Van Hallelujah tot Dana International: Songfestival niet voor het eerst op Israëlische bodem

IN ISRAEL / Door: JONATHAN DE GEUS / 16 mei 2019

Met een spectaculaire show opende zangeres Netta Berzilai eergisteren de 64e editie van het Eurovisiesongfestival in kuststad Tel Aviv. Daarmee werd het voorlopige hoogtepunt gemarkeerd van een jaar vol intensieve voorbereiding, waarbij politieke discussie nooit ver weg was. Want hoewel het volgens de regels van de European Broadcast Union (EBU) verboden is om politiek bij het songfestival te betrekken: wanneer het om Israel gaat houdt zo’n verbod nooit lang stand. Des te opgeluchter is men in Israel dat de organisatie succesvolle doorgang vindt, en dat de internationale BDS-beweging nog geen deuk in een pakje boter heeft weten te slaan. Tel Aviv is overladen met toeristen, duizenden journalisten zijn op de been, en delegaties vertegenwoordigen deze dagen maar liefst 41 deelnemende landen. Een feeststemming alom, die de kans biedt om na jaren van negatieve publiciteit eens een andere kant van Israel te laten zien, weg van conflict en geweld.
Het songfestival landt dit jaar niet voor het eerst in de Joodse staat. Integendeel: het land kent een roemrijke geschiedenis op het grootste muziekevenement ter wereld. CIDI neemt u mee door 45 jaar van pieken en dalen, van winst en politieke schandalen, van Hallelujah en Dana International.

1973: Israel debuteert 
De lange reis die Israel op het songfestival maakt vangt aan in 1973 wanneer zangeres Illanit het land voor het eerst vertegenwoordigt met de dramatische ballade Ey Sham. Illanit eindigt vierde, waarna het ruim twintig jaar zal duren voordat een debuterend land opnieuw zo’n hoge score haalt.

Dan dus al een gunstig teken aan de wand, maar de komst van Israel resulteert ook direct in zorgen. Het jaar daarvoor vermoordden Palestijnse terroristen elf Israelische trainers en coaches tijdens de Olympische Spelen in München. Gastland Luxemburg is er alles aan gelegen een herhaling van dit drama te voorkomen en implementeert daarom een ongekend harde beveiliging van het evenement. Die beveiliging geeft op zijn beurt weer aanleiding voor één van de bekendste songfestival-anekdotes: dat jaar zouden floor-managers het publiek hebben geadviseerd om tijdens het applaudisseren te blijven zitten om niet ‘het risico te lopen te worden neergeschoten door beveiligingseenheden’. Wat waar is van het verhaal blijft de vraag, maar het bevestigt dat waar Israel arriveert, veiligheid altijd een punt van aandacht is.

1978: Israel wint het Songfestival
Het is vervolgens pas echt feest wanneer Izhar Cohen en The Alphabeta het songfestival in 1978 winnen met het nummer A-Ba-Ni-Bi. De winst door Israel zorgt direct voor problemen in de regio. Arabische landen zenden het songfestival dan al jaren uit, maar dat Israel meedoet kunnen ze moeilijk verkroppen. Tunesie liet zich in 1977 weerhouden van deelname omdat Israel meedeed, en uitzendingen worden steevast voor enkele ogenblikken onderbroken wanneer de Joodse staat het podium betreedt. Wanneer het land dan ook nog eens op winst afkoerst, staken Arabische landen de uitzending volledig. Op Jordaanse televisie verschijnt dat jaar een foto van bloemen in beeld, en kranten schrijven de volgende ochtend dat niet Israel maar Belgie het Songfestival heeft gewonnen. 

Saillant detail: ook op Israelische televisie is dat jaar de eigen overwinning niet te zien. De Israelische omroep kocht namelijk vooraf te weinig zendtijd in. In die jaren zendt de Israelische televisie ook nog niet uit in kleur, en veel Israeli’s vertrouwen daarom op Arabische kleurentelevisie voor internationale evenementen als het songfestival. Nu echter zowel Israelische als Arabische televisie de competitie niet uitzenden, vernemen Israeli’s de winst van 1978 via de radio.

1979: Welcome to Jerusalem
Hoorde men de winst in 1978 nog per radio, in 1979 zit iedereen gegarandeerd voor zijn televisie. Alle ogen in Europa zijn dat jaar gericht op de heilige stad. De hoofdprijs van het songfestival winnen is het recht om het jaar daarop zelf gastland te zijn, en Israel pakt daarom groots uit. In Jeruzalem komen negentien landen bijeen, dat is er één minder dan het jaar daarvoor want Turkije blijft thuis. De Turken zwichten voor druk van Arabische staten die menen dat een islamitisch land niet zou moeten deelnemen aan een competitie in de Joodse staat.

Het festival wordt een groot succes, en er voltrekt zich zelfs een unicum: Israel wint in eigen land met het bekende Hallelujah van Gali Atari en Milk and Honey. Dat is een prestatie die verder enkel Spanje en Luxemburg leverden.

Dat Israel het festival twee keer op rij wint betekent overigens niet dat het land ook twee keer de organisatie op zich neemt: de Israelische omroep ontbreekt het aan budget, en het festival van 1980 stond gepland op Jom HaZikaron: de nationale Israelische gedenkdag. Israel trekt zich daarop volledig terug uit en biedt Spanje de organisatie aan. Dat land was tweede geworden. Spanje dankt voor het aanbod, waarna toenmalig directeur van de Israelische omroep Tommy Lapid (de vader van Yair Lapid) zijn collega’s van de NOS in Nederland opbelt en verzoekt om “de ondankbare eer” deze editie te organiseren. Het songfestival van 1980 in Den Haag is vooralsnog de laatste editie die niet plaatsvond in het winnende land van het daaraan voorafgaande jaar.

1998: Israelische transgender wint en scoort een megahit in de Arabische wereld
Het blijft dan vele jaren stil rondom Israel, en het land doet in 1996 en 1997 niet eens mee (in 1996 mist het de kwalificatie en in 1997 valt het weer samen met Jom HaZikaron). Maar in 1998 verandert dit alles wanneer Israel in Birmingham het songfestival voor de derde keer wint, ditmaal met de legendarische act Diva van Dana International. Diva doet het niet alleen goed in Europa, maar wordt onverwacht ook een megahit in de Arabische wereld. Illegale cassettebandjes met het nummer worden massaal onder de toonbank verkocht, en dat het nummer afkomstig is uit Israel blijkt voor velen geen probleem. 

Lange tijd zijn er zorgen of Israel de organisatie financieel wel aan kan, en er wordt volop gespeculeerd over Malta of het Verenigd Koninkrijk als alternatief. Voor de laatste editie van het millennium strijkt het songfestival uiteindelijk toch weer neer in het International Convention Center in Jeruzalem. Het zou de laatste keer zijn dat het Songfestival wordt georganiseerd in een grote theaterzaal, in plaats van in de grote arena’s die we nu gewend zijn. Andere grote veranderingen: het is vanaf 1998 niet meer verplicht om in de eigen landstaal te zingen en er wordt vaarwel gezegd tegen het live-orkest.

Waar in 2019 de aanloop van het songfestival wordt overschaduwd door een kortstondig maar fel conflict tussen Israel en terroristen in de Gazastrook, vindt het festijn in 1999 doorgang tijdens de nadagen van de Balkanoorlog. Servië en Montenegro (toen nog één land) wordt dat jaar gedreigd met diskwalificatie door het oplaaiende geweld, en slachtoffers van de Balkanoorlog kunnen het songfestival in 1999 nauwelijks volgen omdat bombardementen verschillende televisiestations en zendmasten vernietigen. De editie van 1999 sluit daarom niet af met een herhaling van het winnende nummer van dat jaar, maar met Hallelujah, het nummer waarmee Israel won in 1979. Als teken van solidariteit en verbroedering wordt het nummer door alle deelnemers gezamenlijk gezongen.

Anders dan in 1979 ontstond er in 1999 voor het eerst ook onrust onder een deel van de eigen Israelische bevolking: het feit dat Israel had gewonnen dankzij het optreden van een transgender, werd door veel ultra-orthodoxe joden niet getolereerd. Veiligheidsdiensten houden dit jaar dan ook rekening met protestacties. Op de valreep lijkt het dan ook even daadwerkelijk mis te gaan: wanneer Dana International net voor de aftiteling de prijs overhandigt aan de winnende Charlotte Nilsson uit Zweden, vallen beide dames op de grond. Veiligheidsdiensten denken korte tijd dat zich voor hun ogen een aanslag voltrekt, maar al snel wordt duidelijk dat Dana International simpelweg uitgleed over haar te lange jurk. Dana International’s Diva zal de twintig daaropvolgende jaren één van de meest iconische acts van het Songfestival blijven, en de editie van 1999 wordt zonder incidenten afgesloten.

Jaren 2000: Het debuut van Libanon en Syrische vlaggen voor Israel
Waar eind jaren negentig cassettebandjes van Dana International nog vluchtig onder Arabische toonbanken vlogen, is de sfeer een aantal jaren later volledig omgeslagen. Het begin van de eeuw wordt gekenmerkt door de Tweede Intifada en een golf van geweld slaat door het Midden-Oosten. In 2005 lijkt er toch een kleine kans op verbroedering aanstaande wanneer buurland Libanon besluit deel te nemen aan het songfestival. Het is echter pas op een laat moment dat de Libanese staatsomroep zich realiseert dat het onder Libanese wetgeving verboden is de Israelische inzending op televisie te tonen, en dat is wel een voorwaarde die de EBU aan deelname stelt. De prachtige Franse inzending van Libanon zal nooit tot de gehoopte verbroedering leiden, want het buurland wordt kort voor het songfestival een boete opgelegd en voor vijf jaar gediskwalificeerd van deelname. Het zal dan geen jaar meer duren voordat het geweld opnieuw om zich heen slaat en in 2006 de Tweede Libanonoorlog uitbreekt.

Maar niet alleen Arabische landen zorgen deze jaren voor politiek gedoe op het songfestival: in 2000 zorgt de Israelische inzending zelf voor ophef, en dan vooral in eigen land. Het land opent in dat jaar het festival met het nummer Sameach van de band Ping-Pong. De Israelische artiesten willen een signaal van vrede afgeven aan buurland Syrie en gaan daarin zo ver dat ze tijdens repetities en finale zwaaien met Syrische vlaggen. En dat terwijl het land op dat moment met Syrie in staat van oorlog verkeert. Ping-Pong stelt met de Syrische vlaggen te zwaaien als boodschap van vrede, maar de Israelische omroep is furieus en meent dat Ping-Pong niet namens Israel deelneemt. “Ping-Pong zal optreden maar vertegenwoordigt niet de Israelische omroep, noch de Israelische bevolking. Zij vertegenwoordigen slechts zichzelf!” aldus omroepbaas Gil Samsonov. Desondanks schiet het nummer omhoog in de Israelische hitlijst.

2018: Twelve points go to… Israel!
De Israelische inzendingen behalen de afgelopen jaren tegenvallende resultaten. Maar liefst vier jaar op rij weet Israel de finale niet te halen. Dat mag voor Nederlanders, die acht jaar lang de finale niet haalden, dan niet al te dramatisch klinken, veel Israeli’s vragen zich toch af of Israel in de huidige tijdgeest nog wel kans maakt op een plek in de finale. Velen vrezen dat er sprake is van ‘political voting’ waardoor Israel geen eerlijke kans maakt om te winnen. Het is een verwijt dat net zo oud is als het Songfestival zelf, en dat niet enkel in Israel te horen is. Maar het is ook een verwijt waar in mei 2018 voor de zoveelste keer mee wordt afgerekend wanneer Netta, exact twintig jaar na Dana International, onder de woorden “Next year in Jerusalem” de winst viert: het Songfestival zal terugkeren naar de Joodse staat.


Deze week vindt het Eurovisiesongfestival plaats in Israel. Vanavond donderdag 16 mei (tweede halve finale) en zaterdag 18 mei (finale) wordt op NPO1 vanaf 21:00 uur Nederlandse tijd het muziekfestijn live uitgezonden vanuit Tel Aviv. In een tweeluik neemt CIDI u mee door de glansrijke geschiedenis van de Joodse staat op het Songfestival. 

Donderdag 16 mei: Songfestival niet voor het eerst op Israelische bodem
Zaterdag 18 mei: Een turbulente aanloop naar Tel Aviv 2019