden melden zich uiteindelijk voor de eer: Haifa, Eilat, Jeruzalem en Tel Aviv. In Eilat bestaan dan plannen om twee grote hangars op de luchthaven met elkaar te verbinden om zo een venue voor 10.000 toeschouwers te creëren. Haifa biedt het Sammy Oferstadion aan, waar dan wel een dak op moet worden geplaatst. Waar het songfestival eerder werd georganiseerd in het International Convention Centre, verklaart burgemeester Nir Barkat van Jeruzalem dat vanwege de geringe capaciteit deze venue in 2019 geen optie is. In plaats daarvan biedt hij de Jeruzalem Vredesarena en het Teddystadion aan. De Vredesarena, die qua omvang en faciliteiten aan alle wensen tegemoetkomt, heeft voor de stad de voorkeur, want ook op het Teddystadion zal een dak moeten worden geplaatst.

Naast een geschikte venue moet een stad van de EBU voldoende betaalbare hotelkamers bieden, plus een goede aansluiting hebben op Europese luchthavens. Na een eerste inventarisatie door de EBU vallen Haifa en Eilat daarom af: de steden zijn te onbekend met de organisatie van grote evenementen en voldoen niet aan alle criteria. Tel Aviv en Jeruzalem voldoen wel aan alle basiscriteria.

Financiële problemen
Gelijktijdig met discussie over de juiste gaststad doet zich een ander ieder jaar weer terugkerend probleem zich voor: de financiering van het evenement is niet rond. In een vroeg stadium geeft minister van Financiël Kahlon aan dat de organisatie ongeveer 120 miljoen shekels gaat kosten, dat is omgerekend tussen de 20 en 25 miljoen euro. Probleem vormt dan de discussie wie dat geld gaat ophoesten.

KAN is een piepjonge omroep die niet bereid is een groot financieel avontuur aan te gaan, en verzoekt de Israelische overheid daarom om bij te springen. Maar die weigert in eerste instantie. De Israelische overheid is op dat moment bezig met een ronde van bezuinigingen. De ministers van Binnenlandse Zaken (Aryeh Deri), Cultuur (Miri Regev) en Consturctie (Uri Ariel) spreken zich uit tegen staatsfinanciering van het songfestival omdat het evenement de sjabbat doorbreekt. Andere ministers willen geen middelen beschikbaar stellen omdat zij menen dat KAN reeds over voldoende capaciteit beschikt.

In november lopen de spanningen op. KAN moet op dat moment een borg aan de EBU betalen maar weigert dat te doen, bang dat ze is dat de organisatie haar faillissement zal betekenen. De EBU brengt dan een persverklaring waarin het dreigt dat Israel de organisatie kan verliezen als de borg niet spoedig wordt betaald. KAN kiest ervoor de overheid publiekelijk onder druk te zetten: “de organisatie van het Eurovisiesongfestival is in het nationaal belang, zoals eerder al gesteld door het kabinet toen zij eveneens geld toezegden.” Het songfestival wordt uiteindelijk medegefinancierd door het ministerie van Financiën, het budget van de minister-president wordt aangewend om de beveiliging te voldoen, en Tel Aviv neemt het huren van de venue voor eigen rekening.

De sjabbat en politieke bemoeienis
Zoals eerder aangehaald is één van de pijnpunten tijdens de organisatie de sjabbat. Dat onderwerp speelde al eerder toen het songfestival in 1999 naar Jeruzalem kwam. Voornamelijk ultra-orthodoxe Joden klaagden toen dat het songfestival de sjabbat niet zou mogen breken.

Van opbouw tot finale bestrijkt het songfestival een periode van ruim een maand, en een verbod op het breken van de sjabbat zou betekenen dat er op vier zaterdagen geen opbouw en repetities plaats kunnen vinden: een eis die voor de EBU onacceptabel is. Directeur Sand: “Het spijt mij te moeten mededelen dat het Eurovisiesongfestival op geen enkele manier georganiseerd kan worden zonder de mogelijkheid om de volledige zaterdagen door te werken. Het is absoluut onmogelijk en doorwerken op zaterdag is voor ons van het grootste belang.”

De EBU is voorts ontstemd over de politieke bemoeienis van Israelische officials met het evenement. Officials laten zich om de haverklap uit en ministeries bekvechten openlijk over de voorwaarden van de organisatie. Ongekend, want het is juist de bedoeling dat de politiek geen rol heeft op het songfestival, noch in de voorbereidingen. Sand haalt later wel wat kou uit de lucht: “Het is ieder jaar hetzelfde liedje. De organisatie creëert ontzettend veel aandacht in het winnende land en veel mensen brengen zich daar dan in positie, willen er iets over zeggen, komen met verklaringen. Dit is allemaal vrij normaal.” 

Boycot
Terwijl de keuze van de gaststad nog altijd op zich laat wachten spelen bij de EBU nog heel andere zorgen. De organisatie is bang dat vanwege de politieke vraagstukken rondom Jeruzalem de keuze voor deze stad kan leiden tot boycotacties. Landen zouden zelfs kunnen afhaken. Daarnaast is de EBU bang dat Israel deelnemers de toegang tot het land kan weigeren.

De afgelopen jaren staat de legitimiteit van Israels claims over Jeruzalem binnen met name Europa in toenemende mate onder druk. In 1973 trok onder andere Nederland terug uit de stad vanwege de oliecrisis, maar onder leiding van Trump wordt in 2018 de ambassade van de Verenigde Staten juist weer terugverplaatst naar de heilige stad. Jeruzalem als gaststad ligt dus vanaf het begin gevoelig.

De spanningen zijn het grootst ten aanzien van IJsland dat de antikapitalistische band Hatari stuurt. Naar eigen zeggen brengen zij een “BDSM-act”, maar in Israel leest men dit als verkapte taal voor “BDS-act”. Nadat de band de nationale voorrondes in Reykjavik wint zegt één van de leden: “IJsland zou het songfestival moeten boycotten. Het mag niet plaatsvinden in Israel. Maar nu het daar toch plaatsvindt zullen wij naar het land afreizen met de intentie een protest te laten horen.” Eveneens dagen ze Netanyahu uit voor een potje IJslands worstelen. Een uitnodiging waar de premier overigens nooit op ingaat.  

Een signaal van verbroedering met de regio komt op 22 mei 2018 bij monde van minister van Communicatie Ayoob Kara die tegen een reporter van i24 News aangeeft dat Israel voornemens is Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Tunesië en andere langen uit de regio uit te nodigen om deel te nemen aan het songfestival. 

De keuze voor Tel Aviv
Financiële problemen, politieke bemoeienis, de kwestie van de sjabbat en gevreesde boycotacties: het maakt de organisatie er in Israel niet makkelijker op. Een gaststad moet nog steeds worden gekozen, maar de Israelische overheid weigert lange tijd Tel Aviv als een optie te beschouwen. Netanyahu en zijn kabinet kiezen uiteindelijk eieren voor hun geld: een succesvolle organisatie van het songfestival is van een groter belang dan dat het songfestival in Jeruzalem wordt georganiseerd. De EBU is blij met deze flexibiliteit en de keuze valt dan toch op Tel Aviv: een stad die als wereldse metropool voornamelijk in logistiek en politiek opzicht minder uitdagingen biedt. Naast Expo Tel Aviv richt de stad in het Charles Clore-park een Eurovision Village in waar op grote schermen het songfestival kan worden bekeken.

Voor de BDS-beweging is de keuze voor Tel Aviv ongelukkig, want mede als gevolg van deze flexibiliteit neemt de politieke discussie rond het songfestival af en verliest de groepering aandacht. Geen enkel land haakt uit protest af. 

Militair conflict met Gaza
De organisatie lijkt vlekkeloos verlopen wanneer Tel Aviv zich klaarmaakt voor het grootste muziekevenement ter wereld. Eind goed al goed, zou je zeggen, maar op het laatste moment brengen donkere wolken zich samen boven het evenement. 

Veiligheid blijft altijd een precaire kwestie in Israel, zeker op een moment waarop de ogen van Europa op het land zijn gericht. Palestijnse terreurorganisaties als Hamas en Islamitische Jihad in de Gazastrook dreigen ruim een jaar lang met aanvallen op het evenement. Palestijnse activisten zien het songfestival als dé gelegenheid om hun geluid te laten horen en een feest in Israel te verzieken. Op 3 mei komt het tot gewelddadige confrontaties aan de grens met Gaza waarbij twee Israelische soldaten gewond raken door snipers van Islamitische Jihad. Tijdens escalaties op 4 en 5 mei worden meer dan zevenhonderd raketten op de Joodse staat afgevuurd. Als reactie daarop bombardeert de Israelische luchtmacht doelen van terreurorganisaties in de Gazastrook.

Het conflict, dat de meest gewelddadige uitwisseling tussen Israel en terroristen is sinds 2014, en dat aan beide zijden slachtoffers maakt, komt in de ochtend van 6 mei tot een voorlopig einde wanneer in Caïro een staakt-het-varen wordt overeengekomen. 

In Europese media wordt op dat moment gespeculeerd over de veiligheid van het evenement, maar Israelische autoriteiten zijn direct stellig dat het songfestival geen gevaar loopt. Opbouw en repetities vinden in Tel Aviv doorgang zoals gepland en op het songfestival lijkt de geweldsuitbarsting inderdaad niet het door terroristen bedoelde effect te hebben.

Aanvang van het songfestival
Het is dinsdagavond 14 mei als Europa live schakelt naar Tel Aviv. Een jaar van intensieve voorbereidingen zal nu worden beloond. Overladen met toeristen en overspoeld door ruim tweeduizend journalisten is Israel klaar om zich van zijn beste kant te laten zien. Opgelucht is men als de woorden “Welcome to Tel Aviv” in beeld verschijnen en het feest kan beginnen. Op donderdagavond 16 mei wordt de Nederlandse Duncan Laurence als tweede finalist genoemd, maar die tweede halve-finale leek voor ons land al lange tijd een inkoppertje.

Sindsdien doet Nederland het alleen maar beter bij de bookmakers en houdt iedereen rekening met een Nederlandse winst. In dat geval zal het Eurovisiesongfestival net als in 1979 van Israel naar Nederland reizen.

Rond middernacht is de winnaar van het 64e songfestival bekend. CIDI wenst Duncan Laurence heel erg veel succes. Next year in Amsterdam!

 


Deze week vindt het Eurovisiesongfestival plaats in Israel. Vanavond zaterdag 18 mei wordt op NPO1 vanaf 21:00 uur Nederlandse tijd de finale van het muziekfestijn live uitgezonden vanuit Tel Aviv. In een tweeluik neemt CIDI u mee door de glansrijke geschiedenis van de Joodse staat op het Songfestival. 

Donderdag 16 mei: Songfestival niet voor het eerst op Israelische bodem
Zaterdag 18 mei: Een turbulente aanloop naar Tel Aviv 2019